

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hé, een biertje?
SOPHIE: Ja, lekker.
Ik heb dorst.
DAAN: Ik ook.
Een biertje is goed.
RICK: Mooi.
Ik heb een plan.
SOPHIE: O, een plan?
Vertel het plan.
DAAN: Wat is het?
Is het leuk?
RICK: Almere.
De stad.
SOPHIE: Almere?
Grappig.
Ik ken Almere een beetje.
DAAN: Waarom Almere?
Waarom niet Amsterdam?
RICK: Mijn broer woont daar.
Hij heet Tom.
SOPHIE: Is het ver?
Is het ver met de auto?
DAAN: Niet ver.
Een uur.
Een uur rijden.
RICK: Wij gaan met de auto.
Mijn auto is groot.
SOPHIE: Wanneer gaan wij?
Zaterdag of zondag?
DAAN: Zaterdag?
Zaterdag is goed voor mij.
RICK: Ja, zaterdag.
Zaterdagochtend.
SOPHIE: Wat doen wij daar?
Wat is het plan?
RICK: Een wandeling.
En eten.
Eerst wandelen, dan eten.
DAAN: Bij een restaurant?
Een leuk restaurant?
RICK: Ja, een restaurant.
Mijn broer kent een goed restaurant.
SOPHIE: Mijn vriendin komt ook.
Zij heet Kim.
DAAN: Leuk.
Hoe heet zij?
Kim?
Is zij aardig?
SOPHIE: Kim.
Zij is grappig.
Zij maakt grappen.
RICK: Mooi.
Kim is welkom.
Hoeveel mensen?
Vier?
DAAN: Hoe laat gaan wij?
Om tien uur?
RICK: Om tien uur.
Tien uur is goed.
SOPHIE: Tien uur?
Vroeg.
Ik sta om acht uur op.
DAAN: Ik sta om negen uur op.
Dat is later.
RICK: Dat is goed.
Om tien uur hier.
SOPHIE: Neem jij de auto?
Jouw auto?
RICK: Ja, ik neem de auto.
De blauwe auto.
DAAN: Ik rij mee.
Ik zit voorin.
SOPHIE: Ik ook.
Ik zit achterin.
RICK: Mooi.
Wij passen erin.
Vier mensen in de auto.
SOPHIE: Heeft jouw broer een huis?
Een groot huis?
RICK: Ja, een groot huis.
Met een tuin.
DAAN: Met een tuin?
Een tuin met bloemen?
RICK: Ja, een tuin.
Met gras en een boom.
SOPHIE: Fijn.
Ik hou van de tuin.
Ik zit graag in de tuin.
DAAN: Het weer is goed.
Zaterdag is het zonnig.
RICK: Ja, de zon schijnt.
Geen regen.
SOPHIE: Ik neem een fles water.
Water voor de wandeling.
DAAN: Ik neem koekjes.
Chocoladekoekjes.
RICK: Goed plan.
En bier?
Bier voor na de wandeling?
SOPHIE: Ja, bier ook.
Een paar flessen.
DAAN: Een krat?
Een krat bier?
RICK: Nee, een paar flessen.
Drie of vier flessen.
SOPHIE: Prima.
Ik koop ze.
Ik koop bier in de winkel.
DAAN: Ik betaal de benzine.
Voor de auto.
RICK: Eerlijk.
Dank jullie wel.
Jullie zijn aardig.
SOPHIE: Wij hebben een leuke dag.
Een dag in Almere.
DAAN: Ja, ik heb zin.
Ik heb veel zin.
RICK: Ik ook.
Het wordt gezellig.
Met muziek in de auto.
SOPHIE: Zeg het adres.
Het adres van jouw broer.
RICK: Ik stuur het straks.
Via de telefoon.
DAAN: Via de telefoon?
Via de app?
RICK: Ja, via de app.
De app op mijn telefoon.
SOPHIE: Mooi.
Ik zie het.
Ik kijk op mijn telefoon.
DAAN: Ik ook.
Ik zie het adres.
RICK: Ik ben blij.
Blij met dit plan.
SOPHIE: Ik ook.
Tot zaterdag.
Tot zaterdagochtend.
DAAN: Tot zaterdag.
Om tien uur.
RICK: Ja.
Tot dan.
Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze