

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Mijn naam is Rick, en ik geef Nederlands in Den Haag.
Op zaterdag zit ik graag vroeg in Scheveningen.
Niet op het strand, want zand in je schrift is geen feest.
Ik kies meestal een klein café bij de haven.
Daar ruikt het naar koffie, broodjes en vis.
Buiten hoor je de tram en stemmen van mensen met natte jassen.
Die ochtend las ik een bericht uit Spanje op mijn telefoon.
In het stuk stond dat een Spaanse man, Carlos, op het schip Hondius had gereisd.
Later werd hij ziek.
Artsen in Spanje zeiden dat hij een ziekte had die soms via muizen en ratten bij mensen komt.
Er was kort daarvoor nog iemand in Spanje met dezelfde ziekte geweest.
Ik dacht meteen aan mijn cursist Isabel.
Zij komt uit Madrid en had vorige week over haar neef Carlos verteld.
Hij had een reis gemaakt met de Hondius.
Hij hield van koude zeeën, dikke truien en slechte koffie, zei ze.
Dat laatste vond ik eerlijk gezegd heel Nederlands.
Om tien uur kwam Isabel binnen.
Haar sjaal was nat van de regen.
Ze zette haar tas naast mijn tafel en keek naar mijn telefoon.
'Heb jij het ook gelezen?' vroeg ze.
Ik knikte.
'Ja.
Gaat het over jouw Carlos?' Isabel ging zitten en pakte langzaam haar bril.
'Ja.
Mijn tante heeft mij net gebeld.
Carlos ligt in Spanje in bed.
Hij is heel moe en heeft koorts.
De artsen zeggen dat hij tijd nodig heeft.' Ik schoof mijn koffie opzij.
'Wat wil je vandaag doen?
Gewoon les, of eerst praten?' Ze dacht even na.
Buiten reed een fiets voorbij met twee kinderen voorop.
De vader zuchtte hard tegen de wind.
Dat was zo Haags dat ik bijna moest lachen.
Isabel zag het ook en glimlachte kort.
'Laten we praten,' zei ze.
'Maar in eenvoudig Nederlands.
Het nieuws maakt alles groot.' Dat vond ik een goede zin.
Ik schreef hem in mijn schrift: Het nieuws maakt alles groot.
Daarna schreef ik eronder: Wat weten we echt?
Isabel vertelde over Carlos.
Hij was geen beroemde reiziger.
Hij was leraar muziek op een middelbare school.
Hij speelde gitaar en maakte slechte grappen tijdens familiediners.
Op de Hondius had hij veel foto’s gemaakt van ijs, water en mensen met rode neuzen.
Hij had ook verteld dat het eten beter was dan verwacht.
'Dat zegt veel,' zei Isabel.
'Carlos klaagt zelfs over brood als het brood te rond is.' We lachten allebei zacht.
Toen werd ze weer serieus.
'Mijn moeder is bang.
Ze leest op internet van alles.
Daarna stuurt ze mij tien berichten per minuut.' 'Dat doen moeders,' zei ik.
'Mijn moeder stuurt mij nog steeds foto’s van aanbiedingen bij de supermarkt.
Alsof ik zonder haar geen kaas kan kopen.' Isabel lachte harder.
De man achter de bar keek even op.
Ik legde uit dat woorden in het nieuws soms hard aankomen.
Een korte zin kan groot voelen.
Daarom is het goed om simpele vragen te stellen.
Wie is ziek?
Waar is hij nu?
Wat zeggen de artsen?
Wat weten we nog niet?
Isabel schreef mee.
Haar hand bewoog snel, maar haar gezicht werd minder strak.
'Dus ik kan tegen mijn moeder zeggen dat we niet alles weten,' zei ze.
'En dat Carlos zorg krijgt.' 'Precies,' zei ik.
'Zeg ook dat één bericht niet het hele verhaal is.' We maakten samen een kort bericht voor haar familie.
Isabel wilde het zelf in het Nederlands proberen.
Ze schreef: Carlos is ziek, maar hij is bij artsen in Spanje.
Er is nog een persoon in Spanje met dezelfde ziekte.
We wachten op meer nieuws.
Stuur hem lieve woorden, geen wilde verhalen.
'Wilde verhalen?' vroeg ze.
'Is dat goed Nederlands?' 'Ja,' zei ik.
'En het klinkt minder streng dan: stop met paniek.' Buiten brak even de zon door de wolken.
De tafels kregen een zachte gele kleur.
Ik hoorde kopjes tegen elkaar tikken.
Isabel stuurde het bericht naar haar familie.
Daarna belde haar tante.
Ze sprak Spaans, snel en warm.
Ik verstond bijna niets, behalve Carlos en gracias.
Toen ze ophing, ademde Isabel diep uit.
'Hij heeft net zelf een klein bericht gestuurd,' zei ze.
'Hij zegt dat hij moe is, maar dat hij alweer moppert over het eten.' 'Dan is hij nog steeds Carlos,' zei ik.
Isabel knikte.
'Ja.
Dat helpt.' Later die middag liep ik naar mijn fiets.
De lucht was grijs, maar niet donker.
Ik dacht aan Carlos, aan Isabel en aan mijn eigen lessen.
Taal kan nieuws niet kleiner maken, maar taal kan mensen wel dichterbij brengen.
De volgende week gaan we in de les oefenen met nieuws lezen.
Niet om bang te worden, maar om beter te begrijpen.
Ik stapte op mijn fiets en reed langzaam langs de haven.
In mijn tas zat mijn schrift met één zin bovenaan: vraag eerst wat je echt weet.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze