

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Ik lees een bericht.
SOPHIE: Wat lees je?
RICK: Polen heeft een nieuw monument.
DAAN: Voor wie?
RICK: Voor mensen in Polen.
SOPHIE: Zijn zij blij?
DAAN: Ja, ik denk het.
Mensen zijn vaak blij met een monument.
RICK: Het is een groot monument.
SOPHIE: Wat is het?
Is het een beeld?
DAAN: Een steen?
Grote stenen zijn mooi.
RICK: Ja, een grote steen.
Het is een steen met namen.
SOPHIE: En wat staat erop?
Alleen een naam?
DAAN: Een naam?
Of meer?
RICK: Nee, veel namen.
Heel veel namen.
SOPHIE: Van wie?
Van wie zijn de namen?
RICK: Van mensen uit Oekraïne.
Zij komen uit Oekraïne.
DAAN: O, dat is nieuw.
Ik hoor niet vaak over Oekraïne.
SOPHIE: Is het voor de oorlog?
Voor de oorlog nu?
RICK: Nee, voor oude tijd.
Een tijd lang geleden.
DAAN: Wat gebeurde er?
Was er een probleem?
RICK: Mensen zijn dood.
Zij zijn niet meer hier.
SOPHIE: Dat is niet goed.
Dood is niet goed.
DAAN: Nee, dat is slecht.
Slecht voor de families.
RICK: Het monument is voor hen.
Voor de dode mensen.
SOPHIE: Het is een herinnering.
Een herinnering aan hen.
DAAN: Ja, dat klopt.
Een herinnering is belangrijk.
RICK: Wij hebben hier koffie.
Koffie is warm.
SOPHIE: Ja, dat is goed.
Koffie is lekker.
DAAN: Koffie is lekker.
Ik drink koffie elke dag.
RICK: Wil je meer koffie?
Ik heb nog.
SOPHIE: Ja, graag.
Geef mij meer koffie.
DAAN: Ik ook.
Ik wil ook meer.
RICK: Ik schenk in.
Kijk, de koffie is bruin.
SOPHIE: Het monument is ver weg.
Ver van hier.
DAAN: Ja, in Polen.
Polen is een land ver weg.
RICK: Polen is een land.
Een land in Europa.
SOPHIE: Ken jij Polen?
Ben jij er geweest?
RICK: Nee, ik ben niet er.
Ik wil graag gaan.
DAAN: Ik wel, een keer.
Ik was in Polen.
SOPHIE: Was het leuk?
Was het mooi?
DAAN: Ja, mooi.
De steden zijn mooi.
RICK: Heb je foto's?
Foto's van Polen?
DAAN: Ja, op mijn telefoon.
Ik heb veel foto's.
SOPHIE: Laat zien.
Ik wil de foto's zien.
DAAN: Kijk, dit is een stad.
Een stad met huizen.
RICK: Mooi.
De huizen zijn oud.
SOPHIE: En dit is een plein.
Een groot plein.
DAAN: Ja, met een kerk.
De kerk is hoog.
RICK: Zijn er monumenten?
Monumenten in de stad?
DAAN: Ja, veel.
Monumenten voor mensen.
SOPHIE: Dit is interessant.
Ik leer graag.
RICK: Het nieuws is belangrijk.
Wij moeten nieuws lezen.
SOPHIE: Ja, wij moeten weten.
Weten wat er gebeurt.
DAAN: Wat is er nog meer?
Is er meer nieuws?
RICK: Niet veel.
Alleen het monument.
SOPHIE: Oké.
Dat is genoeg voor vandaag.
DAAN: Tijd om te werken?
Werken is ook belangrijk.
RICK: Bijna.
Eerst nog een slok koffie.
SOPHIE: Nog een slok.
Koffie is warm.
DAAN: Ja, ik ook.
Ik drink nog een slok.
RICK: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze