Dutch Fluency
Find my level
Login
Play me!

De Eieren en de Dokter

Anna woont in Brussel.

Zij is een vrouw.

Zij heeft een man.

Zijn naam is Tom.

Tom en Anna hebben twee kinderen.

De kinderen zijn klein.

Zij spelen in de tuin.

Het is ochtend.

De zon is warm.

De lucht is blauw.

Anna maakt eten.

Zij maakt eieren.

De eieren zijn van de winkel.

Anna doet eieren in de pan.

De pan is heet.

De eieren zijn lekker.

De kinderen eten de eieren.

Tom eet ook eieren.

Anna eet ook eieren.

Na het eten gaat Tom naar zijn werk.

De kinderen gaan naar school.

Anna blijft thuis.

Zij ruimt de tafel op.

Zij wast de borden.

Dan gaat de telefoon.

Het is de dokter.

De dokter zegt: "Anna, kom naar het ziekenhuis." Anna zegt: "Waarom?" De dokter zegt: "De eieren zijn niet goed.

Veel mensen hebben pijn." Anna is verrast.

Zij gaat naar het ziekenhuis.

In het ziekenhuis ziet Anna veel mensen.

De mensen zitten op stoelen.

Zij hebben buikpijn.

Anna ziet Tom.

Tom zit ook in het ziekenhuis.

Tom zegt: "Ik heb pijn in mijn buik." Anna zegt: "Ik ook." De dokter komt bij Anna.

De dokter zegt: "U heeft een probleem met de eieren." Anna zegt: "De eieren van de winkel?" De dokter zegt: "Ja.

De eieren hebben een klein dier.

Dat dier is niet goed voor de buik." Anna zegt: "Wat doen we nu?" De dokter zegt: "U moet rusten.

Drink veel water.

Eet geen eieren." Anna knikt.

Zij drinkt water.

Tom drinkt ook water.

De kinderen zijn thuis.

Zij spelen.

Anna en Tom blijven in het ziekenhuis.

Na een dag gaan zij naar huis.

Anna kijkt naar de eieren in de keuken.

Zij gooit de eieren weg.

Zij zegt: "Geen eieren meer." Tom lacht.

Hij zegt: "Ik wil brood." Anna lacht ook.

Zij maakt brood.

Het brood is lekker.

De kinderen eten brood.

Iedereen is blij.

Anna leert een les.

Zij kijkt goed naar eten.

Zij leest de papieren op de verpakking.

Zij wil geen pijn meer.

De dokter zegt: "De eieren zijn weg.

Alles is goed." Anna zegt: "Dank u." De zon schijnt.

Anna en Tom zitten in de tuin.

De kinderen spelen.

Het is een goede dag.

Anna denkt: "Ik ben blij met mijn familie." Zij drinkt koffie.

Tom drinkt thee.

De kinderen drinken melk.

Alles is rustig.

Anna zegt: "Morgen koop ik nieuwe eieren." Tom zegt: "Nee, geen eieren." Anna lacht.

Zij zegt: "Oké, geen eieren." Zij eet brood met kaas.

Het is simpel.

Het is goed.

Anna voelt zich sterk.

Zij is niet bang.

Zij heeft haar familie.

Dat is belangrijk.

De dag is klaar.

Anna en Tom gaan naar bed.

De kinderen slapen al.

Anna zegt: "Welterusten." Tom zegt: "Welterusten." Het licht gaat uit.

Alles is stil.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze