

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het was een mooie, zonnige dag.
Pieter zat aan de kant van het water.
Hij had een hengel in zijn hand.
Het was stil.
Pieter wachtte.
Hij wachtte op een vis.
Pieter hield van vissen.
Zijn vader had hem het vissen geleerd.
Vandaag wilde Pieter een grote vis vangen.
Hij had een emmer naast zich.
In de emmer zat water.
Daar zou de vis in gaan.
Na een uur voelde Pieter iets.
De hengel bewoog!
Pieter trok aan de lijn.
Er kwam een vis uit het water.
Het was een mooie, zilveren vis.
De vis spartelde in de lucht.
Pieter lachte.
"Kijk eens!" riep hij tegen niemand.
Hij pakte de vis voorzichtig.
De vis was glad.
Pieter hield de vis boven de emmer.
Maar toen gebeurde er iets raars.
De vis keek naar Pieter.
De vis had grote, ronde ogen.
Pieter keek naar de vis.
De vis bewoog niet.
Pieter bewoog ook niet.
Het was stil.
Toen dacht Pieter: "Waarom wil ik deze vis vangen?
De vis heeft een huis in het water.
De vis heeft een familie.
De vis is vrij." Pieter voelde zich een beetje raar.
Hij keek naar de vis.
De vis keek terug.
Pieter zei zacht: "Ga maar, kleine vis.
Zwem terug naar huis." Pieter liet de vis los.
De vis viel in het water.
Plons!
De vis zwom weg.
Pieter keek naar het water.
Hij zag de vis niet meer.
Maar hij voelde zich goed.
Pieter pakte zijn spullen.
Hij liep naar huis.
Zijn moeder vroeg: "Pieter, waar is de vis?" Pieter zei: "Ik heb de vis laten gaan.
De vis moest vrij zijn." Zijn moeder lachte.
"Dat is goed, Pieter.
Soms is het beter om iets los te laten." Pieter zat aan de keukentafel.
Hij dronk een glas melk.
Hij dacht aan de vis.
De vis was klein en zilver.
De vis had grote ogen.
Pieter glimlachte.
Hij was blij.
De volgende dag ging Pieter weer vissen.
Hij zat aan het water.
De zon scheen.
Het was rustig.
Pieter wachtte.
Na een tijdje voelde hij weer iets.
Hij trok aan de lijn.
Er kwam een vis uit het water.
Het was dezelfde zilveren vis!
Pieter keek naar de vis.
De vis keek naar Pieter.
Pieter lachte.
"Jij bent terug," zei hij.
"Wil je weer vrij zijn?" Pieter liet de vis meteen los.
De vis sprong in het water en zwom weg.
Pieter voelde een warm gevoel in zijn borst.
Hij wist dat hij het goede deed.
Vanaf die dag ving Pieter geen vissen meer.
Hij zat alleen aan het water.
Hij keek naar de vissen.
Hij praatte met de vissen.
Hij was gelukkig.
En de zilveren vis?
Die kwam elke dag terug naar de kant.
Pieter en de vis waren vrienden.
Ze waren samen stil.
Pieter leerde iets belangrijks: soms is het mooiste geschenk het loslaten.
En die les gaf hem meer vreugde dan een emmer vol vissen.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze