

Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
Ik ben Rick, een leraar uit Den Haag.
Vandaag reis ik met Bram naar het noorden.
Bram leert Nederlands bij mij.
Hij werkt in een winkel en houdt van zwemmen.
In zijn vrije tijd bezoekt hij graag nieuwe plaatsen.
We zitten voor in de bus.
Buiten zien we groene velden en witte schapen.
Bram heeft brood en kaas in zijn tas.
Ik heb koffie in een kleine fles.
De koffie ruikt lekker, maar is niet meer warm.
Mijn koffie heeft het koud, zeg ik.
Bram lacht en wijst naar mijn jas.
Geef je jas dan aan de koffie.
We lachen samen.
De vrouw achter ons lacht ook.
Ze neemt zelf een slok warme thee.
Vandaag bezoeken we een plek bij een groot meer.
Daar staan nieuwe machines voor het water.
Het water kan hier van het meer naar zee.
Bram wil weten hoe dat gaat.
Ik wil het ook graag zien.
Bij de halte stappen we uit.
De wind trekt aan mijn jas.
In de verte zien we de blauwe zee.
Aan de andere kant ligt het meer.
Een vogel vliegt laag over onze hoofden.
We horen zijn harde stem.
Eerst kopen we twee broodjes in een kleine winkel.
De man achter de tafel vraagt wat we willen.
Bram kiest kaas, maar ik kies een ei.
Geen vis? vraagt Bram.
We zijn toch bij de zee?
De vissen hebben vandaag vrij, zeg ik.
Bram lacht weer.
We eten buiten op een bank.
Mijn broodje is zacht en het ei is warm.
Naast ons staat een man met een gele jas.
Zijn naam is Kees.
Kees werkt hier en vertelt over het water.
Er komt veel water in het meer, zegt hij.
Dat komt onder andere door de regen.
Het water moet ook weer weg.
Deze nieuwe machines sturen het water naar zee.
Bedankt voor het luisteren.
Reageer onder deze aflevering.
Of stuur me een DM op Instagram.
Dan stuur ik je een speciale kortingskode
voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal.
Het water moet ook weer weg.
Bram kijkt naar het grote gebouw voor ons.
Hoeveel water gaat er naar zee?
Vraagt hij.
Kees wijst naar een bord naast de weg.
Denk aan een zwembad vol water.
Zoveel water gaat hier in negen seconden naar zee.
Bram kijkt me met grote ogen aan.
Negen seconden?
Dat is heel kort.
Hij telt langzaam van één tot negen.
Ik tel met hem mee, dan kijken we naar het water.
Dat is een heel zwembad, zegt Bram zacht.
We lopen verder tot bij een hek.
Daar blijven we staan.
Uit het gebouw komt een laag geluid.
Het klinkt een beetje als een grote wasmachine.
Alleen zitten er geen sokken in.
Bram vindt dat een grappig idee.
Waar gaat dat water dan heen?
Vraagt hij nog eens.
Van het meer naar de zee, antwoordt Kees.
Zo blijft er ruimte voor nieuw water.
Veel huizen liggen hier laag.
Daarom mag het water niet te hoog komen.
Nu begrijpt Bram waarom de machines hier staan.
Hij kijkt naar de huizen in de verte.
Daarna kijkt hij weer naar het meer.
Veel water.
Weinig tijd, zegt hij.
Ik schrijf zijn woorden in mijn kleine schrift.
Het is een korte duidelijke zin.
Op de terugweg kopen we een kaart voor thuis.
Bram kiest een kaart met een blauwe zee.
In de bus schrijft hij achterop.
Ik tel tot 9.
Een zwembad vol water gaat naar zee.
Hij leest de woorden langzaam aan mij voor.
Bij onze laatste halte stopt hij de kaart in zijn tas.
Morgen vertel ik dit op mijn werk, zegt hij.
Ik ben blij met onze dag.
Bram heeft iets gezien en vertelt er zelf over.
Tot de volgende keer.
Bedankt voor het luisteren naar Dutch fluency.
Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.
Spreek Nederlands zelfs als je stottert.
Tot de volgende keer.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause