

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Kijk op mijn telefoon.
SOPHIE: Wat is er?
RICK: Een filmpje van onweer.
DAAN: Waar is dat?
RICK: In Rotterdam.
SOPHIE: Is het bij de toren?
RICK: Ja, bij De Rotterdam.
De toren is hoog, heel hoog.
DAAN: Ik zie licht.
RICK: Dat is bliksem.
SOPHIE: Mooi, hè?
DAAN: Ja, heel mooi.
Het licht is groot.
RICK: Het is groot licht, ja.
SOPHIE: Is het in de lucht?
RICK: Ja, in de lucht.
Kijk, de bliksem is in de lucht.
DAAN: Ik zie een brug.
RICK: Dat is de Erasmusbrug.
De brug is ook groot.
SOPHIE: Gaat de bliksem naar de brug?
RICK: Nee, niet naar de brug.
De bliksem gaat naar de toren.
DAAN: Alleen naar de toren.
RICK: Ja, naar de toren.
De toren is hoog, dus de bliksem gaat naar de toren.
SOPHIE: Dat is raar.
DAAN: Nee, dat is normaal.
Hoge dingen krijgen bliksem.
De toren is hoog, dus de bliksem gaat naar de toren.
RICK: De toren is hoog.
Hij is heel hoog.
De toren is het hoogste gebouw.
SOPHIE: Is de bliksem gevaarlijk?
RICK: Nee, voor ons niet.
Wij zitten binnen.
DAAN: Wij zitten binnen, dus het is veilig.
Binnen is veilig voor bliksem.
SOPHIE: Dat is goed.
Binnen is veilig.
Ik ben blij dat wij binnen zitten.
RICK: Het filmpje is van juni.
DAAN: Negentien juni?
RICK: Ja, negentien juni.
In de avond.
SOPHIE: ’s Avonds?
RICK: Ja, ’s avonds.
Het was donker.
Het was donker in de avond.
DAAN: Was ik thuis?
RICK: Was?
DAAN: Ja, ik was thuis.
RICK: Nee, zeg: ik ben thuis.
DAAN: O, ik ben thuis.
Ik ben thuis op die avond.
Ik ben thuis in mijn huis.
RICK: Goed zo.
SOPHIE: Ik ben ook thuis.
Ik ben thuis in Amsterdam.
DAAN: Jij woont in Amsterdam.
SOPHIE: Ja, in Amsterdam.
Daar is geen onweer?
DAAN: Nee, niet op die dag.
Alleen in Rotterdam.
RICK: Alleen in Rotterdam.
Het onweer was in Rotterdam.
Het was mooi onweer in Rotterdam.
DAAN: Mooi voor Rotterdam.
SOPHIE: Heb je een foto?
RICK: Nee, alleen een filmpje.
Het filmpje is van het onweer.
Het filmpje is kort.
DAAN: Laat nog eens zien.
RICK: Kijk, de bliksem komt.
Zie je de bliksem?
SOPHIE: Ik zie het nu.
Het is mooi.
Het licht is mooi.
DAAN: Het is groot.
RICK: En snel.
De bliksem is snel.
Heel snel.
SOPHIE: Het is mooi licht.
DAAN: Is het echt?
RICK: Ja, het is echt.
Het filmpje is echt.
Het onweer is echt.
SOPHIE: Ik geloof je.
DAAN: Het is een mooi beeld.
RICK: Ja, heel mooi.
Het onweer is mooi.
Ik vind het mooi.
SOPHIE: Ik drink mijn bier.
Het bier is koud.
DAAN: Ik ook.
Ik drink mijn bier.
Mijn bier is ook koud.
RICK: Proost.
SOPHIE: Proost.
DAAN: Op het onweer.
RICK: Op het onweer.
SOPHIE: Gezellig.
DAAN: Ja, gezellig.
Het is gezellig met bier en onweer.
Het onweer maakt het gezellig.
RICK: Ja, gezellig.
Bier en onweer, dat is goed.
SOPHIE: Ik zie nog een bliksem.
RICK: Ja, in het filmpje.
De bliksem is mooi.
DAAN: Het is een mooi filmpje.
RICK: Ja, een mooi filmpje van onweer in Rotterdam.
SOPHIE: Ik drink nog een slok.
DAAN: Ik ook.
Proost nog een keer.
RICK: Proost.
SOPHIE: Proost.
DAAN: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze