

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Tom is een man uit Rotterdam.
Tom werkt bij een reddingsteam.
Het team heet USAR.
USAR helpt mensen na een ramp.
Vandaag vertelt Tom zijn verhaal.
Tom zit aan tafel.
Hij drinkt koffie.
De koffie is warm en zwart.
De koffie ruikt sterk.
Tom kijkt naar de koffie.
Hij ziet zijn gezicht in de koffie.
Tom denkt aan zijn werk.
Tom heeft een hond.
De hond heet Max.
Max is groot en geel.
Max is een reddingshond.
Tom en Max werken samen.
Max is altijd bij Tom.
Max is stil en lief.
Tom zegt: "Wij vliegen naar Venezuela." Venezuela is een land.
Het land is ver weg.
Tom pakt zijn tas.
De tas is zwaar.
De tas is blauw.
Max loopt naast Tom.
Max kijkt naar Tom.
Max kwispelt met zijn staart.
Tom aait Max.
Tom zegt: "Wij gaan werken." Het vliegtuig is groot.
Tom kijkt uit het raam.
Hij ziet wolken.
De wolken zijn wit en zacht.
Max ligt op de grond.
Max is rustig.
Max slaapt een beetje.
Tom drinkt water.
Het water is koud.
In Venezuela is het warm.
Tom stapt uit het vliegtuig.
Hij ruikt de lucht.
De lucht is anders.
De lucht ruikt naar bloemen en stof.
Tom kijkt om zich heen.
Hij ziet groene bomen.
Hij hoort vogels.
Het is stil.
Er is een ramp in Venezuela.
Veel huizen zijn stuk.
De huizen zijn van steen.
De stenen liggen op de grond.
Tom en Max lopen door de straat.
De straat is vol stenen.
Het is stil.
Tom hoort geen mensen.
Alleen de wind.
Tom voelt de warmte.
Het is heel warm.
Max zoekt.
Max loopt snel.
Max stopt bij een steen.
Tom kijkt.
Tom luistert.
Het is stil.
Tom hoort niets.
Max snuffelt aan de steen.
Max kijkt naar Tom.
Tom zegt: "Niks, Max." Max is stil.
Tom zegt: "Wij vinden niemand." Dat is heel erg.
Tom is verdrietig.
Tom voelt zijn hart.
Het klopt snel.
Max zit naast Tom.
Max legt zijn kop op Toms been.
Max is warm.
Tom aait Max.
Tom zegt: "Het is oké, Max." Maar dan komt er een vrouw.
De vrouw heet Rosa.
Rosa loopt naar Tom.
Rosa is klein.
Rosa heeft donker haar.
Rosa zegt: "Dank je wel." Tom kijkt naar Rosa.
Rosa huilt een beetje.
Tom ziet tranen op haar gezicht.
De tranen zijn nat.
Rosa zegt: "Jij bent hier.
Dat is fijn." Tom knikt.
Tom zegt: "Wij zijn er voor jou." Rosa pakt de hand van Tom.
De hand van Rosa is warm.
Dat is een mooi moment.
Tom voelt de hand van Rosa.
Hij is blij.
Max kijkt naar Rosa.
Max beweegt zijn staart.
Nee, Max beweegt zijn staart.
Rosa lacht een beetje.
Rosa zegt: "Wat een lieve hond." Max kijkt naar Rosa.
Max is blij.
Dat is goed.
Tom denkt: "Wij redden niemand.
Maar wij zijn er wel." Dat is ook belangrijk.
Rosa voelt dat Tom er is.
Dat helpt.
Tom voelt dat Rosa rustig wordt.
Tom is ook rustig.
Na een week vliegt Tom terug.
Tom is thuis in Rotterdam.
Hij zit op de bank.
De bank is groen.
Max ligt naast hem.
Tom drinkt thee.
De thee is warm.
De thee ruikt naar munt.
Tom kijkt naar de lamp.
De lamp geeft licht.
Tom pakt zijn telefoon.
Hij ziet een bericht van Rosa.
Rosa schrijft: "Dank je wel, Tom.
Dank je wel, Max." Tom leest het bericht.
Tom is blij.
Tom leest het bericht twee keer.
Hij glimlacht.
Max kijkt naar Tom.
Max beweegt zijn staart.
Tom aait Max.
Max is een goede hond.
Tom is een goede man.
Tom denkt: "Max is mijn beste vriend." Helpen is niet altijd mensen redden.
Soms is er zijn al genoeg.
Tom weet dat nu.
Max weet dat ook.
Tom kijkt naar Max.
Max slaapt.
Tom is tevreden.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze