
voordat de telefoon trilt · Slow Dutch morning

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Een ochtend aflevering.
Niet luisteren tijdens auto rijden.
Welkom bij hypnordatje.
Het is elver elf.
Elf elf.
Een moment tussen de haast door.
Voordat de dag je oproept.
Voordat het scherm op licht.
We staan stil bij wat er komt.
Niet bij wat al was.
Gelijker zitten.
Of licht als dat kan.
Voeten plat op de grond.
Of onder een dekentje.
Handen in je schoot.
Of naast je op het kussen.
Sluit je ogen als het prettig voelt.
Adem in.
Rustig.
Doe je nuis. Uit.
Uit.
Doe je mond. Zacht.
Zacht.
Nog een keer.
Inademde.
De lucht. Vult je longen.
Vult je longen.
Uitademde. Laat de spanning weg vloe je.
Laat de spanning weg vloe je.
Een derde keer.
In.
Lichaam zwaarder wordt stoel om.
Je bent hier.
Vandaag is er een klein ritueel.
Voordat de telefoon trilt.
Voordat het eerste bericht binnenkomt.
Stel je voor.
Je staat bij de voordeur.
De sleutel in het slot.
Buiten hoor je een fietsbel.
Een vogel.
De klinkers zijn nat van de ochtendouw.
Je aalemde frisse lucht in.
Geen scherm.
Geen geluid.
Alleen jij.
Dit is het moment waarop de dag nog van jou is.
Voordat de wereld vraagt om aandacht.
Je mag hier even blijven staan.
De tijd stopt.
Even.
Ik zeg je nu een paar woorden.
Zinnen.
Je hoeft ze niet te onthouden.
Laat ze maar klinken.
In je hoofd.
In je lijf.
Ze zijn er voor vandaag.
Ik mag mijn hand stil houden.
Voordat het scherm oplicht.
Ik mag mijn hand stil houden.
Voordat ik reageer.
Ik mag mijn hand stilhouden.
Een arm tijg.
Ik ben iemand die LINKE voor stilte.
Ik ben iemand die KIST voor de stilte.
Ik ben iemand die KIST voor de stilte.
Als enkere voor de dag.
Ik ben iemand die KIST finished stilte.
Mijn dag begint met wat ik zelf zeg, niet met wat er binnenkomt, en dag begint met wat ik zelf zeg, een woord, een zin.
Mijn dag begint met wat ik zelf zeg, in het Nederlands.
Mijn dag begint met wat ik zelf zeg.
Stel je nu een eerste zin ervoor vandaag.
Je loopt door de straat, de zon schijnt laag.
Je hoort het geluid van een winkel die open gaat, de bakker, de geur van versbrood.
Je stapt naar binnen, de bell boven de deur rinkelt.
Je zegt, goede morgen, een bruim broodje als die blieft.
De bakker knikt, je voelt de warmte van het moment, geen haast.
Je pakt het broodje aan, het papier voelt knisperend.
Je loopt verder, de straat is rustig.
Je hoort een fietsbel in de verte.
Het is een gewoon Nederlands moment en jij bent er.
Je spreekt, je luistert, je bent aanwezig, voordat de telefoon trilt.
Nu een tweede zin, het is later op de dag, tegen de middag.
Je staat bij een kassa, in een kleine kaaswinkel, de witte teegels, de glazen toonbank.
De kaasboer vraagt, wat mag het zijn?
Je kijkt naar de kazen, je wijst.
Je zegt, een stuk oude kaas graag, ongeveer 200 gram.
De kaasboer snijdt, het mes glijdt door de kaas.
Je ruikt de romige geur, hij weegt het.
Dat is drie euro 50.
Je pakt je portemonnee, je betaalt.
Je zegt, dank u wel, de kaasboer glimlacht.
Je stapt de winkel uit, de zon staat hoger.
Je voelt de papierenzak in je hand.
Het is een klein ritueel, Nederlands, gewoon en jij bent erbij.
Je spreekt, je hoort, je bent onderdeel van de dag.
Voordat de telefoon trilt, dit moment van 11-11.
Het is het kontaal van de stilte, het is een anker.
Als je straks je ogen opent, neem dit mee.
Je mag de hele dag terugkomen naar dit punt, naar de stilte, naar de adem, naar de keuze om eerst te wachten, voordat je reageert, voordat het scherm je roept.
Beweeg nu je voeten, beweeg je vingers, je handen, beweeg je schouders, cirkelen, adem in, adem uit, open je ogen.
Kijk naar het licht.
Je bent hier, klaar voor de dag, met de stilte in je zak.
Blijf even in cent, bij papierenzak in je hand.
Het gewicht van de kaas, de warmte van de zond op je arm.
Je hoort het geluid van een deur dichtvalt, een top lacht verderop.
Het is een gewoken dat, en jij bent er.
Je spreekt, je hoort.
Je bent onderdeel van het ritme, voordat het scherm oplicht.
Nu een derde scenn, het x middag.
Je stettings, een dikleining, een klein gracht.
Het bot er verweegd langzaam.
Je hoort het geklotstegen de stenen.
Een boot vaart voorbij.
De schipper zwaait, je zwaait terug.
Je voelt de reling onder je handen.
Het ijzer is kool, de lucht ruikt naar water en houdt.
Een fietsbel klinkt achter je.
Je stapt op zij.
De fietser zegt, dank je wel, je knikt.
Het is een klein gebouw, Nederlandse, gewoon en jij bent er.
Je spreekt niet altijd.
Soms luister je, soms knikje, soms sta je stil.
Ook dat is erbij horen.
Ik mag mijn hand stil houden, ook als de dag sneller gaat.
Ik mag mijn hand stil houden, even wachten.
Ik mag mijn hand stil houden, voor ik spreek, ik mag mijn hand stil houden.
Ik ben iemand die de stilte draagt als een herinnering.
Ik ben iemand die de stilte draagt, in mijn zak.
Ik ben iemand die de stilte draagt bij elk gesprek.
Ik ben iemand die de stilte draagt, mijn dag begint met wat ik zelf zeg.
Een woord dat ik kies.
Mijn dag begint met wat ik zelf zeg, een zin die ik vorm.
Mijn dag begint met wat ik zelf zeg in het Nederland.
Mijn dag begint met wat ik zelf zeg.
Het anker van elf, elf.
Het getal van de stilte.
Het is een teken, een herinnering aan dit moment, aan de adem.
Aan de keuze om eerst te wachten voordat je reageert.
Voordat het scherm je roept, neem het mee de hele dag.
Het zit in je hand, in je adem, in de stilte tussen de woorden.
Beweeg nu je tene, je voeten, beweeg je vingers, je handen, beweeg je schouders, cirkelsen, adem in, adem uit.
Open je ogen, kijk naar het licht.
Je bent hier klaar voor de dag, met de stilte in je zak.
Dit was hypnodutch.
Spreek Nederlands, zelfs als je stottert.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze