Find my level
Login
Play me!
Alle podcasts

Vrijwilligers in Spanje wachten in angst

Het was een warme, droge middag in de heuvels van Zuid-Spanje.

De zon stond hoog aan de hemel en de wind was sterker dan normaal.

In het kleine dorpje Alora, niet ver van Malaga, lag het dierenopvangcentrum 'El Hogar de los Animales'.

Hier werkten vrijwilligers uit heel Europa.

Ze zorgden voor honden, katten en andere dieren die geen thuis hadden.

Maar vandaag was alles anders.

In de verte was een grote rookwolk te zien.

Het vuur kwam steeds dichterbij.

De lucht begon te kleuren in oranje en donkergrijs, en de geur van rook werd sterker.

Maria hoorde het kraken van droge takken in de wind.

Maria, een vrouw van 45 jaar uit Nederland, stond bij de ingang van het centrum.

Ze keek naar de lucht, die oranje en grijs was geworden.

De geur van rook hing in de lucht.

Haar handen trilden een beetje.

Ze had al twee uur geprobeerd om de lokale autoriteiten te bellen, maar de lijn was steeds bezet.

'Wat moeten we doen?' vroeg ze aan haar collega Juan, een Spaanse man van 30 jaar.

Juan haalde zijn schouders op.

'We kunnen alleen wachten.

De wegen zijn te smal voor de vrachtwagens.

En de brandweer heeft gezegd dat we klaar moeten zijn om te vertrekken, maar ze weten niet wanneer.' Maria zuchtte diep en veegde een zweetdruppel van haar voorhoofd.

De hitte was drukkend, en de wind droeg het geluid van knisperend vuur aan.

Maria liep naar de binnenplaats.

Daar zaten de honden in hun hokken.

Ze blaften en jankten.

De katten zaten in kooien, met grote ogen.

Maria voelde een knoop in haar maag.

Ze dacht aan de dieren die ze had gered uit slechte situaties.

Er was een hond genaamd Luna, die ze had gevonden langs de weg.

Luna was mager en bang geweest.

Nu was ze gezond en vrolijk.

Maar zou Luna het overleven als het vuur kwam?

Maria wist het niet.

Ze herinnerde zich de dag dat ze Luna vond: het had geregend en de hond trilde onder een struik.

Nu was Luna sterk, maar het vuur maakte alles onzeker.

Maria aaide Luna over haar kop en fluisterde: 'We blijven bij elkaar.' Plotseling hoorde ze een auto aankomen.

Het was een oude bestelwagen van de lokale boer, meneer Garcia.

Hij stapte uit en riep: 'Ik heb water en dekens gebracht.

En ik kan een paar dieren meenemen naar mijn boerderij, die verder weg ligt van het vuur.' Maria voelde een klein beetje hoop.

Ze begon snel de kleinste honden en katten in de auto te zetten.

Juan hielp haar.

Ze werkten snel, maar voorzichtig.

De honden waren bang en sommigen probeerden weg te rennen.

Maria sprak zachtjes tegen hen: 'Rustig maar, het komt goed.' Ze rook de natte vacht van de dieren en hoorde hun angstige ademhaling.

De katten miauwden zachtjes toen ze in de dekens werden gewikkeld.

Meneer Garcia knikte en zei: 'Ik kom terug als ik kan.' Na een half uur was de auto vol.

Meneer Garcia reed weg.

Maria en Juan bleven achter met de grotere honden en de ezels.

Het vuur was nu dichterbij.

Ze konden de vlammen zien op de heuvels.

De wind werd sterker en de rook werd dikker.

Maria hoestte.

Ze voelde zich moe en bang.

Maar ze wist dat ze niet kon stoppen.

Ze moest blijven vechten voor de dieren.

Juan gaf haar een fles water en ze dronk snel.

De honden jankten en de ezels stampten onrustig met hun hoeven.

Maria probeerde kalm te blijven, maar haar hart klopte snel.

Toen gebeurde er iets onverwachts.

Er kwam een helikopter overvliegen.

Het was de brandweer.

Ze lieten een bericht vallen: 'Het vuur is onder controle aan de oostkant.

Jullie zijn veilig voor nu.' Maria en Juan keken elkaar aan.

Ze konden het niet geloven.

De spanning in haar lichaam verdween een beetje.

Ze gingen op de grond zitten, uitgeput maar opgelucht.

De honden kwamen naar hen toe en likten hun handen.

Maria glimlachte.

Het was nog niet voorbij, maar voor nu waren ze veilig.

De lucht was nog vol rook, maar het geluid van de vlammen leek zachter te worden.

Die avond, toen de zon onderging, zat Maria op een stoel buiten het centrum.

De lucht was nog steeds grijs, maar de rook was minder geworden.

Ze dacht aan de dag.

Het was doodeng geweest, maar ze hadden het samen gedaan.

Ze voelde zich trots op haar team.

Ze wist dat ze morgen weer zouden beginnen met het voorbereiden van de dieren.

Want het vuur kon terugkomen.

Maar voor nu was er rust.

Ze keek naar de sterren en fluisterde: 'We zijn er nog.' De wind was gaan liggen, en de stilte voelde bijna vredig.

Maria dacht aan Luna en de andere dieren.

Ze hadden een kans gekregen, en dat was genoeg.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze