

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Mijn naam is Samira.
Ik woon in een klein stadje in Nederland.
Elke dag fiets ik naar school.
Het is een gewone school met veel kinderen.
Vandaag hoor ik iets vreemds op het schoolplein.
De juf roept alle kinderen bij elkaar.
Ze zegt: 'Kinderen, luister goed.
Het kabinet heeft een nieuw plan.
Vanaf volgende week doen we eerst taal.
Daarna pas rekenen.' Ik kijk naar mijn vriendin Emma.
Emma is altijd goed in rekenen.
Ze wordt een beetje bleek.
'Wat?' zegt ze.
'Eerst taal?
Maar ik hou van rekenen.
Ik vind getallen leuk.' Ik glimlach.
'Ik vind taal ook leuk,' zeg ik.
'Maar waarom doen we dit?' De juf legt het uit.
'Het kabinet denkt dat taal belangrijker is.
Als je goed kunt praten en schrijven, dan kun je later beter leren rekenen.
Het is een experiment.' Mijn buurman Jan steekt zijn hand op.
'Dus geen sommen meer?' vraagt hij.
De juf lacht.
'Nee, Jan.
Je krijgt nog wel sommen.
Maar eerst veel lezen en schrijven.' Ik denk aan mijn moeder.
Mijn moeder komt uit Marokko.
Ze leert nu Nederlands.
Ze zegt vaak: 'Taal is de sleutel.' Misschien heeft ze gelijk.
Maar ik vraag me af: wat als kinderen niet van taal houden?
Mijn broertje Ahmed is zeven jaar.
Hij tekent liever dan dat hij praat.
Hij zegt: 'Ik wil geen lange zinnen maken.
Ik wil tekenen.' De volgende dag begint het nieuwe plan.
In de klas staan veel boeken.
De juf geeft ieder kind een boek.
'Lees dit verhaal,' zegt ze.
'Daarna schrijf je wat je denkt.' Ik lees een verhaal over een hond die verdwaalt in het bos.
Het is een mooi verhaal.
Ik schrijf: 'De hond is bang.
De hond zoekt zijn baasje.
Het bos is donker.' Emma naast mij schrijft heel snel.
'Wat schrijf jij?' vraag ik.
Ze laat haar papier zien.
Ze schrijft: 'De hond loopt 5 kilometer naar het noorden.
Dan 3 kilometer naar het oosten.
Hij vindt zijn baasje na 8 kilometer.' De juf kijkt en lacht.
'Emma, jij rekent in je verhaal.
Dat is creatief.' Emma wordt rood.
Na een week voel ik een verandering.
Ik kan beter zinnen maken.
Mijn juf zegt: 'Samira, je Nederlands wordt sterker.' Dat vind ik fijn.
Maar ik mis de sommen.
Ik mis de cijfers en de puzzels.
In de pauze praat ik met Emma.
'Vind je het nog leuk?' vraag ik.
Ze zucht.
'Ik mis rekenen.
Ik mis de getallen.
Taal is oké, maar getallen zijn mijn vrienden.' Ik begrijp haar.
Taal is belangrijk.
Maar rekenen ook.
Het kabinet zegt: eerst taal.
Maar ik denk: waarom niet samen?
Mijn moeder zegt: 'In Marokko leren we alles tegelijk.' Misschien is dat beter.
Maar ik ben nog klein.
Ik doe wat de juf zegt.
Aan het einde van de maand is er een toets.
We moeten een verhaal schrijven over onze vakantie.
Ik schrijf over het strand.
Ik gebruik veel woorden.
De juf geeft mij een negen.
Emma schrijft ook een verhaal.
Ze schrijft: 'Ik ging naar een meer.
Het meer was 100 meter breed.
Ik zwom 50 meter en toen was ik moe.' De juf lacht weer.
'Emma, je verhaal is goed.
Maar probeer meer gevoel.' Emma zegt: 'Mijn gevoel is 8 op een schaal van 10.' We lachen allemaal.
Ik leer iets.
Iedereen is anders.
Sommige kinderen houden van taal.
Andere kinderen houden van rekenen.
Het nieuwe plan helpt ons om taal te oefenen.
Maar ik hoop dat we ook rekenen terugkrijgen.
Want de wereld heeft beide nodig: woorden en getallen.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze