

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Ik ben Rick.
Ik woon in Den Haag.
Vandaag ga ik naar het museum.
Het museum is groot en oud.
De deuren zijn zwaar.
Ik duw de deur open.
De deur maakt een lang geluid, als een zucht.
Ik hoor mijn voetstappen op de stenen vloer.
De vloer is koud en glad.
Het ruikt naar oud hout en stof.
Het licht is zacht en geel.
Ik zie veel mooie dingen.
Er zijn schilderijen en beelden.
De schilderijen hebben veel kleuren: rood, blauw en groen.
De beelden zijn wit en groot.
Maar dan zie ik een gouden schat.
De schat is heel mooi.
De schat is geel en glanst.
Het licht maakt de schat helder.
Ik kijk naar de schat.
Ik denk: "Wat is dit mooi." Ik wil dichterbij gaan.
Mijn voeten bewegen langzaam.
Ik hoor mijn hart in mijn borst.
Dan hoor ik een geluid.
Het geluid komt van de deur.
Het is een hard geluid, als een bons.
Ik schrik.
Mijn handen worden koud.
Twee mannen komen binnen.
Ze dragen zwarte kleding.
Hun gezichten zijn half verborgen.
Ze lopen snel.
Hun schoenen maken geluid op de stenen.
Ze kijken naar de schat.
Een man zegt: "Pak de schat!" Zijn stem is luid.
De andere man pakt de schat.
Hij doet de schat in een zak.
De zak is groot en bruin.
Hij trekt de zak dicht.
Ze lopen snel weg.
Ik roep: "Stop!
Stop!" Maar de mannen horen mij niet.
Ze gaan naar buiten.
De deur valt dicht.
Het geluid is hard, als een klap.
Ik hoor de auto.
De auto is zwart.
De motor maakt een zwaar geluid.
De auto rijdt snel weg.
Het geluid wordt kleiner en kleiner.
Ik kijk naar de lege plek.
De schat is weg.
Ik ben boos en verdrietig.
Mijn ogen worden nat.
Ik bel de politie.
De politie komt snel.
De agent heeft een blauw uniform.
De agent heeft een klein boekje.
Een agent vraagt: "Wat zie je?" Ik zeg: "Twee mannen.
Ze hebben de schat.
Ze rijden in een zwarte auto." De agent schrijft alles op.
Zijn pen maakt een klein geluid.
Hij zegt: "Dank je, Rick.
Wij zoeken de mannen." Ik ga naar huis.
Ik ben verdrietig.
De schat is weg.
Maar ik denk: "De politie vindt de mannen." De volgende dag ga ik weer naar het museum.
De zon schijnt.
Het licht is warm.
Ik zie de agent.
De agent lacht.
Hij zegt: "Wij hebben de mannen!" Ik ben blij.
Mijn hart klopt snel.
De schat is terug.
Het museum is weer veilig.
Ik kijk naar de schat.
De schat is mooi.
Het licht maakt de schat helder.
Ik ben gelukkig.
Ik denk aan de mannen.
Zij zitten nu in de gevangenis.
De schat is veilig.
Het museum is open.
Mensen kijken naar de schat.
Ze zeggen: "Wat mooi." Ik glimlach.
Ik ben blij dat ik het museum heb bezocht.
De schat is weer op zijn plek.
Alles is goed.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze