

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Rick: Wow, wat een lange rij.
Tom: Ja, echt lang.
De muziek is goed.
Rick: Welke muziek is dit?
Ik ken het niet.
Tom: Ik weet het niet.
Maar het is vrolijke muziek.
Julia: Heel goed!
Ik heb zin om te dansen.
Rick: Ik ook.
Maar eerst drinken.
Ik heb dorst.
Tom: Ik ook.
Ik wil een biertje.
Julia: Ik wil een water.
De zon is warm.
Rick: Ja, het is warm vandaag.
Goed weer.
Tom: Perfect weer voor een festival.
Julia: Gisteren was het koud.
Vandaag is het veel beter.
Rick: Ja, gisteren was het slecht weer.
Nu schijnt de zon.
Tom: Ik hou van de zon.
Julia: Kijk, de rij gaat een beetje.
Rick: Gelukkig.
Ik lees even mijn telefoon.
Tom: Wat lees je, Rick?
Rick: Ik lees het nieuws.
Het is interessant.
Julia: Oh?
Wat is het nieuws?
Rick: Het gaat over een Nederlands bedrijf.
Tom: Een bedrijf?
Welk bedrijf?
Rick: Een heel groot bedrijf.
Het heet ASML.
Julia: ASML?
Ik ken dat niet.
Rick: Zij maken machines.
Speciale machines.
Tom: Wat doen die machines?
Rick: Ze maken chips voor telefoons.
En computers.
Julia: Oh, dat is belangrijk werk.
Rick: Ja, heel belangrijk.
Tom: Iedereen heeft een telefoon.
Jij hebt een telefoon, ik heb een telefoon.
Julia: Zonder chips is er geen telefoon.
Dat is waar.
Rick: Precies.
Maar er is een probleem met het bedrijf.
Tom: Een probleem?
Wat is het probleem?
Rick: Amerika heeft regels voor ASML.
Julia: Amerika?
Dat is een ander land.
Rick: Ja.
Amerika zegt: verkoop niet aan China.
Tom: Waarom niet?
China is ook een land.
Rick: Amerika zegt dat het niet mag.
Julia: En?
Wat doet het bedrijf?
Rick: Het bedrijf luistert niet goed.
Denk ik.
Tom: Oei.
Dus zij verkopen toch?
Rick: Ja, misschien.
Het is niet duidelijk.
Julia: Dat is een groot probleem.
Rick: Ja.
Regels zijn belangrijk.
Tom: Maar geld is ook belangrijk.
Voor een bedrijf.
Julia: Dat is waar.
Zij willen veel geld.
Rick: Ja, een bedrijf wil altijd meer geld.
Julia: Maar je moet luisteren naar de regels.
Rick: Precies.
Het is moeilijk.
Politiek is moeilijk.
Tom: Dus, een Nederlands bedrijf heeft een probleem.
Rick: Ja.
Met Amerika en met China.
Julia: En de baas van het bedrijf?
Rick: Hij heeft stress.
Denk ik.
Tom: Haha, ja.
Dat denk ik ook.
Julia: Is het een goed bedrijf?
Of een slecht bedrijf?
Rick: Het is een goed bedrijf.
Ze zijn heel slim.
Tom: Maar ze luisteren niet.
Dat is niet slim.
Julia: Nee, dat is niet goed.
Rick: Het is complex.
Een beetje goed, een beetje slecht.
Tom: Net als het leven, Rick.
Julia: Haha!
Tom is een filosoof.
Rick: Ja, een festival-filosoof.
Tom: Kijk!
De rij is kort nu.
Julia: Oh ja!
We zijn bijna aan de beurt.
Rick: Super.
Ik heb echt veel dorst.
Julia: Wat neem jij, Rick?
Een biertje?
Rick: Nee, ik neem een cola.
Met ijs.
Julia: Lekker, cola met ijs.
Dat is heel koud.
Rick: Ja, koud drinken is goed tegen de dorst.
Tom: Goede keuze.
Ik blijf bij bier.
Julia: En ik bij mijn water.
Proost alvast!
Rick: Proost!
Op een goed festival.
Tom: En op bedrijven met problemen.
Julia: Haha, nee!
Op een festival zonder problemen.
Rick: Dat is beter.
Kom, we gaan bestellen.
Tom: Eindelijk!
Ik ben er klaar voor.
Julia: Ik ook.
Laten we gaan!
Rick: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze