Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

De overheid belooft te veel

Het is maandagochtend.

De lucht is grijs.

Het regent een beetje.

De regen valt zacht op de ramen.

In een klein kantoor in Den Haag zit Mark.

Mark werkt voor de overheid.

Hij kijkt naar zijn computer.

Zijn gezicht is moe.

Hij zucht diep.

Het kantoor ruikt naar oude koffie en papier.

Mark hoort het tikken van toetsenborden.

Iemand praat zachtjes in de verte.

Naast Mark zit zijn collega Fatima.

Ze drinkt koffie.

De koffie ruikt sterk.

De koffie is warm in haar handen.

Fatima kijkt naar Mark.

Ze ziet dat hij niet blij is.

Zijn schouders hangen.

Zijn ogen zijn donker.

Wat is er Mark?

Vraagt Fatima.

Mark zucht nog een keer.

We hebben een probleem, zegt hij.

De overheid belooft te veel.

We halen de doelen niet.

Fatima zet haar koffie neer.

Wat bedoel je?

We hebben doelen voor het milieu, de zorg, de woningen.

Maar we halen ze niet.

Ze zijn uit zicht.

We beloven meer dan we kunnen waarmaken.

Fatima schudt haar hoofd.

Dat is niet goed.

Mensen vertrouwen ons niet meer.

Mark knikt.

Ja.

En het is overal.

De files worden langer.

De huizen zijn te duur.

De wachtlijsten in het ziekenhuis zijn lang.

Mensen zijn boos.

Fatima kijkt naar buiten.

De regen valt zacht op het raam.

De lucht is nog steeds grijs.

Wat gaan we doen, vraagt ze.

Ik weet het niet, zegt Mark.

We moeten eerlijk zijn.

Maar dat is moeilijk.

De politiek wil mooie beloftes.

Even is het stil.

Mark denkt aan vorige week.

Toen was er ook een vergadering.

Peter beloofde toen meer huizen.

Maar er zijn nog steeds te weinig huizen.

Even tussen door.

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering.

Of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode

voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Mensen wachten al jaren.

Mark voelt zich machteloos.

Hij kijkt naar zijn handen.

Ze trillen een beetje.

Die middag is er een vergadering.

De baas van Mark en Fatima is er.

Hij heet Peter.

Peter is een grote man met een rode das.

Hij praat hard.

Zijn stem klinkt door de kamer.

De stoelen kraken.

Iemand opent een raam.

De wind komt naar binnen.

We moeten meer beloven, zegt Peter.

De mensen willen hoop.

Mark kijkt naar Fatima.

Fatima kijkt naar Mark.

Ze zeggen niets.

Maar hun ogen zeggen genoeg.

Maar Mark denkt dit is niet goed.

We kunnen niet meer beloven.

We moeten doen wat we kunnen.

Na de vergadering loopt Mark naar buiten.

De lucht is nog steeds grijs.

Hij voelt de regen op zijn gezicht.

De regen is koud.

Hij ruikt de natte straat.

Hij is moe en boos.

Maar hij is ook vastbesloten.

Hij gaat naar huis.

Hij denkt aan zijn kinderen.

Hij wil een beter land voor hen.

Maar hij weet.

Beloftes alleen zijn niet genoeg.

Je moet ze ook nakomen.

Hij loopt naar de tram.

De tram is vol.

Mensen kijken naar hun telefoon.

Niemand praat.

De tram schommelt.

Mark zucht.

Hij hoopt dat het beter wordt.

Maar vandaag niet.

Thuis zit Mark op de bank.

Hij kijkt naar buiten.

De regen stopt langzaam.

Hij denkt aan Fatima.

Zij begrijpt hem.

Morgen praat hij met haar.

Misschien kunnen ze samen iets doen.

Kleine dingen.

Eerlijke dingen.

Hij glimlacht een beetje.

Dan gaat hij naar bed.

Tot de volgende.

Open de interactieve speler op Dutchfluency.com slash transcripts.

Tik op een woord als je vastloopt.

Bedankt voor het luisteren naar Dutch fluency.

Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.

Spreek Nederlandse zelfs als je stottert.

Tot de volgende keer.

0:00
Aanpassen

Tekst

Modus

Audio

Pauze