Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Kruistocht in spijkerbroek: Een sprong in de tijd naar de kinderkruistocht

Wat tel je voor?

Je bent vijftien jaar en je stapt in een machine die je terugstuurt naar het jaar twaalfhonderdtwaalf.

Je hebt geen idee wat je te wachten staat.

Geen elektriciteit, geen winkels, geen dokters, alleen modder, honger en gevaar.

Dat overkomt Dolf, de held van het boek Kruistocht in spijkerbroek van Thea Beckman.

Het is een van de beroemdste Nederlandse jeugdboeken ooit.

En vandaag vertel ik je het hele verhaal.

Blijf luisteren, want het wordt spannend.

Dolf zit in de machine.

De machine staat in het huis van zijn vader.

Zijn vader kijkt naar een scherm.

Hij zegt, je gaat naar het verleden en je komt terug.

Dolf knikt.

Hij is 15 jaar.

Hij is niet bang, want het is maar een test.

De machine maakt een hard geluid.

Alles wordt wit.

Dan is het stil.

Dolf opent zijn ogen.

Hij ziet geen huis.

Hij ziet een weiland en een oude weg.

Hij ruikt rook en vuil.

Een man in een oude jas loopt voorbij.

Dolf vraagt waar hij is.

De man zegt iets in een vreemde taal.

Dolf begrijpt het niet.

Hij kijkt naar zijn kleren.

Hij draagt een spijkerbroek.

Iedereen kijkt naar hem.

Dolf loopt uren door het land.

Dan ziet hij een grote groep kinderen.

Ze lopen op een weg.

Ze zingen en ze dragen een vaandel.

Dolf vraagt waar ze naar toegaan.

Een meisje zegt.

Naar Jeruzalem.

Dolf schrikt.

Hij weet wat er gaat gebeuren.

Dit is een kinderkruistocht.

De kinderen hebben geen wapens.

Ze hebben geen eten.

Ze hebben geen volwassen leiders.

Dolf beseft dat hij in het jaar twaalfhonderdtwaalf is.

Hij kan niet terug.

Hij moet iets doen.

Hij sluit zich aan bij de groep.

De kinderen lopen achter een jongen aan.

Hij heet Nicolaas.

Nicolaas draagt een wit hemd.

Hij zegt, God heeft mij gestuurd.

De kinderen luisteren naar hem.

Sommigen huilen van blijdschap.

Dolf kijkt naar Nicolaas.

Hij ziet dat Nicolaas geen slechte jongen is.

Maar Nicolaas gelooft zijn eigen woorden.

Dat is gevaarlijk.

Dolf praat met een meisje.

Ze heet Marieke.

Marieke is slim.

Ze kijkt naar Dolf en zegt: jij bent anders.

Dolf vertelt niet alles.

Maar Marieke begrijpt hem toch.

Samen kijken ze naar de kinderen.

Ze zien hoe zwak ze zijn.

Ze bedenken een plan.

Ze willen eten vinden.

Ze willen de kinderen redden van rovers.

De tocht begint in Keulen.

De kinderen juichen.

Ze denken dat de reis kort is.

Maar de regen valt dagenlang.

De wind is koud.

Sommige kinderen hebben geen schoenen.

Hun voeten bloeden.

Dolf ziet een jongen vallen.

De jongen staat niet meer op.

Dolf draagt hem een stuk.

Dan moet hij hem laten liggen.

Dolf zoekt eten.

Hij klopt aan bij een boer.

De boer zegt, nee, ga weg.

De boer is bang.

Er zijn te veel kinderen.

Dolf probeert het nog een keer.

De boer dreigt met een stok.

Dolf loopt weg.

Hij heeft honger.

De kinderen hebben honger.

Dolf leert liegen.

Hij zegt tegen een boer.

Wij komen uit een dorp hier ver vandaan.

De boer geeft brood.

Dolf voelt zich slecht.

Maar de kinderen eten.

Marieke kijkt naar hem.

Ze zegt niets.

Ze weet dat het nodig is.

De volgende dag doet Dolf het weer.

En de dag daarna.

De groep blijft lopen.

De kinderen worden zwakker.

Maar ze gaan door.

Dolf blijft bij hen.

Marieke blijft bij hem.

Samen houden ze de groep in beweging.

Na een paar weken lopen bereikt de groep de Alpen.

De bergen zijn hoog.

En de lucht is ijskoud.

Dolf ziet dat de kinderen dunne kleren dragen.

Sommigen hebben geen schoenen meer.

De wind snijdt door hun huid.

Kleine kinderen huilen van de pijn.

Dolf tilt een meisje op zijn rug.

Marieke draagt een jongen die niet meer kan lopen.

Ze zoeken een grot om te schuilen.

Binnen is het donker, maar droog.

Dolf zegt: Blijf bij elkaar.

Dan vinden we elkaar terug.

Buiten begint het te sneeuwen.

Veel kinderen zakken neer in de sneeuw.

Sommigen staan niet meer op.

Dolf en Marieke lopen heen en weer om iedereen te helpen.

Op een dag komen er mannen met messen.

Het zijn rovers.

Ze grijpen de tassen van de kinderen.

Ze trekken jassen van hun lichamen.

Dolf springt voor hen en roept:

Blijf van hen af.

Hij slaat met zijn vuisten.

Maar hij is alleen.

De rovers lachen om hem.

Dan komen er ruiters uit de mist.

Een ridder in een donker harnas stapt van zijn paard.

Hij trekt zijn zwaard en jaagt de rovers weg.

Hij zegt: Ik ben Anselmus.

Wie leidt deze kinderen?

Dolf stapt naar voren.

Anselmus kijkt hem lang aan.

Hij zegt, jij bent dapper voor een jongen.

Ik blijf bij jullie.

Anselmus blijft bij de groep.

Hij leert de kinderen vuur maken.

Hij leert ze hoe ze warm blijven in de kou.

De rovers komen niet terug.

Dolf voelt zich sterker met Anselmus naast zich.

Marieke glimlacht weer.

Samen dragen ze de kleintjes door de bergen.

Ze vinden een pad naar beneden.

Na dagen lopen zien ze groene heuvels.

Ze zijn de Alpen over.

De kinderen juichen zacht.

Dolf telt de groep.

Er zijn minder kinderen dan eerst.

Dat doet pijn.

Maar de groep leeft.

Anselmus zegt: Jullie hebben het gehaald.

Dolf knikt langzaam.

Hij weet dat de reis nog niet voorbij is.

In Italië wordt de groep elke dag kleiner.

Sommige kinderen zijn te zwak om te lopen.

Ze blijven achter in kleine dorpen.

Dolf ziet hun gezichten als hij weggaat.

Hij wil hen dragen, maar zijn armen zijn leeg.

Marieke huilt stilletjes.

Dolf zegt, we kunnen niet iedereen redden.

Marieke zegt: Dat weet ik.

Maar het doet pijn.

Ze lopen verder naar het zuiden.

De zon wordt warmer.

De kinderen krijgen weer wat kleur.

Dan zien ze de zee.

Ze bereiken de havenstad Genua.

Dolf ruikt het zoute water.

Hij ziet grote schepen in de verte.

De kinderen denken dat ze naar Jeruzalem gaan.

Ze wachten bij de kade.

Een dag.

Twee dagen.

De schepen komen niet.

De kinderen worden onrustig.

Dan komen er mannen in mooie kleren.

Ze zeggen, wij brengen jullie naar het heilige land.

De kinderen juichen.

Maar Dolf kijkt naar hun ogen.

Hij vertrouwt hen niet.

Hij fluistert tegen Marieke.

Dit klopt niet.

Die mannen willen ons niet helpen.

Marieke zegt:

Even tussendoor.

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingscode voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Pap, tot de volgende keer.

Dolf zegt.

Ze willen ons verkopen.

Als slaven.

Marieke wordt bleek.

Ze zeggen niets tegen de anderen.

Samen met Anselmus maken ze een plan.

Die nacht zullen ze een paar kinderen meenemen.

Ze vluchten voor het te laat is.

De volgende ochtend worden de kinderen naar de schepen gebracht.

De mannen duwen hen voort.

Dolf loopt tussen hen in.

Marieke had de hand van een klein meisje vast.

Anselmus blijft achteraan.

Bij de kade is het druk.

Dolf ziet zijn kans.

Hij trekt drie kinderen weg van de groep.

Marieke doet hetzelfde.

Anselmus leidt hen door een smalle straat.

De mannen merken het niet meteen.

Dolf rendt met de kinderen achter zich aan.

Zijn hart klopt in zijn keel.

Ze komen bij de stadsmuur.

Daar is een klein gat.

Eén voor één kruipen ze erdoor.

Buiten de stad is het stil.

Ze lopen door de velden.

Tot ze niet meer kunnen.

Dan zien ze een boerderij.

De boer geeft hun brood en melk.

Dolf gaat neer op een bank.

Hij is uitgeput.

Marieke zit naast hem.

Ze zegt, we hebben ze gered.

Dolf zegt.

Niet allemaal.

De boer vertelt dat de paus een nieuwe kruistocht wil.

Maar die is niet voor kinderen.

Dolf beseft dat zijn missie is mislukt.

Hij kan niet alle kinderen redden.

Maar hij heeft wel een groepje gered.

Hij kijkt naar Marieke.

Hij zegt, we gaan terug naar het noorden.

Naar Duitsland.

Ik breng deze kinderen naar huis.

Marieke knikt.

Ze zegt, ik ga met je mee.

De terugreis begint in een koud dal net onder de Alpen.

Dolf loopt vooraan met Marieke naast zich.

Achter hen lopen de overgebleven kinderen in een lange rij.

Sommige huilen zacht.

Anderen zeggen niets meer.

Het eten is bijna op.

Er zijn nog maar een paar stukken brood.

Dolf kijkt naar de lucht en ziet donkere wolken.

Hij weet dat ze snel moeten lopen.

Vijandige mannen kunnen overal zijn.

Bij een oude boom blijft hij staan.

Hij zegt tegen de groep.

Blijft dicht bij elkaar.

Niemand mag alleen lopen.

Marieke knikt en geeft de kleintjes een hand.

Dolf bukt zich en zoekt droge takjes.

Hij maakt een klein hoopje hout.

De kinderen kijken verbaasd.

Een jongen vraagt: hoe maak je vuur zonder lucifer?

Dolf pakt een steen en een stuk ijzer.

Hij slaat ze tegen elkaar.

Vonkjes springen op de droge bladeren.

Voorzichtig blaast hij.

Even later brandt er een klein vuur.

De kinderen komen dichterbij.

Ze warmen hun handen.

Marieke glimlacht naar Dolf.

Vanaf dat moment luisteren ze beter naar hem.

Dolf zegt, we lopen morgen vroeg verder.

Iedereen knikt.

Die nacht slaapt de groep rustiger.

De volgende dagen worden Dolf en Marieke de leiders.

Dolf kijkt goed wie niet meer kan lopen.

Marieke draagt de jongste kinderen.

Samen tellen ze elke ochtend hoeveel kinderen er nog zijn.

Als iemand achterblijft gaat Dolf terug.

Hij helpt de zwakken overeind.

Marieke geeft water aan wie dorst heeft.

De kinderen zeggen nu, meneer Dolf tegen hem.

Dat voelt raar voor Dolf.

Hij is pas vijftien, maar hij zegt niets.

Hij doet gewoon wat nodig is.

Marieke wordt zijn rechterhand.

Ze overleggen samen over de route.

Uiteindelijk zien ze in de verte de muren van Keulen.

Bij de poort van Keulen staan ouders te wachten.

Ze hebben dagenlang getreurd.

Sommige dachten dat hun kind dood was.

Dan zien ze de groep aankomen.

Een moeder rent naar voren.

Ze pakt haar zoon vast.

Ze huilt hart.

Andere ouders doen hetzelfde.

De kinderen worden omhelsd.

Iedereen praat door elkaar.

Dolf blijft achteraan staan.

Een oude man wijst naar hem.

Hij zegt: dat is de jongen die ze terugbracht.

De mensen juichen.

Dolf wordt een held genoemd, maar Dolf schudt zijn hoofd.

Hij zegt, ik heb alleen gedaan wat nodig was.

Marieke staat naast hem en zegt niets.

De dag van afscheid komt snel.

Dolf moet terug naar zijn eigen tijd.

Hij staat bij de tijdmachine in een stille kamer.

Marieke is bij hem.

Ze kijkt naar de grond.

Dolf zegt, ik wil niet gaan.

Marieke zegt: je moet.

Ze pakt iets uit haar zak.

Het is een klein, houten kruisje.

Ze geeft het aan Dolf.

Dolf houdt het stevig vast.

Hij zegt, ik zal je nooit vergeten.

Marieke knikt, maar zegt niets.

Dolf stapt in de machine.

De deur gaat dicht.

Even later is hij terug in de twintigste eeuw.

Daar vertelt hij alles aan zijn vader.

Zijn vader luistert, maar gelooft hem niet.

Dolf houdt zijn schouders op.

Hij weet wat hij heeft meegemaakt.

Dolf is weer thuis in zijn eigen kamer.

Hij kijkt naar het houten kruisje in zijn hand.

Hij denkt aan Marieke.

Hij denkt aan de kinderen die hij niet kon redden.

Hij is nog steeds bang onderweg.

Hij heeft fouten gemaakt, maar hij is niet gestopt.

Dat is wat hij heeft geleerd.

Moed betekent niet dat je nooit bang bent.

Moed betekent dat je doorgaat ook als je bang bent.

Dolf weet nu dat hij niet alles kan oplossen, maar hij kan altijd iets doen.

Een klein beetje hulp kan een leven redden.

Dat is belangrijk.

Toen en nu.

Dolf kijkt uit het raam van zijn huis.

De straten zijn rustig.

Er is elektriciteit.

Er zijn winkels.

Er zijn dokters.

Alles is anders dan in het jaar 1212.

Toch denkt hij nog elke dag aan die tijd.

Hij denkt aan de modder en de honger.

Hij denkt aan de kou in de bergen.

Maar hij denkt ook aan de vriendschap.

aan Marieke.

aan de kinderen die hij naar huis bracht.

Hij heeft geen spijt.

Hij zou het opnieuw doen.

Want hij heeft iets gedaan.

Dat is genoeg.

Aan het einde van het boek is Dolf weer thuis.

Hij is veranderd.

Hij weet nu dat de middeleeuwen niet romantisch waren, maar hard en gevaarlijk.

Toch heeft hij vrienden gemaakt en mensen geholpen.

Het boek laat zien dat geschiedenis niet alleen gaat over koningen en oorlogen, maar ook over gewone mensen.

Soms is een spijkerbroek het enige verschil tussen leven en dood.

Thea Beckman schreef dit boek in 1973.

En het is nog steeds populair.

Het is een verhaal dat je meeneemt naar een andere tijd.

En je laat nadenken over wat echt belangrijk is.

Ik hoop dat je genoten hebt van dit verhaal.

Als je meer wilt leren, ga dan naar Dutchfluency.com slash transcripts.

Daar kun je op woorden klikken en de vertalingen zien.

Transcript en quiz · gratis

De quiz is gratis. Log in voor flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00
Lees

Tekst

Modus

Audio

Pauze