Dutch Fluency
Find my level
Login
Play me!

Welkom in de Bloemstraat

Lisa has just moved into her new apartment in a quiet street in Utrecht.

While carrying boxes upstairs, she meets her neighbor Jan, a retired man in his seventies who knows everything about everyone in the neighborhood.

He immediately wants to introduce her to another neighbor, Fatima.

Lisa: Pfff, deze dozen zijn zwaar.

Jan: Hallo!

Kan ik helpen?

Lisa: Oh, u schrikt me.

Hallo!

Jan: Sorry hoor.

Ik ben Jan.

Ik woon hiernaast.

Lisa: Aangenaam.

Ik ben Lisa.

Ik ben net verhuisd.

Jan: Welkom in de Bloemstraat!

Woon je hier alleen?

Lisa: Ja, ik woon hier alleen.

Het is mijn eerste eigen appartement.

Jan: Dat is leuk!

Hoe oud ben je, als ik vragen mag?

Lisa: Ik ben 24.

En u?

Jan: Ik ben 72.

Ik woon hier al veertig jaar.

Lisa: Wow, al veertig jaar?

Dan kent u de buurt goed.

Jan: Zeker weten!

Ik ken iedereen hier.

Wil je koffie?

Lisa: Dat is aardig, maar ik moet nog uitpakken.

Jan: Natuurlijk, natuurlijk.

Maar eerst moet je Fatima ontmoeten.

Lisa: Fatima?

Wie is dat?

Jan: Die woont twee huizen verderop.

Ze maakt de beste taart van de straat.

Lisa: Klinkt goed.

Maar ik ben echt moe.

Jan: Ik snap het.

Verhuizen is zwaar werk.

Maar één kopje koffie?

Lisa: Oké dan, één kopje.

Maar niet te lang.

Jan: Mooi!

Kom maar mee.

Ik zet koffie.

Lisa: Heeft u suiker?

Jan: Nee, ik drink het zonder suiker.

Maar ik heb wel koekjes.

Lisa: Dat is goed.

Ik drink mijn koffie zwart.

Jan: Zoals een echte Nederlander!

Waar kom je vandaan?

Lisa: Uit Groningen.

Ik heb daar gestudeerd.

Jan: Ah, de stad van het Noorden!

En nu woon je in Utrecht.

Lisa: Ja, ik heb hier een baan gevonden.

Bij een uitgeverij.

Jan: Dat is mooi.

De buurt heeft meer jonge mensen nodig.

Lisa: Zijn er niet veel jonge mensen hier?

Jan: Nee, vooral ouderen.

Het is een rustige straat.

Lisa: Rustig klinkt goed.

Ik hou niet van lawaai.

Jan: Dan zit je hier goed.

Behalve in het weekend.

Lisa: Waarom in het weekend?

Jan: Dan heeft de familie Jansen feestjes in de tuin.

Lisa: Oh nee, echt?

Jan: Maak je geen zorgen.

Het valt wel mee.

En je kunt altijd bij mij aankloppen.

Lisa: Dank u wel, Jan.

Dat is fijn.

Jan: Zeg maar 'je' hoor.

Iedereen zegt hier 'je'.

Lisa: Oké, Jan.

Dank je.

Jan: Zo, we zijn er.

Dit is mijn huis.

Lisa: Wat een leuke tuin!

Jan: Dank je.

Ik werk er elke dag in.

Het is mijn hobby.

Lisa: Zijn dat rozen?

Jan: Ja, die zijn van mijn vrouw.

Ze is drie jaar geleden overleden.

Lisa: Oh, dat spijt me.

Jan: Het is oké.

De rozen herinneren me aan haar.

Lisa: Dat is lief.

Heeft u... heb je kinderen?

Jan: Ja, twee dochters.

Ze wonen in Amsterdam en Rotterdam.

Lisa: Dus je bent vaak alleen?

Jan: Soms wel.

Maar de buren zijn mijn familie hier.

Wacht, ik zie Fatima!

Fatima: Hallo Jan!

Heb je bezoek?

Jan: Ja!

Dit is Lisa.

Ze is net verhuisd, twee huizen verderop.

Fatima: Welkom, Lisa!

Wat leuk!

Lisa: Dank je.

Ik ben net aangekomen.

Fatima: Jan, heb je haar al verteld over de buurtborrel?

Jan: Nee, nog niet.

Goed idee!

Lisa: Buurtborrel?

Wat is dat?

Fatima: Elke eerste vrijdag van de maand.

We eten en drinken samen in de straat.

Lisa: Dat klinkt gezellig.

Wanneer is de volgende?

Fatima: Aanstaande vrijdag.

Je moet komen!

Lisa: Ik weet niet of ik dan al klaar ben met uitpakken.

Jan: Je moet even pauze nemen.

Eten is belangrijk!

Fatima: Breng maar iets lekkers mee.

Iets uit Groningen, bijvoorbeeld.

Lisa: Goed idee.

Ik kan wel iets bakken.

Fatima: O, wat ga je maken?

Lisa: Misschien een appeltaart.

Dat is mijn specialiteit.

Jan: Appeltaart!

Daar hou ik van.

Mijn vrouw maakte altijd appeltaart.

Fatima: Dan is het afgesproken.

Vrijdag om zes uur, hier op straat.

Lisa: Oké, ik kom.

Maar alleen als ik mijn dozen niet meer zie.

Jan: Ha!

Ik help je wel met uitpakken.

Ik heb toch niets te doen.

Lisa: Echt?

Dat is heel aardig.

Jan: Ik doe het graag.

En dan vertel ik je alles over de buurt.

Fatima: Let maar op, Lisa.

Jan kan uren praten.

Lisa: Dat is prima.

Ik moet de buurt leren kennen.

Jan: Zullen we beginnen?

De koffie is klaar.

Fatima: Ik moet gaan.

Mijn kleinkinderen komen zo.

Tot vrijdag, Lisa!

Lisa: Tot vrijdag, Fatima.

Leuk je ontmoet te hebben.

Fatima: Jij ook!

Welkom in de buurt!

Jan: Kom binnen, Lisa.

Doe maar alsof je thuis bent.

Lisa: Nou, ik ben benieuwd naar al die verhalen over de buren.

Jan: Je zult ze niet geloven.

Wacht maar tot ik je over meneer De Vries vertel...

Lisa: Meneer De Vries?

Wie is dat?

Jan: Dat is een heel verhaal.

Laten we eerst koffie drinken.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze