Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

De Keukentafel en de Traplift

Hoi mam. Ik ben er. De deur was open.

Ja, ik was boven. Nou ja, half boven. Die trap is zo steil.

Mam, je moet niet meer naar boven. Dat is gevaarlijk.

Ach, het gaat wel. Ik ben alleen een beetje langzaam.

Je bent vorige week bijna gevallen. Dat zei je zelf.

Bijna, ja. Maar ik ben niet gevallen. Koffie?

Ja, lekker. Ga zitten, mam. Ik pak de koffie wel.

Nee, nee. Ik ben niet ziek. Ik doe het zelf.

Oké, oké. Maar ik wil met je praten over iets belangrijks.

O, dat klinkt serieus. Over wat dan?

Over hulp. Van de gemeente. De WMO.

De WMO? Wat is dat nou weer?

Dat is een wet. De gemeente helpt mensen die thuis wonen en hulp nodig hebben.

Ik heb geen hulp nodig. Ik red me prima.

Mam, je kunt niet goed met de computer omgaan. Je post blijft liggen.

Dat is niet waar. Ik doe de post elke week.

En de trap dan, je kunt bijna niet meer de trap op.

Ik ga niet elke dag naar boven. Alleen voor de was.

Precies. En als je valt, dan ben je alleen.

Ik val niet. Ik ben voorzichtig.

Ik weet het, mam. Maar ik maak me zorgen. Echt.

Sandra, ik ben oud. Maar ik ben niet hulpeloos.

Dat zeg ik ook niet. Maar de gemeente kan helpen met een traplift bijvoorbeeld.

Een traplift? In mijn huis? Dat is lelijk.

Lelijk maar veilig. En de gemeente betaalt een deel, niet alles.

Hoeveel dan? Ik heb geen geld voor een dure lift.

Dat hangt af van je inkomen. Ze kijken naar je situatie.

Ze kijken naar mijn geld, bedoel je.

Mam, het is niet erg om hulp te vragen. Veel mensen doen het.

Ik heb nooit hulp gevraagd. Nooit. Ik heb altijd gewerkt.

Dat weet ik. Je was lerares. Je was streng en zelfstandig.

En nu moet ik naar de gemeente met een aanvraag?

Ja. Er komt iemand langs voor een keukentafelgesprek.

Een keukentafelgesprek? Wat is dat?

Iemand van de gemeente komt bij je thuis. Jullie praten aan de keukentafel.

Aan mijn keukentafel? Over mijn leven?

Over wat je nodig hebt. Niet over je hele leven, mam.

En jij dan? Kom jij ook?

Als je dat wilt, ik kan erbij zijn. Ik praat wel.

Nee, ik praat zelf. Ik ben niet gek.

Oké, jij praat, maar ik help met de papieren.

Even tussendoor. Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Papieren. Altijd papieren. En de computer zeker.

Ik kan de aanvraag online doen. Dat is makkelijker.

Online. Natuurlijk. Ik snap die websites niet.

Daarom doe ik het. Jij hoeft alleen te tekenen.

En als ze nee zeggen? Als ik geen traplift krijg?

Dan vraag ik het nog een keer. Of we vragen een second opinion.

Een second opinion? Dat is voor dokters, toch?

Nee, dat kan ook hier. We kunnen in bezwaar gaan.

Bezwaar, dat klinkt als een rechtszaak.

Nee, mam. Het is gewoon een brief. Rustig maar.

Ik hou niet van die dingen. Al die regels.

Ik ook niet, maar het is belangrijk voor jouw veiligheid.

Voor jouw rust, bedoel je. Jij maakt je zorgen om mij.

Ja, dat is toch normaal. Je bent mijn moeder.

Lieve schat. Ik weet het. Je bent een goede dochter.

Dus mag ik de aanvraag doen voor de WMO?

Nou, goed dan. Maar ik praat zelf met die mevrouw.

Natuurlijk. Jij praat. Ik luister.

En ik wil geen traplift die piept. Dat wil ik niet.

Geen gepiep. Beloofd. Ik ga morgen bellen met de gemeente.

Morgen? Nu al? Wat snel.

Hoe sneller, hoe beter. Dan heb je snel hulp.

Ik hoop van wel. Ik word niet jonger.

Nee, maar je bent nog sterk. Dat zie ik.

Sterk? Ik voel me soms een oude dweil.

Mam! Nee. Je bent mijn moeder. Sterk en wijs.

Nou ja. Genoeg gepraat. Drink je koffie op. Die is koud.

Ja, mam. Sorry. Ik drink hem op. En dan bel ik morgen.

Goed. Maar eerst die brief afwachten.

We wachten eerst de brief van de gemeente af.

Oké. We wachten op de brief. Maar ik bel alvast voor het gesprek.

Bel dan maar. En vraag of ze kunnen langskomen. Niet te vroeg.

Ik vraag of ze in de ochtend kunnen komen. Rond 10 uur.

10 uur is goed. Dan ben ik wakker en heb ik koffie op.

Perfect. Ik doe het morgen. En mam? Ja?

Dank je. Dat je ja zegt. Dat is niet makkelijk.

Nee. Maar jij bent het ook niet makkelijk maken.

Ik weet het. Sorry.

Het is goed. Kom hier. Een knuffel.

Een knuffel. Altijd.

En nu weg. Ik moet naar de wc. En jij moet die koffie opdrinken.

Ja, mam. Tot morgen. Ik bel je.

Tot morgen. En doe de deur goed dicht.

Doe ik. Doei.

Bedankt voor het luisteren naar Dutch fluency.

Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.

Spreek Nederlands zelfs als je stottert. Tot de volgende keer.

0:00
Aanpassen

Tekst

Modus

Audio

Pauze