

0:00
0:002:05
Pause
Er is een man, hij vindt rode kopjes. Hij vindt ze als hij wandelt, hij vindt ze in de straat, hij vindt ze bij het huis, hij vindt ze bij de auto.
There's a man, he finds red cups. He finds them when he walks, he finds them in the street, he finds them by the house, he finds them by the car.
De man vindt het leuk om de kopjes te vinden.
De man heeft nu 14 kopjes. Hij vindt een kopje op 23 december.
Hij vindt een kopje op 6 januari. Hij vindt een kopje vandaag op 12 januari.
De man is blij. Hij houdt van de rode kopjes. Tuis praten man over de kopjes. Hij praat met zijn vrouw en kind.