

0:00
0:002:13
Pause
Woordenschat
dakraam
skylight/roof window
gipsplaat
drywall/plasterboard
repareren
to repair
huis
house
afwerken
to finish
binnenkant
inside
blij
happy/glad
plaatsen
to place/install
klein
small
nodig
needed/necessary
Er is een man, de man heeft een huis. In het huis is een dak.
There is a man, the man has a house. In the house is a roof.
De man wil een dakraam. Hij heeft 2.000 euro.
Hij geeft de 2.000 euro aan een andere man. De andere man kan een dakraam plaatsen.
De man met het dakraam komt. Hij heeft een auto.
Uite auto haalt hij een dakraam.