Dutch Fluency
Find my level
Login
Play me!

De Dag Boven de Bergen

Ik ben Rick, leraar Nederlands in Den Haag.

Op maandag begon mijn les met een kop koffie en natte jassen aan de kapstok.

Buiten tikte regen tegen de ramen.

Binnen rook het naar koffie, papier en een beetje naar zee, zoals Den Haag dat soms doet.

Mijn cursist Nora kwam binnen met haar telefoon in haar hand.

Ze keek serieus.

"Rick, heb je dit gelezen?

In Oostenrijk is een sportvliegtuig tegen iemand in de lucht gevlogen." De klas werd stil.

Zelfs Samira, die normaal altijd als eerste praat, legde haar pen neer.

Ik las het bericht kort.

Daarna zei ik: "We maken er geen nieuwsles van.

We maken er een verhaal van.

Dan begrijpen we beter wat zoiets met iemand doet." De man in mijn verhaal heet Milan.

Hij is vijfendertig en werkt normaal in een fietsenwinkel in Breda.

Hij is op vakantie in Oostenrijk, omdat hij van bergen houdt.

Die ochtend stond hij vroeg op.

De lucht was blauw en helder.

Het gras was nog nat.

Bij het hotel rook het naar broodjes en sterke koffie.

Milan had een grote rugzak bij zich.

Daarin zaten zijn spullen voor zijn sport in de lucht.

Hij ging met een groep naar een hoge helling.

De stenen waren koud onder zijn schoenen.

In de verte hoorde hij koeienbellen.

Dat vond hij grappig, want in Breda hoorde hij vooral fietsers en scooters.

Boven op de helling keek hij goed naar zijn spullen.

Hij deed alles rustig.

Hij wilde geen haast maken.

Een vrouw uit de groep, Lena, vroeg: "Gaat het?" Milan knikte.

"Ja, ik ben een beetje stil.

Maar dat is goed.

Dan let ik beter op." Even later ging hij de lucht in.

Onder hem lagen groene velden en smalle wegen.

Hij zag huizen met rode daken.

De zon voelde warm op zijn gezicht.

Hij dacht aan zijn zus, die thuis altijd zei dat hij beter kon gaan wandelen.

"Wandelen is ook lucht," zei ze dan, "maar dan dichter bij de grond." Milan moest lachen om die gedachte.

Toch bleef hij goed opletten.

Er waren meer mensen in de lucht.

Ook hoorde hij soms een motor.

Eerst klonk die ver weg.

Daarna werd het geluid sterker.

Milan keek om zich heen.

Hij zag een licht sportvliegtuig dichterbij komen.

In een paar seconden veranderde alles.

Het toestel kwam te dicht bij zijn grote scherm.

Milan voelde een harde klap.

Zijn lichaam draaide een stuk.

Zijn handen werden koud.

Hij dacht maar één ding: rustig blijven.

Het scherm boven hem was niet meer zoals eerst.

Milan wist dat hij snel naar beneden moest.

Hij keek naar de grond.

Er was een groene weide met genoeg ruimte.

Niet perfect, maar goed genoeg.

Hij ademde diep in en stuurde zo rustig mogelijk die kant op.

Beneden op de bergweide stond een boer bij een hek.

Hij had een rode jas aan en een hond naast zich.

De hond begon te blaffen.

De boer keek omhoog en riep iets in het Duits.

Milan verstond het niet, maar de toon was duidelijk.

De man was bezorgd.

Milan kwam hard neer, maar hij bleef bij bewustzijn.

Zijn knieën deden pijn en zijn handen trilden.

Hij lag even in het natte gras.

Het rook naar aarde en bloemen.

Toen hoorde hij de boer dichterbij komen.

"Alles goed?" vroeg de boer in eenvoudig Engels.

Milan knipperde met zijn ogen.

"Ik denk het.

Ik ben erg geschrokken." De boer hielp hem zitten.

Lena en twee anderen kwamen later aanrennen vanaf de weg.

Iemand belde hulp.

Een arts keek naar Milan.

Hij had blauwe plekken en pijn, maar geen zware wonden.

Toen Milan dat hoorde, begon hij pas echt te trillen.

Later zat hij op een bankje bij de boerderij.

Hij kreeg water in een glas met een bloem erop.

Dat vond hij vreemd rustig.

Een minuut eerder had hij nog hoog boven de bergen gehangen.

Nu zat hij naast een hond die aan zijn schoen rook.

"Ik ga mijn zus bellen," zei Milan zacht.

Lena glimlachte.

"Ze gaat vast zeggen dat wandelen beter is." Milan lachte kort.

"Ja.

En vandaag heeft ze misschien een punt." In mijn klas in Den Haag was het ook even stil.

Nora zei: "Ik vind het bijzonder dat hij rustig bleef." Samira knikte.

"Ik zou alleen maar aan mijn moeder denken." Ik zei: "Dat is heel menselijk.

Angst is normaal.

Maar soms helpt één simpele gedachte: wat kan ik nu doen?" Daarna schreven mijn cursisten drie zinnen over Milan.

De regen was gestopt.

Door het raam zag ik een meeuw op een lantaarnpaal.

Hij keek alsof hij de hele les had gevolgd.

Aan het einde zei ik: "Volgende week praten we over vakantieplannen.

Maar we blijven wel met beide voeten op de grond." De klas lachte.

Nora stak haar telefoon weg en pakte haar jas.

Buiten rook de straat fris na de regen.

Ik liep naar huis en dacht aan Milan op dat bankje in Oostenrijk.

Hij had pech gehad, maar hij had ook helder nagedacht.

Soms is dat genoeg om weer verder te kunnen.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze