Alle podcasts

Een biertje op het terras

RICK: Hier is het bier.

EMMA: Lekker.

Is het koud?

RICK: Ja, het is koud.

Het bier is koud.

LARS: Mooi.

Ik heb dorst.

Ik heb veel dorst.

EMMA: Ik ook.

Proost.

Proost, vrienden.

RICK: Proost.

LARS: Het is warm vandaag.

De zon is warm.

EMMA: Ja, de zon is fijn.

De zon is warm en fijn.

RICK: Ik zit hier graag.

Ik zit hier graag op het terras.

LARS: Ik ook.

Het terras is leuk.

Het terras is gezellig.

EMMA: Heb je een dag vrij?

Ben je vrij vandaag?

LARS: Ja, ik ben vrij.

Ik werk niet vandaag.

RICK: Mooi.

Ik werk niet.

Ik ben ook vrij.

EMMA: Wat doe je?

Wat doe je nu?

RICK: Ik eet een broodje.

Een broodje met kaas.

LARS: Lekker.

Ik eet ook.

Ik eet een broodje.

EMMA: Is het goed?

Is het broodje goed?

RICK: Ja, het is goed.

Het broodje is lekker.

LARS: Ik neem een cola.

Een koude cola.

EMMA: Cola?

Geen bier?

Cola en geen bier?

LARS: Nee, ik drink cola.

Cola is lekker.

RICK: Dat is ook lekker.

Cola is zoet.

EMMA: Ja, cola is zoet.

Bier is niet zoet.

LARS: Ik hou van zoet.

Ik hou van zoete dingen.

RICK: Ik hou van bier.

Bier is mijn favoriet.

EMMA: Bier is niet zoet.

Nee, bier is bitter.

RICK: Nee, bier is bitter.

Maar bitter is ook goed.

LARS: Bitter is ook goed.

Bier en cola zijn goed.

EMMA: Ja, ik drink bier.

Ik drink bier vandaag.

RICK: Heb je een biertje?

Heb je een biertje voor mij?

EMMA: Ja, ik heb een biertje.

Hier is een biertje.

LARS: Ik drink cola.

Cola is mijn drankje.

RICK: Dat is prima.

Cola is prima.

EMMA: Zie je die man?

Zie je die man daar?

LARS: Welke man?

Welke man bedoel je?

EMMA: Die man met een hond.

De man en de hond.

RICK: Ja, ik zie hem.

Ik zie de man en de hond.

LARS: De hond is groot.

De hond is heel groot.

EMMA: De hond is bruin.

De hond is bruin en groot.

RICK: Hij loopt rustig.

De hond loopt rustig.

LARS: De man is oud.

De man is oud en rustig.

EMMA: Hij drinkt koffie.

De man drinkt koffie.

RICK: Koffie op het terras.

Koffie is ook fijn.

LARS: Dat is fijn.

Koffie en het terras zijn fijn.

EMMA: Ik drink ook koffie soms.

Soms drink ik koffie.

RICK: Maar nu drink ik bier.

Nu drink ik bier.

LARS: Ik drink cola.

Cola is mijn drankje vandaag.

EMMA: Het is een leuke dag.

De dag is leuk en gezellig.

RICK: Ja, de dag is mooi.

De dag is mooi en warm.

LARS: De zon is warm.

De zon is warm op mijn gezicht.

EMMA: Ik ben blij.

Ik ben blij met jullie.

RICK: Ik ook.

Het is gezellig.

Het is gezellig samen.

LARS: Ja, dat is het.

Samen is gezellig.

EMMA: Heb je nog honger?

Heb je nog honger nu?

RICK: Nee, ik heb geen honger.

Het broodje is genoeg.

LARS: Ik heb wel honger.

Ik heb nog honger.

EMMA: Wil je een patat?

Wil je patat met mayo?

LARS: Ja, graag.

Patat is lekker.

RICK: Ik neem ook patat.

Patat met mayo is goed.

EMMA: Mooi.

Ik bestel.

Ik bestel patat voor ons.

LARS: Met mayo?

Patat met mayo?

RICK: Ja, met mayo.

Mayo is lekker op patat.

EMMA: Ik ook.

Ik neem ook mayo.

LARS: Patat met mayo is lekker.

Het is mijn favoriet.

RICK: Ja, dat is waar.

Patat met mayo is heel lekker.

EMMA: De patat komt zo.

De patat is er snel.

LARS: Mooi.

Ik eet graag.

Ik eet graag patat.

RICK: Eten en drinken is fijn.

Eten en drinken samen is fijn.

LARS: Ja, samen is leuk.

Samen eten en drinken is leuk.

EMMA: Ik ben blij met jullie.

Jullie zijn goede vrienden.

RICK: Ik ook.

Ik ben blij met jullie.

LARS: Ja, wij zijn vrienden.

Wij zijn vrienden en dat is goed.

EMMA: Dat is goed.

Vrienden zijn belangrijk.

RICK: Tot de volgende.

Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze