

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Het is echt koud vandaag.
SOPHIE: Ja, ik vind het ook koud.
Het is echt koud.
Gisteren was het ook al koud, hè?
DAAN: Binnen is het warm.
Binnen is het lekker warm.
Hier in het café is het altijd warm.
RICK: Maar buiten is het koud.
Buiten is het heel koud.
Zelfs met de zon is het koud.
SOPHIE: Ik heb een jas aan.
Mijn jas is dik en warm.
Mijn moeder zei: 'Doe je jas aan, het is koud.' DAAN: Dat is goed.
Een jas is belangrijk bij koud weer.
Zonder jas word je ziek.
RICK: Ik heb mijn jas vergeten.
Ik heb hem thuis laten liggen.
Ik dacht: 'Het is niet zo koud.' Maar het is wel koud.
SOPHIE: O nee, dat is niet leuk.
Geen jas is vervelend.
Heb je het nu koud?
RICK: Ja, een beetje.
Mijn armen zijn koud.
DAAN: Wil je mijn sjaal?
Hij is warm en zacht.
Mijn oma heeft hem gebreid.
Hij is van wol.
RICK: Ja, graag.
Dank je.
Dat is aardig van je.
De sjaal voelt warm.
SOPHIE: Het wordt later nog kouder.
De avond wordt kouder.
Om acht uur is het nog kouder.
DAAN: Ja, de zon gaat weg.
Zonder zon wordt het kouder.
Dan is het buiten heel koud.
RICK: We blijven hier nog even.
Hier is het warm.
Hier is het gezellig.
SOPHIE: Goed idee.
Hier blijven is fijn.
Ik wil niet naar buiten.
DAAN: Ik bestel nog een biertje.
Een koud biertje, maar binnen is het warm.
Het bier is koud, maar ik ben warm.
RICK: Ik ook.
Nog een biertje voor mij.
Een biertje past bij het café.
SOPHIE: En ik een cola.
Een cola zonder ijs, want het is al koud.
IJs is niet nodig.
DAAN: Wat doen we straks?
Na het drinken?
Gaan we dan naar huis?
RICK: Naar huis?
Naar huis is warm.
Thuis is het lekker warm.
SOPHIE: Of nog naar de snackbar?
De snackbar is ook warm.
Daar kunnen we patat eten.
DAAN: Ja, lekker.
Naar de snackbar is een goed idee.
De snackbar is om de hoek.
RICK: Ik heb trek in patat.
Patat met mayonaise.
Altijd patat met mayonaise.
SOPHIE: Met mayonaise?
Altijd met mayonaise?
Geen curry vandaag?
RICK: Nee, vandaag mayonaise.
Mayonaise is het beste.
DAAN: En ik met curry.
Curry is ook lekker.
Curry is pittig en zoet.
SOPHIE: Jij bent altijd speciaal.
Altijd iets anders.
Eerst sjaal, nu curry.
DAAN: Haha, ja.
Ik hou van speciaal.
Speciaal is leuk.
RICK: Het is gezellig hier.
Het is warm en gezellig.
Ik ben blij dat we hier zijn.
SOPHIE: Ja, ik vind het leuk.
Leuk met jullie.
We moeten vaker afspreken.
DAAN: Volgende week weer?
Weer hier?
Zelfde tijd?
RICK: Ja, goed plan.
Volgende week weer afspreken.
Dan neem ik mijn jas mee.
SOPHIE: Dan zien we elkaar hier.
Hier in het café.
Het café is onze plek.
DAAN: Ik kijk uit.
Ik kijk er naar uit.
Volgende week is snel.
RICK: Tot dan.
Tot volgende week.
Vergeet de sjaal niet, Daan.
DAAN: Haha, nee.
De sjaal blijft bij mij.
SOPHIE: En vergeet je jas niet.
Denk aan je jas, Rick.
RICK: Haha, nee.
Ik vergeet mijn jas niet meer.
Ik hang hem aan de kapstok.
DAAN: En nu drinken.
Proost op de gezelligheid.
RICK: Proost.
SOPHIE: Proost.
DAAN: Proost.
Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze