

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is maandagochtend, zeven uur.
De lucht is nog donker en de straten zijn nat van de regen.
Ik sta bij de tramhalte in Den Haag.
Mijn adem maakt kleine wolkjes in de kou.
Ik ruik de natte bladeren op de grond.
De wind voelt koud aan op mijn wangen.
Ik wacht op tram 1, die naar Scheveningen gaat.
Ik hou niet van Scheveningen.
Het is daar altijd druk en de meeuwen schreeuwen hard.
Maar vandaag moet ik er zijn voor mijn werk.
Eindelijk komt de tram.
De deuren gaan open met een zucht.
Ik stap in en zoek een plekje.
De tram is bijna leeg.
Alleen voorin zit een oude mevrouw met een grote boodschappentas.
Ik ga zitten bij het raam.
Ik kijk naar buiten.
De stad is nog stil.
De winkels zijn dicht.
Een man op een fiets rijdt voorbij.
Hij heeft een gele regenjas aan.
De regen tikt zachtjes op het raam.
Dan stopt de tram bij de volgende halte.
De deuren gaan open.
Er stapt een jongen in.
Hij is ongeveer twintig jaar.
Hij draagt een grote rugzak en oortjes in zijn oren.
Hij gaat tegenover mij zitten.
Hij kijkt naar zijn telefoon.
Ik kijk weer naar buiten.
De lucht wordt langzaam lichter.
Ik zie een gracht met eenden.
Ze zwemmen rustig in het water.
Plotseling hoor ik een geluid.
Het is een vreemd geluid.
Een soort zoemend geluid.
Ik kijk om me heen.
De jongen tegenover mij heeft zijn oortjes uitgedaan.
Hij kijkt ook rond.
Het geluid komt van de oude mevrouw voorin.
Zij heeft een klein doosje in haar hand.
Het doosje trilt en maakt het zoemende geluid.
Het klinkt als een harde bij.
De mevrouw schrikt ervan.
De jongen staat op.
Hij loopt naar de mevrouw toe.
Mevrouw, gaat het wel?
Vraagt hij?
De mevrouw kijkt op.
Reageer onder deze aflevering.
Of stuur me een DM op Instagram.
Dan stuur ik je een speciale kortingskode
voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal.
De mevrouw kijkt op.
Ze lacht.
Oh sorry!
Zegt ze.
Het is mijn nieuwe telefoon.
Hij trilt zo hard.
Ik weet niet hoe ik hem uit moet zetten.
De jongen helpt haar.
Hij drukt op een paar knoppen.
Het zoemen stopt.
De mevrouw zucht diep.
Dank je wel, jongeman.
Zegt ze.
Ik ben al oud.
Al die nieuwe dingen zijn zo moeilijk.
De jongen glimlacht.
Geen probleem.
Zegt hij.
Mijn oma heeft hetzelfde probleem.
Hij gaat weer zitten.
De mevrouw stopt haar telefoon in haar tas.
Ze kijkt nog even naar de jongen.
En glimlacht.
Ik kijk naar de jongen.
Eerst dacht ik dat hij een vervelende jongere was.
Met harde muziek.
Maar hij is aardig.
Hij helpt een oude mevrouw.
Dat had ik niet verwacht.
Ik voel me een beetje schuldig.
Ik heb hem verkeerd beoordeeld.
Mijn oma zei altijd:
Je moet niet oordelen zonder te kijken.
Nu begrijp ik wat ze bedoelde.
De tram rijdt verder.
We komen bij het strand.
Ik zie de zee.
De golven zijn grijs vandaag.
De meeuwen vliegen in de lucht.
Ze schreeuwen hard.
Ik ruik de zoute lucht van de zee.
Ik stap uit bij de halte Scheveningen.
De jongen stapt ook uit.
Hij loopt de andere kant op.
Ik kijk hem na.
Dan loop ik naar mijn werk.
De wind waait door mijn haren.
Die avond zit ik thuis op de bank.
Ik denk terug aan de tram.
Aan de oude mevrouw en de jonge jongen.
Ik moest glimlachen.
Soms heb je vooroordelen over mensen.
Maar mensen kunnen je verrassen.
Ik kijk naar mijn eigen telefoon.
Hij trilt.
Een bericht van mijn moeder.
Hoe was je dag?
Ik typ terug.
Bijzonder.
Ik heb iets geleerd in de tram.
Tot de volgende.
Open de interactieve speler op Dutchfluency.com.
Slash transcripts.
Tik op een woord als je vastloopt.
Bedankt voor het luisteren naar Dutch fluency.
Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.
Spreek Nederlands zelfs als je stottert.
Tot de volgende keer.
Aanpassen
Tekst
Modus
Audio
Pauze