

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Rick: Wat een rij.
Ik heb dorst.
Tom: Ja, ik ook.
De muziek is goed.
Julia: Heel goed!
Ik wil dansen.
Rick: Ja, de band is heel goed.
Tom: Zeker.
Maar ik wil nu drinken.
Rick: En ik wil een biertje.
Tom: Haha, ja.
Eerst een biertje.
Julia: En dan dansen.
Goed plan.
Rick: Ik heb een vraag voor jullie.
Tom: Een vraag?
Vertel, professor.
Rick: Het gaat over werk en geld.
Julia: Oei.
Een serieus onderwerp.
Tom: Op een festival?
Echt, Rick?
Rick: Ja.
Het is belangrijk voor mij.
Julia: Oké, kom maar op met je vraag.
Rick: Mijn vrouw en ik werken veel.
Tom: Oké.
Wij werken ook veel.
Rick: Wij hebben een kind.
Een klein kind.
Julia: Wat leuk!
Een jongen of een meisje?
Rick: Een jongen.
Hij is één jaar.
Julia: Ah, wat schattig.
Rick: Hij is heel lief.
Hij lacht veel.
Julia: Wat leuk.
Lacht hij altijd?
Rick: Ja, hij is een heel blij kind.
Tom: Een kind is duur, Rick.
Rick: Ja, dat is het probleem.
Tom: Wat is het probleem precies?
Rick: Ik wil minder werken.
Julia: Dat is een goed idee, toch?
Rick: Ja, ik wil meer tijd voor mijn kind.
Tom: Logisch.
Maar minder werk is minder geld.
Julia: Maar geld is niet alles, Tom.
Tom: Nee, maar we hebben geld nodig.
Rick: Precies.
Dat zegt mijn vrouw ook.
Julia: Wat zegt je vrouw?
Rick: Zij zegt: 'Nee, dat kan niet.' Tom: Ze heeft misschien een punt.
Rick: Zij wil leuke dingen doen.
Julia: Een festival is een leuk ding.
Tom: En festivals zijn niet gratis.
Rick: Nee, dat is waar.
Alles is duur.
Julia: Maar tijd met je kind is gratis.
Rick: Dat zeg ik ook!
Tijd is belangrijk.
Tom: Geld is ook belangrijk, Rick.
Rick: We hebben een huis.
En twee auto's.
Julia: Twee auto's?
Dat is veel.
Rick: Ja, een grote auto en een kleine auto.
Tom: Waarom hebben jullie twee auto's?
Rick: Voor het werk.
Het is nodig.
Julia: Misschien is één auto genoeg.
Tom: En dan heb je meer geld.
Rick: Dat is een goed idee.
Julia: Zie je?
Een simpele oplossing.
Rick: Maar mijn vrouw houdt van haar auto.
Julia: Rijdt zij elke dag?
Rick: Ja, zij rijdt elke dag naar het werk.
Tom: Haha, dat is een ander probleem.
Julia: Praat met je vrouw, Rick.
Rick: Ja, dat doe ik.
Maar het is moeilijk.
Tom: Zij wil geld.
Jij wil tijd.
Rick: Precies.
Wat is belangrijker?
Julia: Voor een kind?
Tijd is belangrijker.
Tom: Voor nu is een biertje belangrijker.
Julia: Haha, ja.
Kijk, de rij is korter.
Rick: Gelukkig.
Ik heb echt dorst.
Tom: Wat nemen jullie?
Julia: Ik neem een witte wijn.
Tom: Witte wijn is lekker.
Julia: Ja, ik drink graag koude wijn.
Rick: Ik neem een groot bier.
Tom: Ik ook.
Twee grote bieren, graag!
Julia: Proost op de tijd!
Tom: En proost op het geld!
Rick: Proost op allebei dan maar.
Julia: Dat is een goed compromis.
Rick: Ja, misschien is dat de oplossing.
Tom: Een compromis is altijd goed.
Julia: Kom, we gaan bestellen.
Rick: Eindelijk!
Ik ben er klaar voor.
Tom: Ik betaal.
Ik heb vandaag geld.
Julia: Morgen heb je tijd, Rick.
Rick: Ik hoop het.
Bedankt voor het advies.
Tom: Geen probleem.
Vrienden helpen elkaar.
Rick: Ja, dat is waar.
Jullie zijn top.
Julia: Kom op, de barman wacht.
Rick: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze