

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Sporteten, zegt hij. Samira lacht.
Jij loopt alleen naar de bakker, zegt ze.
Daan knikt. Ja, maar dat is ook zwaar werk.
Samen lopen ze naar de straat bij het water.
Overal hangen rode en gele vlaggetjes.
Mensen staan achter een lijn op de stoep.
Kinderen klappen met kleine handjes.
Een hond blaft naar elke loper.
De hond lijkt ook mee te willen doen.
Samira ziet haar juf, mevrouw De Wit.
De juf draagt een blauwe jas.
Zij deelt bekers water uit aan lopers.
Goedemorgen, Samira, zegt ze.
Willen jullie ook helpen? Samira kijkt naar Daan.
Ja, dat kan, zegt ze.
Ze pakken plastic bekers van een tafel.
Het water is koud en helder.
Samira zet de bekers netjes naast elkaar.
Daan maakt een lange rij.
Hij zegt, kijk, een file van water.
De eerste lopers komen langs.
Hun schoenen tikken snel op de straat.
Sommige lopers lachen naar de kinderen.
Een man roept.
Dankjewel, Samira geeft hem een beker.
Een vrouw met paarse schoenen steekt haar duim op.
Dan wordt de straat even rustiger.
Een politieauto rijdt langzaam voorbij.
Samira hoort geen muziek meer.
Veel mensen kijken dezelfde kant op.
Mevrouw de wit loopt naar de kinderen.
Haar gezicht is serieus.
Er is iets ergs gebeurd.
Zegt ze zacht.
Een jonge loper is heel ziek geworden.
Samira voelt haar buik strak worden.
Hoe oud is die loper?
Vraagt Daan?
Vijftien.
Zegt de juf.
Zo oud als sommige leerlingen.
Samira zegt niets.
Vijftien is bijna haar eigen leeftijd.
Ze denkt aan haar klas en aan gym op school.
Soms rent ze zelf ook een rondje.
Dan klaagt ze snel over haar benen.
Later gaat Samira naar huis.
De muziek in de stad is weg.
Op de keukentafel staat nog thee.
haar vader zit met zijn telefoon.
Hij kijkt naar Samira en legt de telefoon neer.
Er is heel naar nieuws, zegt hij.
Het meisje van vijftien is doodgegaan na de loop.
Samira gaat zitten.
Haar handen blijven op haar knieën.
Daan staat bij de deur en slikt.
Maar ze was toch aan het rennen?
Zegt Samira.
haar vader knikt langzaam.
Ja, zegt hij.
Soms gebeurt iets wat niemand wil.
Hij legt een hand op de tafel.
Daarom zorgen mensen nu voor haar familie.
Samira denkt aan de paarse schoenen.
Was zij dat meisje?
Ze weet het niet.
Ze weet alleen dat iemand niet thuiskomt.
Dat maakt de keuken stil.
Daan pakt zijn banaan uit zijn tas.
Hij legt hem op tafel.
Mijn sporteten hoeft nu niet, zegt hij.
Niemand lacht hard.
Maar Samira glimlacht een klein beetje.
Daan wil gewoon iets liefs doen.
Die avond maakt Samira een kaart.
Ze tekent een geel hart en water eromheen.
Ze schrijft.
We denken aan jullie.
De woorden zijn kort maar eerlijk.
Daan plakt er een kleine sticker bij.
Op de sticker staat een lachende zon.
Maandag praat mevrouw de wit in de klas.
Ze zegt dat sporten mooi kan zijn.
Maar ze zegt ook dat mensen belangrijker zijn dan tijden.
Als iemand hulp nodig heeft, stoppen we.
Zegt ze.
Dan zijn we eerst mens.
Samira bewaart die zin in haar hoofd.
Na school loopt ze langs het water.
De vlaggetjes zijn weg.
Alleen wat papier ligt nog bij de stoep.
Samira raapt het op en gooit het weg.
Ze voelt zich verdrietig, maar ook rustig.
Ze heeft geholpen met bekers.
Ze heeft een kaart gemaakt.
Dat is niet groot, maar het is wel iets.
Thuis eet ze brood met kaas.
Daan komt langs met twee appels.
Geen banaan vandaag, zegt hij.
Die heeft rust nodig.
Samira lacht zacht.
De dag blijft moeilijk, maar Samen is hij minder zwaar.
Tot de volgende keer.
Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.
Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.
Spreek Nederlands, zelfs als je stottert.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze