

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Lekker biertje, hè?
EMMA: Ja, heerlijk.
Ik heb dorst.
De zon is warm vandaag.
LARS: Zon is warm vandaag.
Heel warm, hoor.
RICK: Ik🖕🏼ihe.
Wat een dag.
EMMA: Wat zeg je?
Ik🖕🏼ihe?
Wat is dat?
LARS: Dat is raar.
Is dat een code?
RICK: Nee, ik tikte per ongeluk.
Mijn vinger glipte.
EMMA: Oh, grappig.
Een nieuwe taal?
Rick-taal?
LARS: Ja, Rick-taal.
Moeilijk hoor.
Ik snap het niet.
RICK: Ik geef les aan buitenlanders.
Zij leren Nederlands.
EMMA: Dat is leuk.
Hoe gaat het?
Zijn ze aardig?
LARS: Zijn ze moeilijk?
Begrijpen ze alles?
RICK: Nee, ze lachen veel.
Ze maken grapjes.
Soms maken ze fouten.
Bijvoorbeeld, een student zei: 'Ik ben een kat.' We lachten heel hard.
EMMA: Om jouw grappen?
Of om jouw fouten?
LARS: Ja, om jouw grappen of om jouw fouten?
RICK: Allebei.
Ik maak veel grapjes.
En zij lachen.
Dat is fijn.
Laatst zei ik: 'De koffie is koud.' En een student antwoordde: 'Nee, de koffie is warm.' We lachten weer.
EMMA: Dat past bij jou.
Jij bent grappig.
LARS: Ja, jij bent een clown.
Een echte clown.
RICK: Dank je.
En jullie?
Wat doen jullie?
LARS: Ik werk in de IT.
Ik zit achter een scherm.
De hele dag, van negen tot vijf.
EMMA: Ik ben verpleegkundige.
Ik werk in het ziekenhuis.
Soms werk ik 's nachts.
RICK: Zwaar werk?
Is het vermoeiend?
EMMA: Ja, maar ik vind het fijn.
Ik help mensen.
Dat is leuk.
Gisteren hielp ik een oude man.
Hij zei: 'Dank je, lief meisje.' LARS: Dat is mooi.
Ik help ook, maar met computers.
Mijn collega's zeggen: 'Lars, de printer is kapot.' Dan repareer ik het.
RICK: Saai?
Is het saai?
LARS: Soms.
Maar het salaris is goed.
Dat is fijn.
En ik kan thuiswerken.
EMMA: Geld is niet alles.
Gezondheid is belangrijk.
En vrienden.
LARS: Nee, maar bier is fijn.
Bier en vrienden.
Dat is het beste.
RICK: Proost daarop.
Proost, vrienden.
EMMA: Proost.
Wat doe jij nog?
Naast lesgeven?
RICK: Ik klets graag met vrienden.
Zoals nu.
En ik kook graag.
Gisteren maakte ik pasta.
LARS: En je geeft les.
Dat is je werk.
RICK: Ja, dat ook.
Ik geef les en ik klets.
En ik kook.
Maar kletsen is het leukst.
EMMA: Heb je leuke collega's?
Zijn ze aardig?
RICK: Ja, ze zijn gek.
Heel gek.
Ze maken veel grappen.
Een collega, Mark, doet altijd alsof hij een robot is.
Hij zegt: 'Ik ben een robot.
Ik heb koffie nodig.' LARS: Net als jij.
Jij bent ook gek.
RICK: Precies.
We lachen veel.
Elke dag.
Zelfs als we moe zijn.
EMMA: Dat is goed.
Lachen is gezond.
Dat zegt de dokter ook.
LARS: Ik wil ook Nederlands leren.
Beter Nederlands.
RICK: Jij spreekt al goed.
Je praat vloeiend.
LARS: Maar ik wil beter schrijven.
Mijn grammatica is niet goed.
Ik maak fouten met 'de' en 'het'.
EMMA: Kom dan naar zijn les.
Leer Nederlands.
LARS: Met bier?
Krijgen we bier?
RICK: Nee, alleen serieus.
Geen bier in de les.
Maar na de les wel.
EMMA: Jij?
Serieus?
Jij bent nooit serieus.
LARS: Nooit.
Jij lacht altijd.
RICK: Oké, misschien een beetje.
Een klein beetje serieus.
Maar meestal lach ik.
EMMA: Laten we nog een rondje doen.
Nog een biertje.
LARS: Goed idee.
Ik bestel.
Twee biertjes?
RICK: Ik ga mee.
Ik help dragen.
EMMA: Ik pas op de spullen.
Op de tassen en jassen.
RICK: Bedankt.
Tot zo.
We komen terug.
LARS: Ja, tot zo.
Met bier.
EMMA: Fijn.
Ik wacht hier.
Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze