

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hé, hebben jullie het nieuws gehoord?
PIETER: Welk nieuws?
LISA: Vertel op, Rick.
RICK: In Breda ligt een wit laagje.
PIETER: Sneeuw?
In april?
Dat is raar.
RICK: Nee, het is wol!
LISA: Wol?
Zoals van een schaap?
Echt waar?
RICK: Ja, precies.
Het bos is bedekt met wol.
Overal ligt wol.
PIETER: Hoe kan dat nou?
Ik snap er niets van.
RICK: Een bedrijf had wol verloren.
Het was een ongeluk.
LISA: Was het een groot ongeluk?
Veel wol?
RICK: Ja, een vrachtwagen had een lek.
De deur ging open.
PIETER: Dus de wind blies de wol rond?
Overal?
RICK: Ja, en het bleef in de bomen hangen.
De takken zijn wit.
LISA: Het lijkt op sneeuw, maar het is wol.
Wat grappig.
PIETER: Dat is best grappig.
Sneeuw in april is al gek, maar wol?
RICK: Vind ik ook.
Het is een wit landschap.
Net een winterdag.
LISA: Kunnen we daar gaan kijken?
Ik wil het zien.
PIETER: Ja, dat lijkt me leuk.
Een wandeling is goed.
RICK: We kunnen een wandeling maken.
Door het bos.
LISA: Ik neem mijn camera mee.
Voor foto's.
PIETER: En ik neem koffie mee.
Lekker warm.
RICK: Goed plan.
We maken er een dagje van.
Een wol-dag.
LISA: Maar zonder kou.
Dat is beter.
Geen ijs.
PIETER: Zeker.
Sneeuw is koud.
En nat.
Wol is anders.
RICK: Wol is zacht en warm.
Dat is fijn.
LISA: En het ruikt misschien naar schaap.
Haha, stel je voor.
PIETER: Haha, dat hoop ik niet.
Maar het kan.
RICK: Laten we het gewoon zien.
Het wordt leuk.
LISA: Wanneer gaan we?
Zaterdag?
PIETER: Morgenochtend?
Dan is het rustig.
RICK: Perfect.
Het weer is goed.
Geen regen.
LISA: Ik zet de wekker vroeg.
Om zeven uur.
PIETER: En ik neem broodjes mee.
Met kaas.
RICK: We maken een picknick in het wol.
Tussen de bomen.
LISA: Dat wordt een mooi verhaal.
Voor later.
PIETER: En we vertellen het aan iedereen.
Aan de buren.
RICK: Ja, het is bijzonder.
Niet elke dag.
LISA: Heeft iemand een tas?
Een grote?
PIETER: Ik heb een grote rugzak.
Die is handig.
RICK: Mooi.
We stoppen er alles in.
Koffie en broodjes.
LISA: En vergeet de camera niet.
Die is belangrijk.
PIETER: Dat doe ik niet.
Ik denk eraan.
RICK: Ik zorg voor de route.
Ik ken een pad.
LISA: En ik voor de foto's.
Veel foto's.
PIETER: We zijn een goed team.
Ieder zijn taak.
RICK: Zeker.
Samen sterk.
Dat is waar.
LISA: Ik kijk er al naar uit.
Echt waar.
PIETER: Ik ook.
Het wordt een avontuur.
Een wol-avontuur.
RICK: En morgen een avontuur.
We gaan ervoor.
LISA: Maar nu eerst een kop thee.
Even rustig.
PIETER: Goed idee.
De pot is bijna klaar.
Even wachten.
RICK: Ik schenk wel in.
Voor iedereen.
LISA: Dank je, Rick.
Jij bent lief.
PIETER: Proost op de wol.
En op ons.
RICK: Proost.
Op een witte dag.
Een speciale dag.
LISA: En op goede vrienden.
Dat is het beste.
PIETER: Zeker.
Dat is belangrijk.
Vrienden zijn er altijd.
RICK: We hebben geluk.
Met elkaar.
LISA: Ja, met zulke vrienden.
En met thee.
PIETER: En met een gekke dag.
Vol wol.
RICK: Precies.
Het leven is nooit saai.
Nooit.
LISA: Dat is waar.
Daarom hou ik van ons.
Van onze groep.
PIETER: Ik ook.
Jullie zijn top.
Echt top.
RICK: En nu de thee.
Lekker warm.
Drink maar.
LISA: Perfect.
Ik neem een slok.
Heerlijk.
PIETER: En ik een koekje.
Speculaas.
RICK: Geniet ervan.
Morgen zijn we vroeg op.
Slaap goed.
LISA: Geen zorgen.
Ik ben er klaar voor.
Helemaal.
PIETER: Ik ook.
Tot morgen.
Ik breng de rugzak mee.
RICK: Tot morgen.
En vergeet niet: alle verhalen en oefeningen op Dutch Fluency, dutchfluency.com.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze