

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Meneer Sjoerdsma is een minister.
Hij werkt in Den Haag.
Vandaag heeft hij een belangrijke reis.
Hij gaat naar China.
China is ver weg, maar hij moet gaan.
Waarom?
Omdat er handelsproblemen zijn.
Nederland en China hebben ruzie over geld en producten.
De minister wil praten, niet vechten.
Het is maandagochtend.
De minister staat vroeg op.
Hij drinkt koffie en eet een boterham.
De koffie ruikt sterk en warm.
Zijn vrouw zegt: 'Wees voorzichtig, liefste.' Hij lacht en zegt: 'Ik ben altijd voorzichtig.' Maar hij is een beetje zenuwachtig.
China is groot en Nederland is klein.
Hoe praat je met een groot land?
Hij denkt aan zijn vader, die vroeger ook zaken deed.
Zijn vader zei altijd: 'Praat rustig, dan luisteren ze.' Op het vliegveld wacht zijn team.
Er is een jonge vrouw, Lisa.
Ze is de assistent.
Ze heeft een map met papieren.
De map is blauw en dik.
'Minister, dit is het plan,' zegt ze.
Hij kijkt naar de papieren.
Er staan woorden over handel, thee en technologie.
Hij ziet ook een foto van een theepot.
'Goed,' zegt hij.
'Laten we gaan.' Het vliegtuig is groot en wit.
Binnen is het stil.
De minister kijkt uit het raam.
Hij ziet wolken en een blauwe lucht.
De wolken zijn zacht en wit, als katoen.
Hij denkt: 'China is ver, maar ik moet een oplossing vinden.
Handel is belangrijk voor Nederland.' Na twaalf uur landen ze in Beijing.
Het is warm en druk.
Er staan veel auto's en mensen.
De lucht is grijs van de stad.
Een Chinese man wacht bij de deur.
Hij heet meneer Li.
'Welkom in China, minister,' zegt hij.
Ze geven elkaar een hand.
De minister voelt de warmte van de hand.
Ze gaan naar een groot gebouw.
Er is een kamer met een lange tafel.
Op de tafel staat een pot thee.
De geur is zoet en bloemig.
De minister drinkt een kopje.
De thee is heet en smaakt naar bloemen.
'Heerlijk,' zegt hij.
Meneer Li lacht.
'Thee is goed voor vriendschap,' zegt hij.
Ze praten over handel.
De minister zegt: 'Nederland wil graag samenwerken.
We willen geen problemen.' Meneer Li knikt.
'China ook niet,' zegt hij.
'Laten we een oplossing vinden.' Ze praten uren.
Soms is het moeilijk, maar ze blijven praten.
De minister hoort stemmen en het geluid van theekopjes.
Lisa geeft de minister een briefje.
Er staat: 'Ze willen meer thee exporteren.' De minister denkt na.
Thee is goed voor Nederland.
Mensen drinken graag thee.
'Oké,' zegt hij.
'We kunnen meer thee kopen, maar jullie moeten ook onze kaas kopen.' Meneer Li lacht hard.
'Kaas?
Dat is een goed idee.' Ze maken een afspraak.
Nederland koopt meer Chinese thee.
China koopt meer Nederlandse kaas.
Iedereen is blij.
De minister voelt zich opgelucht.
Het was een goede dag. 's Avonds eet hij met meneer Li.
Ze eten noedels en groenten.
De noedels zijn lang en glad.
De minister vertelt over Den Haag.
Meneer Li vertelt over Beijing.
Ze lachen en praten.
Het voelt als vriendschap.
De volgende dag vliegt de minister terug naar Nederland.
In het vliegtuig denkt hij: 'Soms is praten beter dan vechten.
Handel is als thee: het moet warm en vriendelijk zijn.' Thuis wacht zijn vrouw.
Ze geeft hem een knuffel.
'Was het goed?' vraagt ze.
'Ja,' zegt hij.
'We hebben thee en kaas geruild.
En ik heb een nieuwe vriend gemaakt.' Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze