

0:00
0:002:25
Pause
Op een normale dag ging ik naar het treinstation.
On a normal day, I went to the train station.
Ik had mijn fiets bij me omdat ik naar het volgende station moest.
In mijn haast vergaat ik een kaartje voor mijn fiets te kopen.
Ik voelde me een beetje dom, maar ik wist niet wat ik moest doen.
Dus ik stapt er in de trein met mijn fiets.