

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is een zonnige zaterdagmiddag in Den Haag.
Ik sta op de markt bij de Grote Kerk.
De zon schijnt warm op mijn gezicht.
Er zijn veel mensen.
Ze kopen groente, fruit en kaas.
Ik ruik de verse broodjes en de geur van bloemen.
Ik hoor de vogels en het geluid van pratende mensen.
Het is een gezellige dag.
Ik loop langs de kramen en kijk naar de kleuren: rode appels, gele citroenen, groene sla.
Alles is mooi.
Ik zie een man.
Hij staat bij een kraam.
Hij heeft een groot bord in zijn handen.
Op het bord staat: 'Jezus redt'.
De letters zijn rood en groot.
De man roept: 'Kom naar Jezus!
Hij houdt van jullie!' Zijn stem is hard en luid.
Sommige mensen kijken boos.
Andere mensen lachen en schudden hun hoofd.
Naast de man staat een vrouw.
Ze is jong, ongeveer twintig jaar.
Ze heeft een baby in een kinderwagen.
De baby huilt.
Het geluid van de baby is zacht maar verdrietig.
De vrouw ziet er moe uit.
Haar kleren zijn oud en een beetje vies.
Ze zegt zachtjes: 'Sorry, meneer.
Ik zoek geld voor een fles melk.
Mijn baby heeft honger.' De man met het bord kijkt naar haar.
Zijn gezicht wordt rood, heel rood.
Hij zegt: 'Ga weg!
Jij bent een zondaar.
Je baby is straf van God.' Zijn stem is hard en boos.
De vrouw begint te huilen.
Ze loopt snel weg.
De kinderwagen maakt een geluid op de stenen.
Ik sta daar en ik voel boosheid.
Ik denk aan een verhaal van vroeger.
Mijn oma zei altijd: 'Liefde is het belangrijkste.' Ik denk: 'Waar is de liefde voor de naaste?' De man zegt dat hij christen is, maar hij is niet lief.
Hij is hard en koud.
Zijn woorden doen pijn.
Ik loop naar de vrouw.
Ik voel de zon op mijn rug.
Ik geef haar tien euro.
Ik zeg: 'Koop melk voor je baby.' Ze kijkt mij aan.
Haar ogen zijn nat en ze glimlacht een beetje.
Ze zegt: 'Dank u wel, meneer.
God zegene u.' Ik glimlach en ik loop verder.
De baby huilt nog steeds, maar zachter nu.
De man met het bord ziet wat ik doe.
Hij roept: 'Jij helpt een zondaar!
Jij gaat naar de hel!' Zijn stem is nog harder nu.
Ik draai me om en ik zeg: 'Meneer, Jezus hielp ook arme mensen.
Misschien moet u de Bijbel nog een keer lezen.' De man wordt stil.
Hij kijkt boos, maar hij zegt niets.
Zijn handen trillen een beetje.
Ik loop naar huis.
De straten zijn rustig.
Ik denk aan de situatie.
Er is een spreuk: 'Er is geen haat zoals christelijke haat.' Nu begrijp ik het.
Sommige mensen gebruiken religie om andere mensen te kwetsen.
Dat is niet liefde.
Dat is haat.
De man denkt dat hij goed is, maar hij is niet goed.
Hij is hard en onvriendelijk.
Thuis drink ik een kopje koffie.
De koffie is warm en smaakt goed.
Ik voel me rustig.
Ik weet dat ik het goede heb gedaan.
De vrouw en haar baby hebben nu melk.
Dat is voor mij echte naastenliefde.
Niet met woorden, maar met daden.
Ik denk aan de glimlach van de vrouw.
Dat was een mooi moment.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze