

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hallo Daan.
Hallo Sophie.
SOPHIE: Hoi Rick.
Heb je koffie?
DAAN: Ik wil ook graag koffie.
RICK: Hier is de koffie.
Lekker warm.
SOPHIE: Dank je.
Heb jij ook brood?
RICK: Ja, ik heb brood met kaas.
DAAN: Ik heb een appel bij mij.
SOPHIE: Eten is belangrijk in de pauze.
RICK: Zeker.
Hoe is jouw werk, Sophie?
SOPHIE: Mijn werk is goed.
En druk.
DAAN: Ik heb vandaag ook veel werk.
RICK: Ik lees iets op mijn telefoon.
SOPHIE: Wat lees je op jouw telefoon?
RICK: Ik lees over de paus.
DAAN: De paus?
De man in Rome?
RICK: Ja, de man in Rome.
SOPHIE: Wat zegt de man in Rome?
RICK: Hij praat over de computer.
DAAN: Praat hij echt over de computer?
RICK: Ja.
Hij kijkt naar de wereld.
SOPHIE: Vindt hij de computer goed?
RICK: Soms wel, en soms niet.
DAAN: Waarom is de computer soms slecht?
RICK: De computer is soms de baas.
SOPHIE: Een computer is geen mens.
RICK: Precies.
Dat zegt de paus ook.
DAAN: Mijn computer is heel erg dom.
SOPHIE: Jouw computer helpt bij jouw werk.
DAAN: Ja, mijn computer helpt mij goed.
RICK: Maar denk eens aan een oorlog.
SOPHIE: Oorlog is echt heel erg.
RICK: Ja, oorlog is altijd heel slecht.
DAAN: Wat doet de computer in oorlog?
RICK: De computer kiest in de oorlog.
SOPHIE: Dat is echt heel erg fout.
RICK: De paus is daar bang voor.
DAAN: Ik ben ook bang voor oorlog.
SOPHIE: Mensen moeten altijd de baas zijn.
RICK: Ja, de mens moet altijd kiezen.
DAAN: Een computer heeft helemaal geen hart.
SOPHIE: Een computer voelt ook helemaal niks.
RICK: De paus wil regels voor computers.
DAAN: Regels zijn vaak goed voor mensen.
SOPHIE: Regels zijn ook goed voor computers.
RICK: De man in Rome zegt dat.
DAAN: Hij heeft eigenlijk wel gelijk.
SOPHIE: Ja, hij heeft zeker heel gelijk.
RICK: Wij gebruiken de computer voor werk.
DAAN: En wij gebruiken hem voor spelletjes.
SOPHIE: Ik stuur vaak een lange e-mail.
RICK: Ik lees een boek op het scherm.
DAAN: Dat is allemaal heel erg normaal.
SOPHIE: Maar de oorlog is niet normaal.
RICK: Nee, de oorlog is helemaal fout.
DAAN: Computers en oorlog, dat is fout.
SOPHIE: De paus waarschuwt ons allemaal.
RICK: Hij zegt: let heel goed op.
DAAN: Wij moeten ook heel goed opletten.
SOPHIE: Ik begrijp de paus nu wel.
RICK: Ik begrijp hem ook heel goed.
DAAN: Ik eet mijn appel nu op.
SOPHIE: Is de appel lekker en zoet?
DAAN: Ja, de appel is heel lekker.
RICK: Ik eet mijn brood met kaas.
SOPHIE: Kaas is altijd goed in Nederland.
RICK: Ja, wij houden erg van kaas.
DAAN: Is er nog meer koffie, Rick?
RICK: Ja, de pot is nog vol.
SOPHIE: Mag ik nog een klein beetje?
RICK: Natuurlijk.
Hier is jouw nieuwe koffie.
DAAN: Wij praten over grote dingen vandaag.
SOPHIE: Dat is leuk in de pauze.
RICK: De pauze is wel bijna klaar.
DAAN: Ik moet zo weer aan het werk.
SOPHIE: Mijn computer wacht nu op mij.
RICK: Mijn computer wacht ook op mij.
DAAN: Jij bent de baas, toch Sophie?
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze