

0:00
0:001:57
Pause
Marco is een man. Marco heeft een oude auto.
Marco is a man. Marco has an old car.
De auto is niet goed. De auto heeft problemen. Het is winter. Het sneeuwt op straat.
Marco gaat naar zijn werk. Marco is in de auto. Hij kijkt naar de vooruit.
De vooruit van de auto is slecht. De auto heeft een problem. Marco heeft een idee.
Hij neemt zijn telefoon. Marco kijkt op zijn oude Facebook-account.