

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Zeg, ik hoorde vandaag een raar verhaal.
EMMA: O ja?
Vertel op.
LARS: Was het grappig?
RICK: Een man viel bijna van een kruk.
EMMA: Hoe dan?
Was het een hoge kruk?
RICK: Ja, een hoge kruk in een café.
Hij zat er een beetje wiebelig op.
LARS: Was hij dronken?
RICK: Nee, hij keek naar zijn telefoon.
Hij keek heel lang naar zijn telefoon, naar een filmpje of zoiets.
Zo lang, hij vergat de kruk.
EMMA: Dat is typisch.
Mensen kijken altijd naar hun scherm.
Ik zie het vaak in de trein.
Gisteren nog, een man liep bijna tegen een paal.
LARS: Mensen kijken altijd naar hun scherm, ja.
Zelfs als ze lopen.
Of fietsen.
Ik zie het elke dag.
RICK: Dus hij viel bijna.
Hij schrok en greep de bar vast.
De kruk bewoog, maar hij bleef zitten.
EMMA: En jij lachte?
RICK: Een beetje, maar ik hielp hem ook.
Ik zei: 'Gaat het?' en hij lachte een beetje.
Hij zei: 'Ik keek naar een grappig filmpje.' LARS: Jij bent een held.
Ik had niet geholpen, denk ik.
RICK: Nee, jij had ook geholpen, Lars.
Jij helpt altijd.
EMMA: Ik had gisteren ook iets.
Iets met een hond.
LARS: Wat dan?
Was het grappig?
EMMA: Een hond liep achter mij aan.
Ik liep in het park en hij kwam naar me toe.
Hij was klein, met bruine vlekken.
RICK: Was het een grote hond?
EMMA: Nee, een kleine hond, maar hij wilde mijn brood.
Ik had een broodje in mijn hand.
Hij keek naar het broodje en blafte.
LARS: Dieren zijn grappig.
Ze willen altijd eten.
Mijn kat doet dat ook.
RICK: Gaf je het brood?
EMMA: Nee, ik liep snel weg.
De hond rende achter me aan, maar ik was sneller.
Ik rende naar de bank en hij stopte.
LARS: Slim.
Ik had het brood gegeven.
Dan was hij blij.
RICK: Ja, jij bent altijd lief voor dieren.
EMMA: Ja, Lars is een dierenvriend.
Dat is goed.
LARS: En jij, Emma, bent snel.
Je rent als een atleet.
RICK: We hebben altijd verhalen.
Elke dag iets nieuws.
Gisteren nog, ik zag een vogel in de tuin.
EMMA: Ja, het leven is interessant.
Zeker met vrienden.
We praten en lachen.
LARS: Nog een biertje?
Ik heb er nog zin in.
Het is warm en ik heb dorst.
RICK: Ja, graag.
Het is warm vandaag.
De zon is fijn.
EMMA: Ik bestel wel.
Jullie blijven zitten.
Ik ken de ober.
LARS: Jij bent de beste.
Echt waar.
Je zorgt voor ons.
RICK: Echt wel.
We hebben geluk met jou.
Je bent een goede vriendin.
EMMA: Oké, ik ben zo terug.
Geef me een moment.
Ik bestel drie biertjes.
LARS: Zullen we over werk praten?
Terwijl ze weg is?
RICK: Nee, liever niet.
Werk is saai.
Vakantie is beter.
Ik denk aan de bergen.
LARS: Mee eens.
Vakantie is beter.
Waar ga jij naartoe deze zomer?
RICK: Naar de bergen, denk ik.
Wandelen en rusten.
Mijn broer gaat ook.
LARS: Lekker.
Ik ga naar zee, denk ik.
Zwemmen en zonnen.
Het water is koel.
RICK: Klinkt goed.
Ik hou van de zee.
Maar de bergen zijn stil.
EMMA: Ik ben terug.
Hier zijn de biertjes.
Drie koude biertjes.
Ze zijn vers.
LARS: Proost.
Op een mooie avond.
De lucht is helder.
RICK: Proost.
Op vrienden.
Jullie zijn speciaal.
EMMA: Op verhalen en vakantie.
En op geen werk.
Ik drink daarop.
LARS: En op vrienden.
Dat is het belangrijkst.
Zonder vrienden is het saai.
RICK: Precies.
Ik geniet hiervan.
Van dit moment.
Van jullie.
EMMA: Ik ook.
Het is fijn buiten.
De lucht is mooi.
De zon gaat bijna onder.
LARS: De zon schijnt nog.
Het is bijna acht uur.
We hebben tijd.
RICK: Ja, perfect weer.
Niet te warm, niet te koud.
Precies goed.
EMMA: Zullen we nog een rondje doen?
Nog een biertje?
Ik heb er zin in.
LARS: Goed idee.
Nog één dan.
Maar niet te veel.
RICK: Oké, maar dan ga ik straks naar huis.
Morgen moet ik vroeg op.
Om zeven uur.
EMMA: Geen probleem.
We begrijpen het.
Je moet rusten.
LARS: Tot de volgende keer.
Tot volgende week?
Zelfde tijd?
RICK: Ja, tot volgende week.
Zelfde tijd?
Hier op het terras?
EMMA: Ja, zelfde tijd.
Hier op het terras.
Ik kom graag.
LARS: Afgesproken.
Ik kijk ernaar uit.
Het wordt leuk.
RICK: Ik ook.
Tot dan.
Pas goed op jezelf.
EMMA: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze