

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Rick: Ik ben moe.
Sophie: Waarom ben je moe?
Rick: Mijn werk is lang.
Ik werk de hele dag.
Daan: Heb je hard gewerkt?
Rick: Ja, ik heb veel gedaan.
Ik heb een computer gemaakt.
Sophie: Wat heb je gedaan?
Heb je de computer gemaakt?
Rick: Ja, ik heb de computer gemaakt.
Eerst de kast, toen de draden.
Daan: Is de computer goed?
Werkt hij?
Rick: Ja, de computer werkt.
Hij werkt goed.
Sophie: Mooi.
Drink je bier?
Rick: Ja, ik drink bier.
Bier is lekker.
Daan: Ik drink ook bier.
Ik drink graag bier.
Sophie: Proost!
Rick: Proost op het werk.
Daan: En op de rust.
Rust is fijn na werk.
Sophie: Heb je een telefoon?
Rick: Ja, ik heb een telefoon.
Mijn telefoon is nieuw.
Daan: Waarom vraag je dat?
Sophie: Ik wil een foto maken.
Een foto van ons.
Rick: Maak een foto van ons.
Wij zijn moe, maar de foto is leuk.
Daan: Dat is een goed idee.
Een foto voor later.
Sophie: Kijk, de foto is leuk.
Jij lacht, Rick.
Rick: Ja, wij zijn moe.
Moe maar blij.
Daan: Moe maar blij.
Dat is goed.
Sophie: Eet je ook iets?
Rick: Ja, ik eet een broodje.
Een broodje met kaas.
Daan: Ik eet kaas.
Kaas is lekker.
Sophie: Ik eet ook kaas.
Kaas met brood.
Rick: Kaas is lekker.
Ik eet kaas elke dag.
Daan: Ja, kaas is goed.
Kaas is gezond?
Sophie: Een beetje.
Maar lekker is belangrijk.
Rick: Heb je een auto?
Sophie: Ja, ik heb een auto.
Mijn auto is klein.
Daan: Is de auto groot?
Rick: Nee, de auto is klein.
Klein is goed in de stad.
Sophie: Mijn auto is ook klein.
Ik rijd graag.
Daan: Rij je naar huis?
Rick: Ja, ik rij naar huis.
Na het bier.
Sophie: Ik ga met de bus.
De bus is makkelijk.
Daan: Ik loop naar huis.
Lopen is gezond.
Rick: Dat is gezond.
Lopen is goed voor je.
Sophie: Ja, lopen is goed.
Maar ik ben moe.
Daan: Ik ben niet moe nu.
Het bier helpt.
Rick: Mooi.
Drink nog een bier.
Sophie: Ja, nog een bier.
Nog een proost.
Daan: Proost!
Rick: Proost op de vrienden.
Sophie: En op de kroeg.
De kroeg is gezellig.
Daan: Dit is gezellig.
Vrienden en bier.
Rick: Ja, het is leuk hier.
Ik kom graag.
Sophie: Ik ga naar huis.
Het is laat.
Daan: Ik ga ook.
Morgen weer werken.
Rick: Tot morgen.
Werk ze.
Sophie: Tot morgen.
Slaap lekker.
Daan: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer op Dutch Fluency.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze