Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Een man die Ove heet: hij wil niet meer leven

het stel je voor. Je bent 59 jaar. Je vrouw is dood, je hebt geen kinderen, je bent net

ontslagen en je wilt eigenlijk alleen maar rust. Wat doe je dan? Voor Ove is het antwoord

simpel. Hij wil dood. Maar elke keer als hij het probeert, gebeurt er iets waardoor het niet

lukt. Een nieuwe buurvrouw die tegen een muur rijdt, een kat die niet weggaat, een jongen die een

ladder nodig heeft. Ove is de hoofdpersoon van Een man die Ove heet, een boek van de Zweedse schrijver

Fredrik Backman uit tweeduizendtwaalf. Het is een verhaal over een man die iedereen chagrijnig noemt, maar die

eigenlijk gewoon verdrietig is. En het is grappig. En het is ontroerend. En het gaat over buren,

over verlies en over hoe je leven soms heel anders loopt dan je dacht. Vandaag vertel ik

je het hele verhaal. Ga lekker zitten. We gaan naar Zweden. Het is ochtend in een klein dorp in Zweden.

Ove stapt naar buiten. Hij draagt een jas en stevige schoenen. Hij loopt langs de huizen. Hij kijkt naar

de auto's. Een auto staat scheef. Ove schudt zijn hoofd. Hij raapt een stuk papier op. Hij gooit het in de

prullenbak. Hij ziet een buurman. De buurman groet niet. Ove zegt niets terug. Hij loopt verder. Hij

controleert de garagepoorten. Alles moet goed zijn. De buurtbewoners kijken door hun gordijnen. Ze noemen hem de

chagrijnige man. Ze zijn bang voor hem. Maar Ove is niet altijd zo geweest. Vroeger had hij een vrouw.

Ze heette Sonja. Ze was vrolijk en warm. Ze hield van boeken en dansen. Ze zag het goede in mensen. En

ze hield van Ove. Toen Sonja stierf, verloor Ove zijn richting. Het huis is nu te stil. Hij heeft geen

werk meer. Hij heeft geen doel meer. Hij wil bij Sonja zijn. Daarom besluit hij een einde aan zijn leven

te maken. Maar het lot heeft andere plannen. Ove zit binnen. Hij kijkt naar een touw. Hij kijkt naar

een haak. Hij wil het doen. Maar dan gaat de bel. Hij loopt naar de deur. Hij doet open. Daar staat

Parvaneh. Ze is zwanger. Ze heeft twee dochters bij zich. Haar man heet Patrick. Ze komen net wonen in het huis

naast Ove. Ze zijn niet georganiseerd. Ze zijn niet netjes. Parvaneh lacht. Ze zegt: hallo, ik ben

Parvaneh. Ik heb hulp nodig. Ove kijkt boos. Hij wil geen hulp geven. Hij wil geen

vrienden. Maar Parvaneh luistert niet naar zijn boze woorden. Ze blijft vriendelijk. Ze vraagt of hij de

aanhangwagen wil besturen. Ove zucht. Hij doet het toch. En daarmee begint iets wat hij niet had

verwacht. Ove loopt met Parvaneh naar buiten. Hij ziet de aanhangwagen. Die staat scheef. De muur

van zijn huis heeft een deuk. Ove wordt nog bozer. Hij stapt in de auto van Parvaneh. Hij zegt: je moet

zo sturen. Niet zo. Parvaneh knikt. Ze lacht nog steeds. Ove bestuurt de aanhangwagen. Hij rijdt achteruit.

Hij parkeert de aanhangwagen op de juiste plek. Het is stil. Parvaneh zegt: dank je wel. Ove zegt

niets. Hij loopt terug naar zijn huis. Hij sluit de deur. Hij denkt aan Sonja. Hij denkt aan zijn plan.

Maar het plan lukt niet vandaag. De buurvrouw is nu zijn buurvrouw. Ze weet waar hij woont. Ze komt

terug. Ove voelt iets. Hij weet niet wat. Hij is nog steeds verdrietig. Maar hij is niet alleen meer. De

volgende dag hoort Ove een geluid. Het is een klap. Hij gaat naar buiten. Hij ziet Parvaneh. Ze zwaait. Ze

zegt: goedemorgen, buurman. Ove zegt: ik ben je buurman niet. Parvaneh lacht. Ze zegt: je bent mijn buurman wel. Ove zucht. Hij kijkt

naar de deuk in de muur. Hij kijkt naar Parvaneh. Hij kijkt naar de kinderen. De kinderen kijken terug.

Ove weet niet wat hij moet zeggen. Hij draait zich om. Hij loopt naar binnen. Maar hij kijkt nog een keer

om. Parvaneh zwaait nog steeds. Ove doet de deur dicht. Hij staat in de gang. Het is stil. Maar niet

zo stil als gisteren. Er is iemand naast hem. En dat verandert alles. Ove staat in zijn woonkamer.

Hij heeft een touw in zijn handen. Hij maakt een lus in het touw. Hij zet een haak in het plafond. Hij

klimt op een stoel. Dan gaat de bel. Ove zucht. Hij stapt van de stoel. Hij loopt naar de deur.

Het zijn de buurkinderen. Ze zeggen: meneer, we hebben een ladder nodig. Ove zegt: nee. De kinderen

kijken hem aan. Ze zeggen niets. Ove zucht weer. Hij pakt de ladder. Hij geeft hem aan de kinderen.

De kinderen zeggen dank u. Ove doet de deur dicht. Hij gaat terug naar de stoel. Maar hij is moe. Hij gaat

zitten. Het touw hangt nog aan de haak. De volgende dag probeert Ove het opnieuw. Hij gaat in de auto zitten.

Hij doet de garagedeur dicht. Hij start de motor. De motor maakt lawaai. Ove wacht. Dan hoort hij een klop

op de deur. Het is Parvaneh. Ze roept: Ove, ben je daar? Ove zet de motor uit. Hij doet de garagedeur open.

Parvaneh staat daar. Ze heeft een briefje in haar hand. Ze zegt: ik snap dit niet. Kun je helpen?

Ove leest het briefje. Het gaat over de gemeente. Ove legt het uit. Parvaneh zegt: dank je. Ove zegt

niets. Hij gaat naar binnen. De auto blijft in de garage. Later gaat Ove naar het station. Hij staat op het

perron. Hij wacht op de trein. Hij wil voor de trein springen. De trein komt eraan. Dan ziet

Ove een man. De man wordt onwel. Hij valt van het perron. Ove springt naar voren. Hij pakt de man. Hij trekt

hem terug. De trein rijdt voorbij. Mensen komen kijken. Ze juichen. Ove is boos. Hij zegt: laat me los.

Hij wilde dood. Maar hij redde iemand. Het lukt gewoon niet. Parvaneh komt naar Ove toe. Ze zegt:

kun je op mijn dochters passen? Ove zegt: nee. Parvaneh zegt: oké, dan niet. Even later staat

ze toch voor de deur. De meisjes zijn bij haar. Ove zegt: ik zei nee. Parvaneh zegt: ik weet het.

Ze loopt weg. De meisjes blijven. Ove leert ze tekenen. Hij leert ze een auto wassen. Hij is streng. De

meisjes vinden hem niet eng. Ze noemen hem opa. Ove doet alsof hij het niet leuk vindt. Maar hij vindt het

stiekem wel leuk. Dan is er de kat. Een magere, lelijke kat. De kat zwerft rond. Ove wil de kat

niet. De kat blijft. Parvaneh zegt: dat is jouw kat. Ove zegt: nee. Maar hij geeft de kat

eten. Op een dag neemt hij de kat mee naar binnen. De kat heet nu Kat. Ove doet alsof hij de kat

haat. Maar hij zorgt voor hem. Ove staat bij zijn raam en kijkt naar het huis aan de overkant. Daar

woont Rune. Bedankt voor het luisteren. Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram,

dan stuur ik je een speciale kortingscode voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal. Ze waren als broers, maar ze kregen een

ruzie. Het ging over auto's. Rune kocht een BMW. Ove vond dat verkeerd. Ove rijdt Saab. Voor Ove

is een Saab het enige echte merk. Een BMW is voor hem verraad. De ruzie werd zo erg dat ze niet

meer praten. Rune is ziek. Zijn vrouw Anita zorgt voor hem. Ove doet alsof hij Rune haat. Maar hij is

jaloers. Rune heeft nog iemand. Ove niet. Anita staat op een dag voor de deur. Ze zegt: Rune moet

naar een verzorgingshuis. Ik heb hulp nodig. Ove zegt: nee. Hij wil niet helpen. Maar Anita blijft

kijken. Ove zucht. Hij gaat toch mee. Bij Rune thuis repareert hij de verwarming. Hij zegt:

niets. Rune zegt ook niets. Maar de verwarming doet het weer. Anita zegt: dank je wel. Ove

knikt alleen. Oude wonden genezen langzaam. Dan is er Jimmy. Jimmy is een jonge buurjongen. Hij is

dik en onhandig. Andere jongens pesten hem. Ove ziet het op straat. Hij grijpt in. Hij zegt

tegen de pesters: wegwezen. Ze gaan weg. Jimmy kijkt Ove aan. Hij is bang. Ove zegt: kom mee.

Ove leert Jimmy hoe je een band plakt. Hij leert hem hoe je een auto repareert. Jimmy luistert goed.

Hij leert snel. Ove is streng. Maar hij is ook aardig. Samen met Parvaneh en de kinderen

wordt Jimmy een soort familie. Ove beseft dat hij niet alleen is. Maar Ove worstelt nog

met zijn verdriet. Hij gaat naar het graf van Sonja. Hij staat daar lang. Hij zegt: ik kom eraan,

lieverd. Hij mist haar. Hij wil bij haar zijn. Maar dan denkt hij aan Parvaneh. Hij denkt aan de

kinderen. Hij denkt aan Jimmy. Hij denkt aan de kat. Hij zucht. Hij blijft nog even. Het verhaal gaat ook

terug in de tijd. We zien Ove als kind. Hij woont in een klein huis bij de spoorlijn. Zijn moeder is

gestorven toen hij nog klein was. Zijn vader werkt bij de spoorwegen. Hij is een stille man. Hij zegt niet

veel. Maar hij is eerlijk. Over leert van hem dat je moet werken. En dat je niet moet seuren. Op zijn 16

die gaat zijn vader ook dood. Over blijft alleen achter in het huis. Hij repareren dingen. Hij

werkt hard. Hij klagt nooit. Op een dag zit hij in de trein. Hij komt een meisje naast hem zitten.

Ze lacht naar hem. Ze heet Sonja. Over duurt niet te zeggen. Maar Sonja praat wel. Ze vraagt hoe hij

heet. Ze blijft praten. Over luistert. Hij wordt verliefd. Sonja wordt zijn vrouw. Ze krijgen geen kinderen.

Maar ze zijn gelukkig samen. Sonja wordt leraar res. Ze helpt kinderen die het moeilijk hebben. Over is

trotsubraar. Hij kijkt naar haar als ze praten. Hij houdt van haar lach. Hij houdt van alles aan haar.

Dan wordt Sonja ziek. Over zorgt voor haar. Hij boudt een helling voor haar rolstoel. Hij neemt er

mee naar het meer. Hij is altijd bij haar. Hij laat haar nooit alleen. Op een dag sterft Sonja.

Over is wereld stort in. Hij blijft achter. Het huis is still. Hij is alleen. De dood van Sonja

is het grootste verdriet van over. Hij is niet boos, zomaar. Hij is boos omdat hij pijn heeft. Hij mist

haar stem. Hij mist haar lach. Hij mist haar hand in de zijnen. Hij mist het gevoel dat iemand

hem nodig heeft. Daarom wil hij dood. Hij wil bij Sonja zijn. Maar Parvana heeft een nodig. De kinderen

hebben een nodig. Een langzaam begint over weer te leven. Hij leert dat je iemand kunt missen en toch

verder kunt gaan. Hij leert dat vriendschap niet altijd netjes is. Soms is het lawaai. Soms is het

een aanhangwagen tegen je muur. Maar het is wel echt. Op een dag voelt over zich niet goed. Hij

grijpt naar zijn borst. Zijn hart klopt te snel. Hij zakt op de grond in de gang. Parvaneh vindt hem

en belt een ambulance. In het ziekenhuis liggen ze aan zijn bed. Parvana houdt. De meisjes

houden zijn hand vast. Over zegt ik ben niet bang. Hij kijkt naar hen en denkt ik hou van jullie.

Hij zegt het niet hard op, maar hij voelt het wel. Na een paar dagen mag over naar huis. Hij

loopt langzaam. Parvana brengt hem zoep. De meisjes stekenen voor hem. Hij speelt met ze op de vloer. Hij

drinkt koffie met Parvaneh aan de keukentafel. Hij aait de kat. Hij moppert op de rommel, maar hij glimlacht

ook. Hij is nog steeds een beetje zagereinig. Dat hoort bij hem. En dat is goed. Dan komt er een ochtend

dat over niet wakker wordt. Hij ligt in zijn bed. De kat zit naast hem. Hij is rustig. Hij is niet bang.

Zijn hart is gestopt. Hij is bij Sonja nu. Parvaneh vindt hem later die dag. Ze belt de dokter.

Ze houdt. Maar ze weet dat hij vrede heeft. Hij heeft zijn rust gevonden. Niet op de manier die hij

eerst wilde, maar wel op een goede manier. Over laat een brief achter op de keukentafel. In de brief

staat wat er moet gebeuren. Parvana en de kinderen krijgen zijn huis. De kat krijgt een nieuw thuis bij

hen. De brief is kort. Hij schrijft: Zorg goed voor de kat. En voor elkaar. Parvaneh

leest de brief hart op voer aan de meisjes. Ze lachen door hun tranen. Ze missen hem. Maar ze zijn ook

dankbaar. Over was een man die iedereen lastig vond. Maar hij had een groot hart. Hij hield

als of hij boos was. Maar hij was betrouwbaar. Je moet mensen niet beoordelen op hoe ze lijken.

Achter een chagreinige buitenkant kan iemand zitten met veel verdriet en veel liefde. En je bent

nooit te oud om vrienden te maken. Over was 59 toen hij Parvana en ontmoeten. Zijn leven was

nog niet voorbij. Soms komt er iemand die je wakker schut. Als je dit boek leest of luistert,

zullen je avontoe lachen en avontoe een tranlaten. Het is een verhaal over verlies. Maar ook over

hoop. Over een man die niet wil leven. Maar die door zijn buren leerde dat het leven toch

de moeite waard is. Fredrik Backman schrijft met warmte en humor. Hij laat je van Ove houden,

ook als Ove boos is. En hij herinnert je eraan dat iedereen een verhaal heeft. De chagrijnige man

in de buurt is misschien wel de liefste man van allemaal. Je kunt het boek zelf lezen. Maar je kunt ook

de film kijken. Maar het boek geeft je meer. Meer over oven. Meer over zonja. Meer over de kat. En meer over

waarom een saap zo belangrijk is. Als je ooit iemand hebt verloren, zullen je over begrijpen. En als je nog

nooit iemand hebt verloren, zullen je na dit boek beter begrijpen hoe dat voelt. Dit is een verhaal dat je

bijblijft. En dat is precies waarom ik het met je wil dedelen. Wil je de tekst van deze aflevering

mee lezen en op moeilijke woorden teken voor vertalingen? Ga dan naar Dutchfluency.com slash transcripts

en gebruik de interactieve speler.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause