

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hé, ik zag iets grappigs vandaag.
SOPHIE: O, vertel eens.
Was het op je werk?
RICK: Ja, er kwam een man binnen met een papegaai.
DAAN: Een papegaai?
Dat is bijzonder.
Ik zie niet vaak een papegaai in een café.
RICK: Ja, en de vogel praatte veel.
Hij praatte de hele tijd.
SOPHIE: Wat zei de papegaai dan?
Was het iets grappigs?
RICK: Hij zei: “Ik wil een biertje.” En hij zei het heel duidelijk.
DAAN: Haha, echt?
En de man?
Wat deed de man toen?
RICK: De man lachte en kocht twee glazen bier.
Hij gaf er een aan de vogel, maar de vogel dronk niet.
SOPHIE: Dus de papegaai dronk ook?
Dat kan toch niet?
RICK: Nee, de vogel praatte alleen maar.
Hij keek naar het glas en zei weer: “Ik wil een biertje.” DAAN: Dat is een slimme vogel.
Hij weet wat hij wil.
SOPHIE: Had de papegaai een naam?
Dat wil ik weten.
RICK: Ja, de eigenaar zei: “Dit is Kees.” En hij zei het trots.
DAAN: Kees?
Dat is een normale naam voor een papegaai.
Maar het past wel bij een vogel.
RICK: Ja, maar Kees was een grote vogel.
Hij was zo groot als een kat.
SOPHIE: Was Kees ook luid?
Ik denk dat hij veel lawaai maakte.
RICK: Ja, hij schreeuwde soms hard.
Vooral als hij een biertje wilde.
DAAN: Dat lijkt me lastig in een kroeg.
Mensen willen rustig praten.
RICK: Maar het was gezellig, hoor.
Iedereen lachte om de vogel.
SOPHIE: Ik wil ook wel zo’n vogel.
Hij lijkt me leuk.
DAAN: En dan?
Hij praat de hele dag.
Dat wordt snel vervelend.
SOPHIE: Ja, maar dat is juist leuk.
Je hebt altijd gezelschap.
RICK: Maar een papegaai is veel werk.
Je moet hem elke dag eten geven en schoonmaken.
DAAN: Ja, je moet hem elke dag eten geven.
En ook water en aandacht.
SOPHIE: En hij maakt vast veel rommel.
Veren en zaadjes overal.
RICK: Klopt, maar het is wel een grappig dier.
Hij maakt je aan het lachen.
DAAN: Ik ken iemand met een papegaai.
Die man woont in mijn straat.
SOPHIE: Echt?
Hoe is die?
Is die vogel ook grappig?
DAAN: Die vogel zegt altijd: “Doe normaal!” En hij zegt het heel streng.
RICK: Haha, dat is mooi.
Dat zou ik ook willen horen.
SOPHIE: Waarom zegt hij dat?
Heeft de eigenaar iets gedaan?
DAAN: Omdat de eigenaar altijd gek doet.
Hij danst en zingt in de tuin.
RICK: Dat lijkt me een leuke vogel.
Ik wil hem ook zien.
SOPHIE: En wat zegt de vogel nog meer?
Heeft hij meer zinnen?
DAAN: Hij zegt ook: “Geef me een koekje.” En dan wacht hij stil.
RICK: Dat is grappig.
Hij vraagt om eten, net als een hond.
SOPHIE: Ik wil weleens naar die vogel kijken.
Wanneer kunnen we gaan?
DAAN: Dat kan, hij woont in mijn buurt.
We kunnen morgen gaan.
RICK: Mooi, dan gaan we samen.
Ik neem mijn camera mee.
SOPHIE: Ja, dat is een goed plan.
We maken een foto van de vogel.
DAAN: Maar eerst nog een biertje hier.
Het is nog vroeg.
RICK: Ja, dat is waar.
We hebben tijd.
SOPHIE: Proost, op de papegaaien.
Op Kees en de andere vogels.
DAAN: Proost!
Op Kees en de andere vogels.
En op de man die “Doe normaal” zegt.
RICK: Proost, vrienden.
Op een leuke avond.
SOPHIE: Dit is een fijne avond.
Ik heb veel gelachen.
DAAN: Zeker, met zulke verhalen.
We moeten vaker zo praten.
RICK: Ja, volgende keer vertel ik over de hond van mijn buurman.
SOPHIE: O, dat klinkt ook interessant.
Tot dan!
RICK: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze