
De nuance die ook hier zo hard nodig is:

Woordenschat
Er is een man, de man heeft Tom, Tom heeft een auto, de auto is rode, Tom rijdt graag met zijn auto, hij gaat naar zijn werk met de auto, hij gaat naar de winkel met de auto, hij gaat overal met de auto, maar er is een probleem, de auto is niet goed voor de natuur.
Dan de auto maakt veel lawaai, de auto maakt ook veel rok, de roek is slecht voor de lucht, Tom weet dit, hij is verdrietig, hij houdt van zijn auto, maar hij houdt ook van de natuur.
Tom praat met zijn vriendin over het probleem, zij heet Lisa, Lisa is slim, zij heeft een plan, waarom ga je niet met de fiets naar je werk?
De fiets is goed voor de natuur, de fiets maakt geen lawaai, de fiets maakt geen roek, Tom denkt na, hij houdt van zijn auto, maar hij houdt ook van de natuur, hij wil de natuur niet slecht maken, hij wil ook geen lawaai maken, hij wil ook geen roek maken, hij wil een goede man zijn, dus besluit Tom om met de fiets te gaan, hij gaat naar zijn werk met de fiets, hij gaat naar de winkel.
De auto maakt geen lawaai, de auto maakt geen lawaai, de auto maakt geen roek, de auto is ook blij, want de auto weet, Tom is een goede man, dus wat is de mening van Tom?