Dutch Fluency
Find my level
Login
Play me!

Voetbal is Leuk in Amerika

Dit is Rick.

Ik woon in Den Haag.

Ik ben leraar.

Ik geef les in Nederlands.

Vandaag lees ik een nieuwsbericht.

Het nieuwsbericht gaat over voetbal.

Voetbal is populair in Amerika.

Team USA speelt goed.

Het WK is een groot feest.

Mensen kijken naar de wedstrijden.

Zij zijn blij.

Maar er is ook een probleem.

Kinderen spelen veel voetbal.

Zij spelen elke dag.

De bal is rond.

De bal is wit en zwart.

Ik zie een kind.

Het kind heet Emma.

Emma is acht jaar.

Zij woont in Den Haag.

Emma speelt met een bal.

De bal is van haar vader.

Haar vader heet Tom.

Tom kijkt naar het WK.

Hij zegt: "Voetbal is leuk." Emma zegt: "Ik wil ook spelen." Tom lacht.

Hij geeft de bal aan Emma.

Emma schopt de bal.

De bal gaat ver.

Emma rent naar de bal.

Zij is snel.

De zon schijnt.

Het is warm.

De lucht is blauw.

Emma drinkt water.

Het water is koud.

Zij is moe.

Maar zij speelt door.

De buren kijken.

De buren zijn blij.

Zij zeggen: "Goed zo, Emma!" Emma lacht.

Zij is trots.

Maar de dokter zegt: "Kinderen moeten rusten." De dokter is bezorgd.

Hij zegt: "Te veel sport is niet goed." Emma hoort de dokter.

Zij is verdrietig.

Tom zegt: "Je mag spelen, maar niet te lang." Emma knikt.

Zij speelt nog tien minuten.

Dan gaat zij naar huis.

Zij eet een appel.

De appel is rood.

De appel is zoet.

Zij drinkt melk.

De melk is wit.

Zij is blij.

Morgen speelt zij weer.

Voetbal is leuk.

Maar rust is ook belangrijk.

Emma begrijpt het.

Zij slaapt goed.

De volgende dag is het zaterdag.

Emma gaat naar het park.

Het park is groot.

Er is gras.

Het gras is groen.

Emma ziet andere kinderen.

Zij spelen samen.

De bal is van Emma.

Zij delen de bal.

Het is leuk.

Een kind zegt: "Ik wil ook schoppen." Emma geeft de bal.

Het kind schopt.

De bal gaat in het doel.

Iedereen juicht.

Emma is blij.

Zij zegt: "Voetbal is het beste." De kinderen spelen een uur.

Dan is het tijd om te eten.

Emma gaat naar huis.

Zij eet brood.

Het brood is met kaas.

De kaas is geel.

Zij drinkt sap.

Het sap is van sinaasappel.

Het is zoet.

Emma denkt aan het spel.

Zij is gelukkig.

Voetbal is populair.

Maar rust is goed.

Emma weet het nu.

Zij denkt: "Ik speel morgen weer.

Maar ik rust ook." Zij is blij met de bal.

Zij is blij met de kinderen.

Het WK is leuk.

Emma kijkt ook naar het WK.

Zij ziet Team USA.

Zij zegt: "Zij spelen goed." Tom zegt: "Ja, voetbal is voor iedereen." Emma lacht.

Zij gaat naar bed.

De kamer is stil.

Het is donker.

Emma slaapt.

Zij droomt van voetbal.

De bal is rond.

De bal is wit en zwart.

Emma schopt de bal.

De bal gaat ver.

Iedereen juicht.

Emma is gelukkig.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze