Dutch Fluency
Find my level
Login
Play me!

Thema 34: Het Straatfeest Plannen

Emma and Lars are standing in front of their apartment building on a sunny Saturday morning.

They are discussing the upcoming street party that the neighborhood is organizing, and Emma wants to know how she can help.

Emma: Ik zie dat iedereen bezig is met het straatfeest.

Wat moeten we eigenlijk doen?

Lars: Nou, we hebben een paar taken verdeeld.

Ik zorg voor de muziek en de drankjes.

Emma: Dat klinkt leuk.

Kan ik ook iets doen?

Ik wil graag helpen.

Lars: Ja, zeker.

We zoeken nog iemand die de tafels en stoelen kan regelen.

Emma: Dat kan ik doen.

Moet ik ze zelf ophalen of worden ze gebracht?

Lars: De buurman heeft een aanhanger.

We kunnen ze samen ophalen bij het buurthuis.

Emma: Oké, dat is duidelijk.

En wat voor eten nemen de mensen mee?

Lars: Iedereen brengt iets mee.

Je kunt iets maken of iets kopen, het maakt niet uit.

Emma: Ik denk dat ik een grote pan soep maak.

Dat past goed bij het weer.

Lars: Goed idee, soep is altijd een succes.

Maar let op, het feest begint om vier uur.

Emma: Dus we moeten alles klaar hebben voor drie uur.

Dat is haalbaar.

Lars: Precies, we moeten op tijd zijn.

De kinderen willen ook spelletjes doen.

Emma: Zijn er ook spelletjes voor volwassenen?

Ik vind dat altijd gezellig.

Lars: Ja, we hebben een bingo gepland en een quiz over de buurt.

Erg leuk.

Emma: Een quiz over de buurt?

Dat klinkt interessant.

Wie heeft dat bedacht?

Lars: Mijn buurvrouw Anouk.

Ze kent iedereen hier en ze weet veel grappige verhalen.

Emma: Leuk, dan leer ik de buren ook beter kennen.

Ik woon hier pas drie maanden.

Lars: Dat is juist het doel van een straatfeest.

Het is een mooie kans om te socializen.

Emma: Zeker, ik vind het fijn dat de buurt zo actief is.

In mijn vorige stad was dat anders.

Lars: Hier doen we het graag.

We hebben het twee keer per jaar, in juni en september.

Emma: Dat is slim.

Dan heb je altijd een moment om elkaar te zien.

Lars: Ja, en het houdt de buurt verbonden.

We zorgen voor elkaar.

Emma: Dat merkte ik al.

Mijn buurman heeft zelfs mijn planten water gegeven toen ik weg was.

Lars: Zie je wel, dat is typisch hier.

We staan voor elkaar klaar.

Emma: Nou, ik ga die soep maar vast maken.

Zie ik je straks bij het feest?

Lars: Zeker, ik kom rond drie uur naar het plein.

Tot straks!

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze