Find my level
Login
Play me!
Alle podcasts

Waarom deelt de overheid zelf geen noodpakketten uit?

Er is een man in Nederland, de man heet Jan. Jan kijk naar het nieuws.

Op het nieuws hoort hij over een noodpakket. Jan is boos.

Het noodpakket is duur, zegt Jan.

Ik heb geen geld voor het noodpakket. Jan is arm. Jan eten zijn avond eten.

Hij eten brood met kaas. Hij drinkt water.

Na het eten lees Jan een boekje. In het boekje staat, je hebt een noodpakket nodig. Jan is nog booser.

Waarom moet ik het noodpakket kopen? Jan vraagt het aan zijn vrouw.

Zijn vrouw heet Lisa. Lisa zegt. Ik weet het niet.

Misschien kan de overheid het nodig hebben. Jan is het hier niet mee eens.

De overheid heeft veel geld. De overheid kan het noodpakket kopen en geven aan de armen mensen.

Wij zijn arm. Wij hebben het noodpakket nodig. Lisa knikt.

Ja, je hebt gelijk. De overheid kan dat doen. Jan kijk naar het boekje. hij kijkt naar het nieuws.

Hij ziet de overheid. De overheid zegt het noodpakket is belangrijk.

Jullie moeten het kopen. Jan is boos. Hij staat op. Hij gaat naar zijn auto. Hij rijd naar de overheid.

Bij de overheid zegt hij. Ik heb geen geld voor het noodpakket.

Jullie moeten het kopen. Jullie moeten het geven aan de armen mensen.

De overheid luisterd naar Jan. Ze zeggen, we gaan erover nadenken. Jan gaat naar huis. Hij is nog steeds boos, maar hij is ook blij.

Hij heeft iets gedaan. Hij heeft iets gezegd. Misschien gaat de overheid nu het noodpakket kopen. Jan gaat slapen.

Hij dromt van een noodpakket. In zijn dromen is het noodpakket gratis.

Het is van de overheid. Iedereen heeft een noodpakket. Jan is blij in zijn dromen.

Als Jan wakker wordt is hij nog steeds boos, maar hij is ook hoop vol. Hij hoopt dat de overheid luisterd.

Hij hoopt dat de overheid het noodpakket kopt. Voor hem. Voor alle armen mensen.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze