Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Terry en Zijn Boeken

Dit is Terry. Terry is een man uit Australi.

Hij maakt boeken. De boeken zijn grappig. De boeken zijn mooi.

Terry heeft een tafel. De tafel is van houd. De tafel is bruin.

De tafel is oud. Op de tafel ligt papier.

Het papier is wit. Het papier is nieuw. Terry pakte het papier.

Hij kijk naar het papier. Hij ruikt het papier. Het ruikt naar papier.

Hij voelt het papier. Het is zacht. Hij denkt, wat maak ik vandaag?

Terry heeft een pen. De pen is zwart. De pen is nieuw. Hij tekent met de pen.

Hij tekent een boom. De boom is hoog. De boom is heel hoog.

De boom heeft bladeren. De bladeren zijn groen. De bladeren zijn mooi.

Terry lacht. Hij is blij. Terry drinkt T.

De T is warm. De T is zoet. De T ruikt lekker.

Hij zit aan de tafel. Hij kijk naar zijn boom.

De boom heeft veel takken. Een tak, twee takken, drie takken.

Terry telt de takken. Hij lacht weer. Hij zegt, 1, 2, 3. Hij telt nog een keer.

1, 2, 3. Zijn vrouw heeft Lisa. Lisa komt de kamer in. Lisa zegt,

Terry etje, Terry zegt, nee ik werk. Lisa zegt, maar het eten is klaar.

Terry kijkt op. Hij ruikt het eten. Het ruikt lekker. Het ruikt warm.

Terry staat op. Terry en Lisa eten. Het eten is warm. Het is zoep.

De soep is oranje. De soep is lekker. De soep ruikt naar tomat.

Terry, even tussendoor. Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering of stuurmen een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Eet de soep op. Hij zegt, lekker. Lisa lacht. Terry lacht ook.

Na het eten gaat Terry terug. Hij gaat terug naar de tafel. Hij pakt de pan weer.

Hij tekent meer. Hij tekent een kind in de boom. Het kind is klein. Het kind lacht.

Terry lacht ook. Hij zegt, hallo. Kind. Het kind in de boom lacht.

Terry maakt veel boeken. Een boek. Twee boeken. Dreeb boeken.

De boeken zijn rood. De boeken zijn blauw. De boeken zijn giel.

Kinderen lezen de boeken. Kinderen lachen om de boeken.

Dat is fijn voor Terry. Terry werkt elke dag. Hij staat vroeg op. Hij drinkt koffie.

De koffie is sterk. De koffie is warm. De koffie ruikt lekker.

Dan pakt hij de pan. Dan tekent hij weer. Elke dag een nieuw blad. Elke dag een nieuwe boom.

Lisa zegt, Terry, je hebt veel boeken. Terry zegt.

Ja, ik hou van boeken. Lisa zegt, ik ook. Ze lachen samen. Het is een fijne dag.

Nu is Terry er niet meer. Maar zijn boeken zijn er nog?

Kinderen lezen zijn boeken. Ze lachen om de hoge boom.

Ze lachen om het kleine kind. Terry leeft in zijn boeken. Dat is mooi.

Terry denkt, ik ben blij. De boeken zijn blij. De kinderen zijn blij. Dat is mooi.

Terry kijkt naar zijn boeken. Hij voelt zich trots. Hij denkt aan de boom.

De boom is hoog. De boom is groen. De boom is mooi. Hij denkt aan het kind.

Het kind lacht. Hij lacht ook. Hij is blij. De boeken zijn blij. De kinderen zijn blij.

Dat is mooi. Tot de volgende keer.

Transcript en quiz · gratis

De quiz is gratis. Log in voor flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00
Lees

Tekst

Modus

Audio

Pauze