

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hé, leuk dat jullie er zijn.
EMMA: Ja, gezellig hier op het terras.
LARS: Zeker, en het weer is mooi.
RICK: Ik wil wat vertellen over mijn dag.
EMMA: O?
Vertel eens.
LARS: Ja, ik ben benieuwd.
RICK: Ik zag vanmorgen een kat in de tuin.
EMMA: Een kat?
Wat voor kat?
LARS: Was het een grote of een kleine?
RICK: Een kleine, grijze kat.
EMMA: En wat deed de kat?
RICK: De kat zat onder de boom.
LARS: Dat klinkt rustig.
EMMA: Was de kat alleen?
RICK: Ja, de kat was alleen.
LARS: En toen?
RICK: Toen kwam de buurman.
EMMA: De buurman van naast jou?
RICK: Ja, die met de rode fiets.
LARS: Oh, die meneer is altijd vrolijk.
EMMA: Wat zei de buurman?
RICK: Hij zei dat de kat van hem is.
LARS: Dus de kat heeft een baasje.
EMMA: Dat is goed nieuws.
RICK: Ja, de kat heet Minoes.
LARS: Minoes?
Dat is een grappige naam.
EMMA: Ik ken een kat die Simba heet.
RICK: Simba?
Die is groot en oranje.
LARS: Ja, precies.
Maar Minoes is klein.
EMMA: Heb jij ook een kat, Lars?
LARS: Nee, ik heb een hond.
RICK: Een hond?
Wat voor hond?
LARS: Een bruine labrador.
EMMA: Hoe heet de hond?
LARS: De hond heet Max.
RICK: Max is een leuke naam voor een hond.
EMMA: Breng je Max vaak naar het park?
LARS: Ja, elke dag.
RICK: En vindt Max het leuk?
LARS: Ja, hij rent graag.
EMMA: Mijn hond is oud en slaapt veel.
RICK: Dat is ook rustig.
LARS: Oude honden zijn lief.
EMMA: Ja, maar ze bewegen niet veel.
RICK: Mijn kat is jong en speelt graag.
LARS: Dat is leuk, maar druk.
EMMA: Katten zijn soms ondeugend.
RICK: Ja, Minoes klimt in de gordijnen.
LARS: O, dat is niet goed.
EMMA: Maar het is wel grappig.
RICK: Ja, maar mijn moeder is boos.
LARS: Dat snap ik.
EMMA: Heb je nog meer dieren?
RICK: Nee, alleen Minoes.
LARS: Ik wil nog een hond, maar mijn huis is klein.
EMMA: Kleine huizen zijn ook prima.
RICK: Ja, zolang er liefde is.
LARS: Dat is waar.
EMMA: Zullen we nog een biertje bestellen?
RICK: Goed idee.
LARS: Ja, ik doe mee.
EMMA: De ober komt zo.
RICK: Ik zie hem al.
LARS: Mooi, dan bestellen we.
EMMA: Wat drink jij, Lars?
LARS: Een pilsje, natuurlijk.
RICK: Ik neem ook een pilsje.
EMMA: Ik wil een wit biertje.
LARS: Dat is verfrissend.
RICK: Jij houdt van wit, toch?
EMMA: Ja, dat is mijn favoriet.
LARS: En jij, Rick?
RICK: Ik drink altijd pils.
EMMA: Dat is typisch voor jou.
LARS: Haha, ja.
RICK: Maar het smaakt goed.
EMMA: Zeker, met een bitterbal.
LARS: O, bitterballen zijn lekker.
RICK: Zullen we die ook bestellen?
EMMA: Ja, graag.
LARS: Mijn maag begint te rommelen.
RICK: Dat komt door het bier.
EMMA: Of door de honger.
LARS: Allebei, denk ik.
RICK: De ober is hier.
EMMA: Hallo, mogen we twee pils en een wit?
OBER: Natuurlijk, en iets te eten?
LARS: Ja, een portie bitterballen.
OBER: Dat komt eraan.
EMMA: Dank je wel.
RICK: Mooi, het wordt een fijne middag.
LARS: Zeker, met vrienden en drank.
EMMA: En straks een wandeling?
RICK: Ja, na het eten.
LARS: Goed plan.
EMMA: We kunnen naar het park.
RICK: Mooi, en dan de honden zien.
LARS: Max is daar ook.
EMMA: Leuk, dan speelt hij.
RICK: En wij kijken.
LARS: Perfect.
EMMA: Het leven is simpel.
RICK: Ja, en dat is goed.
LARS: Proost, op ons.
EMMA: Proost.
RICK: Proost.
Tot de volgende, en meer verhalen op Dutch Fluency.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze