Dutch Fluency
Find my level
Login
Play me!

De Aanslag: Een Leven Lang Vragen

Hallo en welkom bij Boekisodes, de podcast van Dutch Fluency waar we elke dag een beroemd boek samenvatten.

Perfect om je Nederlands te oefenen.

Ik ben Rick en vandaag heb ik een heel speciaal en beroemd Nederlands boek voor je: 'De Aanslag' van Harry Mulisch, uit negentienhonderdtweeëntachtig.

Stel je voor.

Het is een ijskoude avond in januari, in het jaar negentienhonderdvijfenveertig.

De Tweede Wereldoorlog is bijna voorbij, maar in Nederland is de winter streng en de honger groot.

Jij bent Anton Steenwijk, een jongen van twaalf jaar.

Je woont in een huis aan een rustige kade in Haarlem.

Buiten is het donker en stil.

Binnen zit je met je ouders en je oudere broer Peter bij de warme kachel.

Jullie doen een spelletje.

Het is een zeldzaam moment van rust en gezelligheid in een moeilijke tijd.

En dan, plotseling, hoor je buiten zes schoten.

Zes harde knallen die de stilte breken.

Het spel stopt.

Iedereen kijkt op.

Wat was dat?

Die zes schoten zijn het begin van een nachtmerrie.

Een nachtmerrie die het leven van de jonge Anton voor altijd zal veranderen.

Dit is het begin van 'De Aanslag'.

Laten we eerst de wereld en de personages een beetje beter leren kennen.

Het verhaal speelt zich dus af in Nederland, en het begint tijdens de zogenaamde 'Hongerwinter'.

Dat was de laatste winter van de Tweede Wereldoorlog, een vreselijke tijd.

De hoofdpersoon is Anton Steenwijk.

Als het boek begint, is hij twaalf.

Hij is een gewone, misschien een beetje dromerige jongen.

Hij houdt van lezen en is niet zo bezig met de oorlog.

Hij woont met zijn vader, zijn moeder en zijn broer Peter.

Zijn vader is een rustige, intellectuele man.

Zijn moeder is een zorgzame vrouw die probeert haar familie veilig en warm te houden.

En dan is er Peter, zijn oudere broer.

Peter is zeventien en veel meer bezig met de oorlog en het verzet tegen de Duitsers.

Hij is impulsief en wil actie ondernemen.

De familie Steenwijk woont in een rijtje van vier huizen, een beetje buiten het centrum van Haarlem.

Naast hen wonen de families Korteweg en Van Liempt.

Onthoud die namen, want ze worden later heel belangrijk.

De sfeer in het begin is gespannen, maar ook huiselijk.

De oorlog is overal, maar de familie probeert een normaal leven te leiden.

Anton is op dit punt in het verhaal vooral een toeschouwer, een kind dat nog niet helemaal begrijpt wat er om hem heen gebeurt.

Maar die ene nacht zal hem dwingen om heel snel volwassen te worden.

De avond van de aanslag, in januari negentienhonderdvijfenveertig, verandert alles.

Na de zes schoten rent de familie naar het raam.

Op straat, voor het huis van de buren, ligt een lichaam.

Het is Fake Ploeg, een hoge Nederlandse politieagent die voor de Duitsers werkt.

Een collaborateur.

Hij is doodgeschoten door het verzet.

Peter, de broer van Anton, begrijpt meteen hoe gevaarlijk de situatie is.

De Duitsers zullen wraak nemen.

Ze zullen de mensen straffen die in de buurt van het lichaam wonen.

Hij roept: "Ze leggen hem bij ons voor de deur!" Maar het zijn niet 'ze'.

Het zijn de buren, de familie Korteweg.

Anton ziet hoe meneer Korteweg en zijn dochter Karin het lichaam van Fake Ploeg verslepen.

Ze slepen het van hun eigen stoep naar de stoep van de familie Steenwijk.

Peter is woedend.

Hij wil het lichaam terugleggen.

Hij pakt het pistool van de dode agent en rent naar buiten.

Zijn ouders proberen hem tegen te houden, maar het is te laat.

Op dat moment komen de Duitse soldaten.

Ze zien het lichaam voor het huis van de familie Steenwijk.

Ze zien Peter met een pistool.

Er wordt geschoten.

Peter verdwijnt in de duisternis.

De soldaten stormen het huis van de Steenwijks binnen.

Anton en zijn ouders worden hardhandig naar buiten gesleurd.

Anton wordt gescheiden van zijn ouders.

Hij ziet nog net hoe hun huis in brand wordt gestoken.

Alles wat hij kende, zijn thuis, zijn familie, gaat op in vlammen.

Hij wordt in een auto geduwd en weggevoerd.

Hij is alleen.

Anton wordt naar een politiebureau in Heemstede gebracht.

Hij is in shock.

Hij wordt in een donkere cel gegooid.

Hij is bang en koud.

Maar hij is niet alleen.

In het donker voelt hij de aanwezigheid van een andere persoon.

Het is een vrouw.

Ze kan hem niet zien, en hij haar niet.

Ze begint tegen hem te praten.

Haar stem is kalm en warm.

Ze troost hem.

Ze praat over de duisternis, over licht en over de strijd tussen goed en kwaad.

Ze zegt iets wat Anton nooit zal vergeten: "Het was het beste.

Wie dat gedaan heeft, is een held." Ze praat over het verzet, over vechten voor een betere wereld.

Voor de jonge, getraumatiseerde Anton zijn haar woorden een klein lichtpuntje in de totale duisternis.

Hij weet niet wie ze is, hij kent haar naam niet, maar haar stem en haar warmte geven hem een beetje moed.

De volgende ochtend wordt hij uit de cel gehaald.

Hij ziet haar nooit meer.

Hij wordt naar zijn oom en tante in Amsterdam gebracht.

De oorlog eindigt een paar maanden later.

Anton hoort het nieuws: zijn ouders zijn diezelfde nacht van de aanslag doodgeschoten.

En zijn broer Peter is ook dood, gevonden met het pistool van Ploeg.

Van zijn hele gezin is hij de enige overlevende.

Het verhaal springt dan vooruit in de tijd.

Het boek is verdeeld in episodes, die samenvallen met belangrijke momenten in de naoorlogse Nederlandse geschiedenis.

We zien Anton opgroeien.

Hij woont bij zijn oom en tante in Amsterdam.

Hij probeert de gebeurtenissen uit de oorlog te vergeten.

Hij stopt het allemaal weg, in een donkere kamer in zijn hoofd.

Hij wil een normaal leven.

Hij studeert medicijnen, wordt arts, specialiseert zich in anesthesie.

Dat is geen toeval.

Anesthesie betekent 'zonder gevoel'.

Hij wil het leven en de pijn verdoven, letterlijk en figuurlijk.

Hij trouwt, krijgt een dochter en leidt een rustig, burgerlijk leven.

Hij vermijdt Haarlem, de stad van zijn jeugd.

Hij praat nooit over die vreselijke nacht.

Maar het verleden is niet dood.

Het wacht op het juiste moment om weer te verschijnen.

En dat gebeurt ook.

Tijdens een studentenprotest in negentienhonderdzesenzestig, komt hij voor het eerst weer in contact met zijn verleden.

Hij ontmoet Fake Ploeg junior, de zoon van de man die die avond werd doodgeschoten.

Fake is boos en verward.

Zijn hele leven is bepaald door het feit dat zijn vader een 'foute' Nederlander was.

Hij houdt Anton verantwoordelijk voor de dood van zijn vader.

Hij gooit een steen door de spiegel in de hal van Anton.

De spiegel breekt.

Het is een symbool: de rustige reflectie van Antons leven is gebroken.

Het verleden is terug en kijkt hem aan.

Jaren later, in negentienhonderdeenentachtig, heeft Anton weer een belangrijke ontmoeting.

Hij is op een begrafenis van een vriend en komt daar een oude man tegen.

De man herkent hem.

Het is Cor Takes, een voormalige verzetsstrijder.

Tijdens hun gesprek wordt duidelijk dat Cor Takes de man was die Fake Ploeg heeft doodgeschoten.

Hij was een van de twee mannen op de fiets die avond.

Anton is in shock.

Hij staat oog in oog met de man die, indirect, de dood van zijn familie heeft veroorzaakt.

Takes heeft geen spijt.

Voor hem was het doden van Ploeg een noodzakelijke daad in de oorlog.

Het was zijn plicht.

Hij vertelt Anton over de vrouw die bij hem in de cel zat.

Haar naam was Truus Coster.

Zij was de andere persoon op de fiets.

Zij werd kort na de aanslag opgepakt en later geëxecuteerd.

Takes geeft Anton een foto van haar.

Anton kijkt naar de foto en herkent haar niet.

Maar hij weet het zeker: zij was de vrouw in de cel.

De vrouw die hem troostte.

Hij leert dat zij degene was die de eerste schoten loste, maar Ploeg alleen verwondde.

Takes maakte het werk af.

Voor Takes is de wereld simpel: er was goed en er was kwaad.

Je moest een kant kiezen.

Voor Anton is het allemaal veel ingewikkelder.

Deze ontmoeting laat hem zien dat zijn persoonlijke tragedie onderdeel was van een groter, gewelddadig verhaal.

Hij begint te begrijpen, maar de belangrijkste vraag is nog niet beantwoord: waarom?

Waarom werd het lichaam juist voor hun huis gelegd?

De laatste en belangrijkste ontmoeting vindt plaats aan het einde van het boek, in negentienhonderdeenentachtig.

Anton loopt mee in een grote demonstratie tegen kernwapens in Amsterdam.

In de menigte ziet hij een vrouw die hij vaag herkent.

Het is Karin Korteweg, de dochter van de buren die het lichaam van Ploeg hebben verplaatst.

Ze is nu een oude vrouw.

Anton spreekt haar aan.

En eindelijk, na bijna veertig jaar, krijgt hij het antwoord op zijn vraag.

Karin vertelt hem wat er die avond gebeurde.

Haar vader, een bange man, raakte in paniek toen Ploeg voor hun deur werd neergeschoten.

Hij wist dat de Duitsers wraak zouden nemen op het huis waar het lichaam lag.

Hij wilde het lichaam verplaatsen.

Maar waarheen?

Er waren twee opties: naar de buren links, de familie Van Liempt, of naar de buren rechts, de familie Steenwijk.

Hij koos voor de Steenwijks.

Waarom?

Karin vertelt het met schaamte.

Meneer Van Liempt verborg Joden in zijn huis.

Haar vader wist dat.

Als de Duitsers daar een inval zouden doen, zouden niet alleen de Van Liempts, maar ook de onderduikers worden gedood.

Dus, uit een soort misplaatst en angstig gevoel van 'het minste kwaad', koos hij ervoor om het lichaam bij Anton's familie neer te leggen.

Hij offerde de Steenwijks op om de Joodse onderduikers te redden.

Hij had geen idee dat Peter naar buiten zou rennen.

Hij had geen idee dat het huis in brand gestoken zou worden.

Hij wilde alleen zichzelf en zijn dochter redden.

Na de oorlog kon hij niet meer leven met zijn schuld.

Hij pleegde zelfmoord.

Voor Anton is dit het laatste puzzelstukje.

De waarheid is niet simpel.

Het is een complex web van angst, toeval, en onmogelijke keuzes.

Wat wil dit boek ons nu vertellen?

De belangrijkste thema's zijn oorlog, herinnering en het noodlot.

Of misschien juist het gebrek aan een noodlot.

Een centraal woord in het boek is 'toeval'.

Was alles wat er gebeurde een tragische samenloop van omstandigheden?

Of zat er een diepere betekenis achter?

Mulisch speelt met dit idee.

Anton probeert zijn hele leven om het verleden te vergeten, maar het verleden vergeet hem niet.

Het blijft terugkomen, in flarden, door onverwachte ontmoetingen.

Het boek laat zien hoe een historische gebeurtenis, de oorlog, doorwerkt in het leven van een individu.

Het gaat over schuld.

Wie was er schuldig?

Cor Takes, die de aanslag pleegde?

De buren, die het lichaam verplaatsten?

De Duitsers, die wraak namen?

Of was iedereen op een bepaalde manier een slachtoffer van de omstandigheden?

Het boek geeft geen makkelijke antwoorden.

Het laat juist zien dat de waarheid veel gezichten heeft.

Wat voor de een een heldendaad is (de aanslag door het verzet), is voor de ander het begin van een levenslang trauma.

Het boek is ook een reflectie op de tijd zelf.

De verschillende episodes laten zien hoe Nederland veranderde na de oorlog.

Van de wederopbouw naar de protesten van de jaren zestig en de vredesdemonstraties van de jaren tachtig.

Anton's persoonlijke geschiedenis loopt parallel aan de geschiedenis van zijn land.

Hoe eindigt het verhaal?

Na de onthulling van Karin Korteweg, staat Anton midden in de drukke demonstratie.

Hij heeft eindelijk alle stukjes van de puzzel.

Hij begrijpt nu de logica, of de krankzinnige logica, van die nacht.

De cirkel is rond.

Het boek eindigt met de zin: "'Ja, ja,' prevelde hij, 'dat was het.

Was dat het?

Ja, dat was het.'" Maar zelfs met alle antwoorden, blijft er een gevoel van leegte.

De pijn is niet weg.

Het verleden is begrepen, maar niet uitgewist.

Wat blijft hangen na het lezen van 'De Aanslag' is het idee dat een enkel moment een heel leven kan tekenen.

Het laat je nadenken over hoe toeval en keuzes, zowel die van jezelf als die van anderen, je levenspad bepalen.

Het is geen vrolijk boek, maar wel een heel krachtig en belangrijk boek.

Het dwingt je om na te denken over grote vragen, maar doet dat via een heel persoonlijk en meeslepend verhaal.

Je voelt de verwarring en de pijn van Anton, en je hoopt met hem mee dat hij vrede zal vinden.

Of dat lukt, laat de schrijver in het midden.

En dat is misschien wel de grootste kracht van dit meesterwerk.

Het verhaal stopt, maar de vragen blijven.

Dat was 'De Aanslag' van Harry Mulisch.

Een boek dat je bijblijft, lang nadat je het uit hebt.

Bedankt voor het luisteren naar deze aflevering van Boekisodes.

Wil je de tekst van vandaag nog eens rustig nalezen en een woordenlijst bekijken?

Ga dan naar dutchfluency.com slash transcripts.

Maar wacht, voordat je die website bezoekt, wil ik nog iets dieper ingaan op een paar elementen die dit boek zo rijk maken.

We hebben het gehad over de verhaallijn en de grote thema's, maar de kracht van 'De Aanslag' zit ook in de details, in de symbolen en in de persoon van de schrijver zelf, Harry Mulisch.

Laten we beginnen met Mulisch.

Om dit boek echt te begrijpen, moet je iets weten over zijn achtergrond.

Harry Mulisch noemde zichzelf "de Tweede Wereldoorlog".

Dat klinkt misschien gek, maar als je zijn familiegeschiedenis kent, snap je het.

Zijn vader was een Oostenrijks Hongaarse man die tijdens de oorlog met de Duitsers collaboreerde.

Hij werkte bij een bank die Joods bezit roofde.

Zijn moeder was Joods.

Kun je je die tegenstelling voorstellen?

Door de positie van zijn vader werden zijn moeder en hijzelf beschermd en niet naar een concentratiekamp gestuurd.

Na de oorlog werd zijn vader gevangengezet.

Zijn moeder emigreerde naar Amerika.

Mulisch groeide op met dit enorme conflict in zijn eigen bloed.

De vraag over goed en kwaad, schuld en onschuld, was voor hem geen theoretische vraag.

Het was zijn leven.

Deze spanning voel je op elke pagina van 'De Aanslag'.

Anton Steenwijk is, net als Mulisch, iemand die tussen twee vuren staat.

Hij is geen held en geen dader.

Hij is een overlever die probeert te begrijpen wat er is gebeurd.

Deze persoonlijke achtergrond verklaart ook waarom Mulisch zo gefascineerd was door symboliek en mythes.

Hij zocht naar grotere patronen om de chaos van de geschiedenis te begrijpen.

'De Aanslag' zit vol met symbolen.

Denk bijvoorbeeld aan het spelletje met de dobbelsteen dat Anton speelt aan het begin van het boek.

De dobbelsteen is een perfect symbool voor toeval.

Een worp met een dobbelsteen bepaalt het spel, net zoals een reeks toevallige gebeurtenissen het leven van Anton bepaalt.

Het was toeval dat Fake Ploeg precies voor hun huis werd neergeschoten.

Het was toeval dat de buren het lichaam versleepten.

Al die kleine toevalligheden samen creëerden een catastrofe.

Een ander belangrijk symbool is de steen.

Na de ramp neemt Anton een stukje steen mee uit de ruïne van zijn huis.

Hij bewaart het zijn hele leven.

Die steen is een fysiek stukje van zijn verleden.

Het is zwaar, koud en onveranderlijk.

Net als zijn trauma.

Hij kan het in zijn zak voelen, maar hij kan het niet veranderen.

Het herinnert hem er constant aan waar hij vandaan komt, zelfs als hij probeert te vergeten.

En dan de personages die Anton ontmoet.

Zij zijn niet zomaar mensen, ze vertegenwoordigen allemaal een ander stukje van de puzzel, een ander perspectief op de oorlog.

Neem Cor Takes, de verzetsman die hij decennia later ontmoet.

Takes is de man die de aanslag pleegde.

Voor hem was het een noodzakelijke daad.

Hij voelde geen schuld.

Hij zegt tegen Anton dat als je niet meedoet, je ook niet kunt winnen of verliezen.

Hij vertegenwoordigt de actieve, bewuste keuze, het tegenovergestelde van Antons passieve levenshouding.

Takes dwingt Anton om na te denken over de andere kant van het verhaal.

De kant van de mensen die wel keuzes moesten maken, hoe vreselijk ook.

Of denk aan Fake Ploeg junior, de zoon van de vermoorde politieagent.

Anton ontmoet hem tijdens een studentenprotest.

Voor Anton was Fake Ploeg de bron van al zijn ellende.

Maar voor zijn zoon was hij gewoon zijn vader.

Een man die van zijn gezin hield.

Fake junior is boos en verbitterd.

Hij voelt zich ook een slachtoffer.

Zijn leven is ook verwoest door die ene avond.

Dit gesprek is cruciaal.

Het laat zien dat de lijn tussen goed en kwaad niet zo duidelijk is.

Er zijn geen simpele schurken en helden.

Er zijn alleen maar mensen, met hun eigen verhalen en hun eigen pijn.

Mulisch laat ons door de ogen van Anton zien dat zelfs de zoon van een 'foute' Nederlander een complex en tragisch figuur is.

En natuurlijk Truus Coster, de vrouw met het rode haar die Anton ontmoet in de donkere cel.

Ze is misschien wel het belangrijkste personage naast Anton zelf.

In het absolute dieptepunt van zijn leven, in totale duisternis, geeft zij hem troost.

Ze is de eerste die hem een beetje context geeft, die hem behandelt als een mens en niet alleen als een kind.

Jaren later komt hij erachter dat zij ook deelnam aan de aanslag.

Zij was de partner van Cor Takes.

Het was haar pistool.

En het was haar laatste daad van verzet.

Voor Anton wordt zij een mythisch figuur, een symbool van liefde en verzet in de donkerste tijden.

Het is geen toeval dat Anton later trouwt met een vrouw, Saskia, die hem aan haar doet denken.

Hij probeert onbewust dat moment van warmte in de duisternis opnieuw te vinden.

Wat 'De Aanslag' zo tijdloos maakt, is dat het niet alleen over de Tweede Wereldoorlog gaat.

Het gaat over hoe elke samenleving omgaat met een nationaal trauma.

Na de oorlog wilde Nederland vooral vooruitkijken en herbouwen.

Er was een periode van zwijgen.

Mensen wilden niet praten over de pijnlijke keuzes en de grijze gebieden.

Het boek van Mulisch, dat in 1982 uitkwam, hielp om dat gesprek te openen.

Het liet zien dat het verleden niet iets is dat je achter je kunt laten.

Het is altijd aanwezig, als een onderstroom.

De protestdemonstratie tegen kernwapens aan het einde van het boek is daar een perfect voorbeeld van.

De geschiedenis herhaalt zich niet, maar de thema's van geweld, angst en de vraag hoe je moet handelen, blijven terugkomen.

Het boek stelt de vraag: wat is schuld?

Is de familie Steenwijk schuldig omdat ze het lichaam niet hebben verplaatst?

Zijn de buren schuldig omdat ze het wel deden?

Is Cor Takes schuldig omdat hij een man doodschoot?

Is Anton schuldig omdat hij zijn hele leven probeerde niet te kiezen en alles te vergeten?

Mulisch geeft geen antwoord.

Hij laat alleen de complexiteit zien.

En dat is precies de boodschap.

De wereld is niet simpel.

De geschiedenis is niet zwart wit.

En een mensenleven is een ingewikkelde reis om betekenis te geven aan gebeurtenissen waar we vaak geen controle over hebben.

Anton zoekt zijn hele leven naar feiten, naar een verklaring.

Hij wil weten wie wat wanneer heeft gedaan.

En aan het eind van het boek heeft hij bijna alle feiten.

Hij weet wie de aanslag pleegde, waarom het lichaam werd verplaatst, wie de vrouw in de cel was.

Hij heeft alle puzzelstukjes.

Maar zoals de laatste zinnen van het boek suggereren, geven die feiten hem geen vrede.

De kennis lost de pijn niet op.

Het begrijpen van het verleden maakt het niet ongedaan.

En dat is de laatste, krachtige les van dit meesterwerk.

We kunnen het verleden bestuderen, analyseren en begrijpen, maar we kunnen het niet uitwissen.

Het leeft in ons voort.

Het vormt wie we zijn.

Voor Anton Steenwijk en voor een hele generatie Europeanen was de oorlog een moment dat hun leven voor altijd tekende.

'De Aanslag' is het verhaal van één man, maar het is ook het verhaal van miljoenen.

En daarom is het, zelfs veertig jaar na publicatie, nog steeds een van de belangrijkste boeken uit de Nederlandse literatuur.

Oké, dat was echt alles wat ik wilde delen over 'De Aanslag'.

Het is een boek dat je op meerdere niveaus kunt lezen en dat is wat het zo interessant maakt.

Ik hoop dat deze diepere analyse je helpt om het boek nog meer te waarderen.

Bedankt voor het luisteren naar deze Boekisode.

Ik hoop dat je het interessant vond.

Zoals ik al zei, de volledige tekst met een woordenlijst vind je op onze website, dutchfluency.com slash transcripts.

Heb je zelf een favoriet Nederlands boek dat je graag besproken wilt zien?

Laat het ons weten!

Bedankt voor het luisteren en tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze