

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Lisa en Mark zitten in een groot vliegtuig.
Ze komen terug van een lange reis.
Ze waren heel lang op een grote boot.
De boot heet de Hondius.
Het was een mooie reis op het water, maar nu willen ze graag naar huis.
Het vliegtuig vliegt hoog in de lucht.
Lisa kijkt uit het kleine raam.
Ze ziet witte wolken en blauwe lucht.
Mark leest een boek over dieren.
Hij vindt dieren heel erg leuk.
Op de boot zagen ze veel dieren.
Ze zagen grote vissen in de zee.
Ze zagen ook veel witte vogels.
Het was heel koud op het water.
Ze droegen altijd dikke jassen en mutsen.
Nu is het lekker warm in het vliegtuig.
Een vrouw brengt eten en drinken.
Ze draagt een mooi blauw pak.
"Willen jullie koffie of thee?" vraagt de vrouw.
"Graag twee koffie," zegt Mark tegen haar.
Ze drinken de warme koffie langzaam op.
De koffie smaakt heel erg goed.
Lisa denkt aan haar eigen bed.
Ze wil heel graag weer goed slapen.
Op de boot was het bed erg klein.
Ook bewoog de boot heel erg veel.
Soms was Lisa een beetje ziek, maar ze vond de reis toch heel mooi.
Mark kijkt op zijn horloge.
We zijn bijna in Nederland, zegt hij blij.
Lisa lacht naar hem.
Ze is blij dat ze bijna thuis zijn.
Het vliegtuig gaat langzaam naar beneden.
Ze vliegen naar de stad Eindhoven.
Eindhoven ligt in het zuiden van Nederland.
Het is een grote en drukke stad.
De wielen van het vliegtuig raken de grond.
Het vliegtuig stopt met rijden.
Iedereen in het vliegtuig is erg blij.
Mensen pakken hun tassen en jassen.
Lisa en Mark lopen naar buiten.
Ze lopen het grote gebouw in.
Het is druk in het gebouw.
Er zijn heel veel mensen.
Ze wachten op hun grote koffers.
De koffers komen op een lange band.
Mark ziet zijn rode koffer snel.
Lisa moet iets langer wachten op haar koffer.
Dan ziet ze haar blauwe koffer ook.
Ze pakken de koffers en lopen verder.
Ze lopen door grote deuren naar buiten.
Daar staan veel mensen te wachten.
Mensen wachten op hun familie en vrienden.
Lisa kijkt goed om zich heen.
Ze zoekt haar vader en moeder.
Dan ziet ze haar ouders staan.
haar moeder zwaait heel hard met haar hand.
Lisa rent snel naar haar moeder toe.
Ze geeft haar moeder een dikke knuffel.
Ook haar vader krijgt een grote knuffel.
Mark ziet zijn broer ook staan.
Zijn broer heeft een grote auto mee.
Hoe was de reis, vraagt de vader van Lisa.
Het was heel mooi, zegt Lisa blij.
Maar ik ben ook blij om hier te zijn.
Ze lopen met zijn allen naar de auto.
De auto staat op een grote parkeerplaats.
Mark legt de koffers in de auto.
Ze stappen in en rijden naar huis.
Lisa kijkt uit het raam van de auto.
Ze ziet de bomen en de huizen.
Alles in Nederland is zo groen.
Op het water was alles blauw en wit.
Ze is blij met de groene bomen.
Ze praten veel in de auto.
Mark vertelt over de grote vissen.
Lisa vertelt over het koude weer.
haar ouders luisteren heel erg goed.
Ze vinden de verhalen heel erg leuk.
Na een uur zijn ze eindelijk thuis.
Het huis is lekker warm en stil.
Lisa loopt naar haar eigen slaapkamer.
Ze ziet haar grote en zachte bed.
Ze is heel erg blij met haar bed.
Vanavond gaat ze heel erg lang slapen.
Maar eerst gaan ze samen lekker eten.
haar moeder heeft soep en brood gemaakt.
Dat is heel normaal in Nederland.
Na het eten gaat Lisa naar bed.
Ze sluit haar ogen en slaapt direct.
Ze droomt over de grote boot.
Ze droomt over de witte vogels.
Maar ze is blij dat ze thuis is.
Morgen is er weer een nieuwe dag.
Tot de volgende keer.
Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.
Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.
Spreek Nederlandse zelfs alsje stottert.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze