Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Unlimited trains for 49 euros

Het is een warme dag in Den Haag. De zon schijnt.

Op het station lopen veel mensen.

Emma staat op perron 5.

Ze kijkt op haar telefoon.

Ze leest het nieuws.

Er staat onbeperkt treinen in de zomer voor 49 euro per maand.

Emma lacht.

Dat is goedkoop, roept ze.

Een man naast haar kijkt op.

Hij heet Daan.

Hij draagt een gele jas.

Wat zeg je?

Vraagt Daan.

Emma laat haar telefoon zien.

Kijk.

In de zomer kun je voor 49 euro per maand onbeperkt treinen.

Dat is een wetsvoorstel.

Het gaat naar de kamer.

Daan leest het.

Echt?

Dat is geweldig.

Dan kan ik naar mijn vriendin in groningen.

Nu is de trein duur.

Emma knikt.

Ja.

Ik wil naar het strand in Zandvoort en naar mijn oma in Maastricht.

Dat kan dan allemaal.

Daan glimlacht.

Maar gaat het echt gebeuren?

De politiek beslist.

Emma haalt haar schouders op.

Ik hoop het.

Het is een plan van de partij GroenLinks en de PvdA.

Ze willen dat mensen vaker de trein nemen.

Dan is het beter voor het milieu.

Daan fronst.

Is het niet te mooi om waar te zijn?

49 euro per maand.

Dat is heel weinig.

Emma knikt.

Ja.

Misschien.

Maar het staat in de krant.

Het voorstel is naar de tweede kamer.

Daar praten ze erover.

Als de meerderheid ja zegt dan komt het.

Daan kijkt op zijn horloge.

Mijn trein komt zo.

Ik ga naar Amsterdam.

Nu betaal ik 20 euro voor een enkele reis.

Dat is veel.

Emma zucht.

Ik weet het.

Ik studeer in Leiden.

Elke dag heen en weer.

Dat kost veel geld.

Daan kijkt naar de lucht.

De zomer komt er aan.

Dan wil ik naar het strand.

Naar Texel.

Of naar de Veluwe.

Emma lacht.

Dan neem jij de trein.

En ik ook.

We kunnen overal naar toe.

Daan lacht terug.

Maar eerst moet de politiek het goedkeuren.

Even tussendoor.

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering.

Of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Wanneer horen we dat?

Emma schudt haar hoofd.

Ik weet het niet.

Misschien volgende maand.

Misschien later.

De trein komt aan.

De deuren gaan open.

Mensen stappen in.

Daan stapt ook in.

Tot ziens roept hij.

Ik hoop je te zien in de trein deze zomer.

Emma zwaait.

Ja.

Tot ziens.

De trein rijdt weg.

Emma blijft op het perron.

Ze denkt aan de zomer.

Ze ruikt de zeelucht al.

Ze hoort de golven.

Ze ziet de duinen.

Ze glimlacht.

Maar dan denkt ze.

Wat als het niet doorgaat?

Ze hoort het geluid van een andere trein.

Ze kijkt op haar telefoon.

Het nieuws blijft staan.

Ze leest de reacties.

Mensen zijn blij.

Maar sommige mensen zeggen dit kan niet.

Het is te duur voor de overheid.

Emma voelt een beetje twijfel.

Maar ze hoopt.

Ze gelooft dat het kan.

Ze loopt naar de uitgang.

Buiten is het druk.

Fietsen, auto's, mensen.

Mensen.

Ze steekt de straat over.

Ze gaat naar huis.

In de tram denkt ze.

49 euro voor een maand.

Treinen.

Dat is een droom.

Ze kijkt uit het raam.

De stad gaat voorbij.

Ze ziet een vrouw met een rode fiets.

Ze ziet een man met een ijsje.

Ze hoort kinderen lachen.

Ze voelt de warmte van de zon.

Thuis aangekomen doet ze de deur open.

Haar kat komt naar haar toe.

Ze aait de kat.

Mauw.

Zegt de kat.

Emma lacht.

Ja, jij vindt het ook leuk, hè?

Als we naar het strand gaan.

Ze gaat zitten.

Ze pakt een glas water.

Ze neemt een slok.

Ze voelt zich hoopvol.

Maar ook een beetje onzeker.

Zal het echt gebeuren?

Ze weet het niet.

Maar ze wacht af.

In de zomer wil ze de trein nemen.

Naar de zee.

Naar de bergen.

Naar vrienden.

En dat voor 49 euro per maand.

Dat klinkt goed.

Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.

Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.

Spreek Nederlands.

Zelfs als je stottert.

Tot de volgende keer.

0:00
Aanpassen

Tekst

Modus

Audio

Pauze