

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het was een koude avond in december.
Ik zat in mijn kleine woonkamer in Den Haag.
Buiten waaide de wind hard en de regen tikte tegen het raam.
Ik had net een kop thee voor mezelf gezet.
De thee was warm en rook naar munt.
Het was een rustige avond, precies wat ik nodig had na een lange dag.
De klok op de muur tikte zachtjes.
Het was een vertrouwd geluid.
Mijn telefoon lag op tafel.
Ik pakte hem op en begon te scrollen door het nieuws.
Normaal gesproken lees ik alleen de koppen, maar vanavond bleef ik hangen bij een bericht.
Het ging over een ver land, ver weg van Nederland.
De Verenigde Staten hadden iets gedaan als reactie op acties van Iran.
Het was bij een belangrijke waterweg, de Straat van Hormuz.
Ik wist niet precies waar dat lag, maar ik herinnerde me dat ik er ooit over had geleerd op school.
De leraar had een kaart laten zien.
Het was een smalle strook water tussen bergen.
Ik las verder.
Het artikel zei dat er vliegtuigen waren gebruikt.
Ze hadden bommen gegooid op plekken die met Iran te maken hadden.
Dit was omdat Iran eerder schepen had aangevallen in dat gebied.
De schepen voeren door die waterweg om olie en andere spullen te vervoeren.
Nu was het onrustig daar.
De tekst was kort, maar de woorden voelden zwaar.
Ik zette mijn thee neer en dacht na.
De kop maakte een zacht geluid op de houten tafel.
Mijn buurman, meneer Jansen, had het er vanmiddag nog over.
Hij zei: "Het is weer raak in de wereld, hè?" Ik knikte toen, maar ik begreep niet helemaal wat er gebeurde.
Nu las ik het zelf en voelde ik een beetje onrust.
Het leek zo ver weg, maar toch voelde het dichtbij.
De prijzen van benzine waren al hoger geworden.
Mijn vriendin Lisa klaagde erover toen we samen boodschappen deden.
"Alles wordt duurder," zei ze.
"Zelfs de melk is duur." Ik herinnerde me haar stem, een beetje moe.
Ik dacht aan de mensen daar.
Zij moesten bang zijn.
Hier in Den Haag was het veilig.
Ik hoorde alleen de regen en de wind.
De regen maakte een ritme op het glas.
Maar ik kon me voorstellen dat het anders was in dat gebied.
De lucht was daar misschien vol met geluiden van motoren en harde knallen.
De mensen zochten dekking.
Het was een vreemd idee.
Ik keek naar mijn handen.
Ze waren stil.
Mijn telefoon ging.
Het was mijn zus.
"Hé, heb je het nieuws gezien?" vroeg ze.
"Ja, ik lees er net over," zei ik.
"Het is best eng, vind je niet?" Ze zuchtte.
"Ja, maar wat kunnen wij doen?
We zijn maar gewone mensen." We praatten nog even over andere dingen.
Over haar werk en over het weekend.
Haar stem klonk rustig.
Toen we ophingen, voelde ik me een beetje beter.
Ik liep naar de keuken om nog een kop thee te maken.
Het water kookte en ik schonk het in mijn kop.
De stoom ste op.
Ik keek naar buiten.
De straat was leeg.
De lantaarns gaven een zacht oranje licht.
Het was stil.
Alleen de wind was er.
Ik dacht aan de mensen in dat verre land.
Ik hoopte dat zij ook een rustig moment konden vinden.
Misschien niet vanavond, maar ooit.
Het was een stille wens.
Ik ging weer zitten en pakte mijn boek.
Het was een verhaal over een man die op reis ging.
Het was makkelijk om te lezen en het hielp me om mijn gedachten te verzetten.
Na een tijdje werd ik moe.
Ik deed het licht uit en ging naar bed.
De regen tikte nog steeds tegen het raam.
Het was een geruststellend geluid.
Ik dacht aan de dag.
Het was vreemd hoe nieuws van ver weg je toch raakt.
Maar hier was ik veilig.
Dat was genoeg.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze