

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Het is lekker weer vandaag.
De zon schijnt mooi.
EMMA: Ja, ik zit hier graag.
De zon is warm.
Het is fijn.
LARS: Het bier is koud.
Dat is lekker.
Koud bier is goed.
RICK: Hoor je over de nieuwe school?
De school in de stad?
EMMA: Nee, wat is er?
Vertel het.
Ik hoor graag nieuws.
LARS: Ja, vertel.
Ik ben nieuwsgierig.
RICK: Kinderen leren daar Latijn.
Ja, Latijn.
Oude taal.
LARS: Latijn?
In de kleuterklas?
Dat is gek.
Heel gek.
RICK: Ja, kleine kinderen leren het.
Ze zijn jong.
Vier of vijf jaar.
EMMA: Dat is raar.
Waarom doen ze dat?
Is het nodig?
RICK: De school vindt het goed.
Het is een idee.
Ze zeggen: kinderen leren snel.
LARS: Ik leer geen Latijn nu.
Ik leer Engels.
Engels is makkelijk.
EMMA: Nee, ik ook niet.
Ik leer koken.
Koken is leuk.
RICK: De school is niet gewoon.
Het is anders.
Speciaal.
LARS: Wat doen ze nog meer?
Zijn er andere dingen?
Vertel meer.
RICK: Ze praten over het verleden.
Over oude dingen.
Over Romeinen.
EMMA: Over wat?
Over koningen?
Over verhalen?
RICK: Over verre landen en de zee.
En over boten.
Grote boten.
LARS: Dat klinkt interessant.
Ik hou van verhalen.
Van oude verhalen.
EMMA: Maar is het goed voor kinderen?
Zijn ze niet te jong?
Te klein?
RICK: De school denkt van wel.
Ze zeggen: kinderen leren snel.
Ze onthouden goed.
LARS: Ik weet het niet.
Mijn nichtje is vier.
Ze speelt.
Ze lacht.
Geen Latijn.
RICK: De kinderen zijn blij.
Ze lachen veel.
Ze spelen ook.
EMMA: Dat is het belangrijkste.
Blij zijn is goed.
Leren is leuk.
LARS: Ja, een blij kind is goed.
Een blij kind leert beter.
Dat is waar.
RICK: Wil je meer bier?
Het is koud.
Lekker koud.
EMMA: Ja, graag.
Nog een glas.
Het smaakt goed.
LARS: Ik ook.
Het is lekker.
Koud bier is fijn.
RICK: Ik bestel nog een rondje.
Drie bier.
Voor ons allemaal.
EMMA: Jij bent altijd de beste.
Dank je.
Je bent aardig.
LARS: Ja, Rick is een vriend.
Een goede vriend.
Een leuke vriend.
RICK: Dank jullie wel.
Jullie zijn ook leuk.
Leuke vrienden.
EMMA: Vertel nog over de school.
Ik ben nieuwsgierig.
Heel nieuwsgierig.
RICK: Het is een bijzondere plek.
De klas is groot.
Er zijn veel boeken.
LARS: Zijn de leraren aardig?
Zijn ze streng?
Of lief?
RICK: Ja, de leraren zijn aardig.
Ze helpen de kinderen.
Ze zijn geduldig.
EMMA: Dat hoor ik graag.
Aardige leraren zijn fijn.
Belangrijk.
LARS: En de kinderen?
Zijn ze lief?
Spelen ze samen?
RICK: De kinderen leren veel.
Ze zijn slim.
Ze spelen ook.
Samen.
EMMA: Wat leren ze?
Alleen Latijn?
Of meer?
RICK: Taal, rekenen en Latijn.
En ook tekenen.
Tekenen is leuk.
LARS: Dat is veel voor een kind.
Maar het kan leuk zijn.
Als ze blij zijn.
EMMA: Maar het kan goed zijn.
Kinderen zijn sterk.
Ze kunnen veel.
RICK: Ik denk het ook.
Leren is nooit te veel.
Het is goed.
LARS: Heb je een kind op die school?
Een zoon?
Of een dochter?
RICK: Nee, ik heb geen kind.
Ik ben alleen.
Geen kinderen.
EMMA: Ik ook niet.
Geen kinderen.
Ik ben vrij.
LARS: Wij zijn nog vrij.
Geen kleine kinderen.
Lekker rustig.
RICK: Dat is waar.
Vrijheid is fijn.
Geen zorgen.
EMMA: De tijd gaat snel.
De dag is bijna weg.
Het wordt donker.
LARS: Ja, de zon gaat weg.
Het wordt koel.
Tijd om te gaan.
RICK: Het is een mooie dag.
Lekker weer en goed bier.
Fijne vrienden.
EMMA: Dank voor het bier.
Het was gezellig.
Heel gezellig.
LARS: Ja, tot de volgende keer.
Dan weer hier?
Op het terras?
RICK: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze