

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Kijk, het water.
Het is mooi.
TOM: Ja, maar het is ook gevaarlijk.
Het water is diep.
JULIA: Gevaarlijk?
Hoe dan?
Is het water echt gevaarlijk?
RICK: Ik lees een verhaal.
Verdrinkingen in binnenwater.
Het verhaal is niet leuk.
TOM: Oh, dat is niet leuk.
Ik lees ook niet graag over verdrinkingen.
JULIA: Wat is er gebeurd?
Vertel het verhaal, Rick.
RICK: Mensen vallen in het water.
Ze kunnen niet zwemmen.
Het water is koud en diep.
TOM: Het water is koud.
Dat is een probleem.
Koud water is gevaarlijk voor het lichaam.
JULIA: En wat is er onder water?
Zijn er dingen onder water?
RICK: Dat is het probleem.
Je ziet het niet.
Onder water is het donker.
TOM: Ja, takken en stenen.
Gevaarlijk.
Ik zie ze niet graag.
JULIA: Kinderen moeten bij het water oppassen.
Kinderen zijn klein en vallen snel.
RICK: Ja, dat is waar.
Ouders kijken goed.
Ouders moeten altijd kijken bij water.
JULIA: Mijn buurman, hij kijkt goed.
Zijn kind speelt bij het water.
Hij zegt: pas op, het water is diep.
TOM: Ja, dat is goed.
Ouders moeten zeggen: pas op.
Water is diep en koud.
RICK: Kinderen luisteren niet altijd.
Kinderen spelen en rennen.
Dan vallen ze in het water.
JULIA: Dat is eng.
Een kind in het water.
Wat doe je dan?
RICK: Je roept om hulp.
Je belt 112.
Je springt niet in het water, want dat is gevaarlijk.
TOM: Goed punt.
Spring niet in het water.
Het water is diep en koud.
JULIA: Ik zwem alleen in het zwembad.
Het zwembad is veilig en schoon.
TOM: Verstandig.
Het is veilig.
Het zwembad is een goede plek.
RICK: Ja, maar natuurwater is ook leuk.
Natuurwater is mooi en fris.
TOM: Maar niet altijd veilig.
Weet je wat?
Wij blijven op het gras.
Hier is het droog en veilig.
JULIA: Wat?
Blijven we op het gras?
Ja, goed idee.
RICK: Goed idee.
Ik drink mijn koffie.
Koffie is lekker vandaag.
JULIA: Ik ook.
Het is warm vandaag.
De zon schijnt en het is warm.
TOM: Ja, de zon schijnt.
Fijn.
De zon maakt het gras warm.
RICK: Kinderen spelen in de speeltuin.
Zij spelen met de glijbaan en de schommel.
JULIA: Zij hebben plezier.
Dat is goed.
Kinderen moeten spelen en plezier hebben.
TOM: Maar water is gevaarlijk.
Dat weten zij niet.
Kinderen weten niet dat water gevaarlijk is.
RICK: Daarom leren wij ze.
Kijk en luister.
Wij zeggen: pas op bij water.
JULIA: Ja, dat is een taak voor ons.
Wij zijn verantwoordelijk voor de kinderen.
TOM: Ik heb een vraag.
Wat doe jij?
Kijk je naar het water of naar de kinderen?
RICK: Ik kijk naar het water.
Het is rustig.
Het water beweegt niet veel vandaag.
JULIA: Het water is stil vandaag.
Stil water is mooi, maar ook gevaarlijk.
RICK: Maar onder water is het anders.
Dat is het punt.
Onder water is het niet stil.
TOM: Ja, we zien alleen de bovenkant.
De bovenkant is mooi, maar onder water is het anders.
JULIA: Daarom is het gevaarlijk.
Je ziet het niet.
Je ziet geen takken of stenen.
RICK: Precies.
Dus pas op bij het water.
Pas op met kinderen en met jezelf.
TOM: Goede les voor vandaag.
Ik onthoud deze les.
JULIA: Ja, ik onthoud dit.
Dank je, Rick.
Je vertelt het verhaal goed.
RICK: Graag gedaan.
Tot de volgende keer.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze