

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Mijn naam is Rick.
Ik woon in Den Haag.
Vandaag lees ik een bericht.
Het bericht gaat over Polen.
Polen maakt een nieuw teken.
Dit teken is voor mensen die niet meer leven.
Het zijn mensen uit een oude tijd.
De tijd was heel moeilijk.
Veel mensen waren toen verdrietig.
Het teken komt in een stad in Polen.
De stad heet Warschau.
Mensen werken daar aan het teken.
Het teken is groot en wit.
Het staat in een park.
Het park heeft groene bomen en gele bloemen.
De zon schijnt op het witte teken.
Het ziet er rustig uit.
Ik denk aan mijn eigen leven.
Soms denk ik aan moeilijke dagen.
Maar ik ben blij met vandaag.
Mijn buurvrouw heet Maria.
Zij komt uit Polen.
Ik bel haar op.
'Hallo Maria, hoe gaat het?' vraag ik.
'Goed, Rick,' zegt ze.
Haar stem klinkt vriendelijk.
Ik hoor een zacht geluid op de achtergrond.
Het is misschien de radio.
'Ik hoor over het teken in Polen,' zeg ik.
'Ja,' zegt Maria.
'Het is voor mensen uit de oorlog.
Mijn oma vertelde erover.
Het was een zware tijd.' Maria klinkt een beetje stil.
Ik hoor haar ademen.
Het is een langzame adem.
'Wil je koffie drinken?' vraag ik.
'Ja, graag,' zegt ze.
We zitten in mijn keuken.
De koffie ruikt lekker.
Het is warm en zoet.
Ik zie de stoom uit de kopjes komen.
Maria vertelt meer.
'Mijn oma was klein in de oorlog.
Ze zag veel verdriet.
Nu is er een teken voor die mensen.
Dat vind ik mooi.' Ik knik.
'Het is goed om te onthouden,' zeg ik.
'Maar ook om door te gaan,' zegt Maria.
Ze lacht een beetje.
Haar ogen worden blij.
Ze kijkt naar het raam.
Buiten schijnt de zon.
De vogels zingen.
Ze maken een mooi geluid.
Het is een helder geluid.
We drinken onze koffie.
De koffie is bijna op.
Maria vertelt nog een verhaal.
'Mijn oma had een kleine broer.
Hij was verdrietig in de oorlog.
Maar later werd hij blij.
Het teken herinnert aan hem.' Ik luister goed.
Het verhaal raakt me.
Buiten schijnt de zon.
De vogels zingen.
Het is een gewone dag.
Maar ik voel me dicht bij Maria.
Het teken in Polen is ver weg.
Toch voelt het dichtbij.
Maria staat op.
'Bedankt voor de koffie, Rick,' zegt ze.
'Graag gedaan,' zeg ik.
'We praten snel weer.' Ze loopt naar de deur.
De deur maakt een zacht geluid.
Ik kijk naar buiten.
De lucht is blauw.
Ik denk aan het teken.
Het is een teken van rust.
Mensen kunnen daar zitten.
Ze kunnen denken aan vroeger.
Maar ook aan nu.
Ik vind het een goed idee.
Polen maakt iets moois.
Het is voor iedereen.
Voor wie wil onthouden.
En voor wie wil leren.
Ik ga naar de winkel.
Ik koop brood en melk.
De dag gaat verder. 's Avonds eet ik soep.
De soep is warm en lekker.
De soep ruikt naar tomaten.
Ik denk aan Maria.
En aan het teken in Polen.
Het is een klein verhaal.
Maar het betekent veel.
Het teken herinnert ons aan de mensen.
Aan hun verdriet en hun hoop.
Ik voel me rustig.
De dag is goed geweest.
Morgen zie ik Maria weer.
We drinken misschien koffie.
Het is fijn om samen te zijn.
Het teken in Polen blijft in mijn gedachten.
Het is een mooi teken.
Het vertelt een verhaal.
Een verhaal van vroeger.
Maar ook van nu.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze