

Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
Noor is in de Himalaya.
Ze werkt in een klein huis.
Daan werkt hier ook.
Het is zondag.
Het is nog vroeg.
Noor kijkt naar buiten.
Ze ziet veel wit ijs.
De lucht is blauw.
Het huis is klein.
In het huis is het warm.
Noor drinkt water.
Daan eet brood.
Zijn brood is groot.
Zijn mond is klein.
Noor kijkt naar zijn brood.
Dat brood is voor twee mensen.
Daan lacht.
Ik eet voor twee.
Hij eet een klein stuk.
De rest is voor Noor.
Noor lacht ook.
Op de tafel staat een foto.
Op de foto staat Sara.
Sara werkt hier ook.
Ze loopt vandaag buiten.
Ze heeft een rode jas.
Noor heeft een blauwe jas.
Daan heeft een zwarte jas.
Zijn jas is veel te groot.
Zijn handen zijn klein.
Noor ziet zijn handen niet.
Dan kijkt Noor naar buiten.
Veel ijs valt.
Het ijs gaat heel snel.
Buiten zijn mensen.
Noor ziet een rode jas.
‘Sara is daar,’ zegt Noor.
zegt Noor.
Daan kijkt ook naar buiten.
Hij gaat naar de deur.
Noor gaat met hem mee.
Ze lopen naar Sara.
Sara zit naast het huis.
‘Sara, ik ben hier,’ zegt Noor.
‘Sara, ik ben hier,’ zegt Noor.
zegt Noor.
Sara kijkt naar haar.
Mijn voet doet pijn.
Noor gaat naast Sara zitten.
Daan gaat naar het huis.
Hij komt met een stoel.
Sara zit nu op de stoel.
Haar jas is nat.
Haar handen zijn koud.
Noor geeft haar een droge jas.
Hier is wat water.
zegt Noor.
Sara drinkt een klein beetje.
Ze kijkt naar het ijs.
Daar zijn nog mensen.
Daan ziet ook mensen.
Even tussendoor.
Bedankt voor het luisteren.
Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram dan stuur ik je een speciale
kortingscode voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal.
Hij gaat naar hen toe.
Noor blijft bij Sara.
Ze houdt haar hand vast.
Sara zegt niets.
Noor zegt ook niets.
Ze zitten naast elkaar.
Daan komt naar het huis.
Hij praat met Noor.
Er zijn vijftien dode mensen.
Noor kijkt naar Daan.
Zijn gezicht is wit.
Hij kijkt naar zijn handen.
Noor geeft hem water.
Daan drinkt.
Hij gaat op een stoel zitten.
Even zegt niemand iets.
Sara kijkt naar de vloer.
Een auto komt naar het huis.
Twee vrouwen komen uit de auto.
Een man komt ook.
Hij is een dokter.
Hij gaat naar Sara.
Ik kijk naar je voet.
Sara doet haar schoen uit.
De dokter kijkt naar haar voet.
Noor staat naast de stoel.
Ze houdt Sara's jas vast.
De twee vrouwen helpen Daan.
Ze lopen samen naar het ijs.
Noor blijft in het huis.
De dokter helpt Sara.
Hij praat met haar.
Sara drinkt nog wat water.
Haar handen zijn nu warm.
Dank je, Noor.
Zegt ze.
Noor zit weer naast haar.
Ik blijf hier bij je.
Sara gaat met de dokter mee.
Noor loopt naar de auto.
Ze geeft Sara haar jas.
Deze jas is voor jou.
Sara kijkt naar Noor.
En jouw jas dan?
Noor wijst naar het huis.
Ik heb nog een jas.
Sara houdt haar hand even vast.
Dan rijdt de auto weg.
Noor gaat naar het huis.
Daan zit aan de tafel.
Ze gaat naast hem zitten.
Buiten is het nu stil.
Noor denkt aan de vijftien mensen.
Ze voelt pijn in haar hart.
Daan geeft haar een glas water.
Noor drinkt langzaam.
Vandaag blijft ze bij Daan.
Tot de volgende keer.
Zelfs als je stottert.
Tot de volgende keer.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause